Zuid-Afrika bloeit op onder manager Mbeki

Een half jaar zit de nieuwe Zuid-Afrikaanse regering in het zadel. President Mbeki heeft van de financiële wereld een hoog rapportcijfer gekregen. De economie trekt aan, al blijven werkloosheid en aids grote struikelblokken.

Op Grant Avenue, hoofdstraat van de Johannesburgse wijk Norwood, opent de ene na de andere business de deuren: een traiteur, een goudsmid, restaurants met cuisines uit alle hoeken van de wereld. Zuid-Afrikaanse ondernemers hebben er weer zin in, het regeringsprogramma GEAR (groei, werkgelegenheid en herverdeling), gestart onder president Mandela, begint vruchten af te werpen.

,,Nelson Mandela was een politiek charismatische figuur, Thabo Mbeki is vooral een goede manager'', zegt een analist in de goudstad. Mbeki verving de zwakke bewindslieden uit het vorige kabinet, met uitzondering van het koningsduo op Financiën (Trevor Manuel) en Handel & Industrie (Alec Erwin). Het zijn Manuel en Erwin die het beleid grotendeels vormgeven – Zuid-Afrika kent geen minister van Economische Zaken.

Op de meeste beleidsterreinen scoort de regering-Mbeki hoog: de inflatie is scherp gedaald tot rond de 2 procent, de koers van de rand is al geruime tijd stabiel op iets boven de 6 tegen de dollar. Het overheidstekort is tot onder de 3 procent gedaald, terwijl de staatsobligaties grif van de hand gaan. Dit laatste is een belangrijke graadmeter: alleen als investeerders vertrouwen hebben in een land zal de vraag naar obligaties stijgen. ,,Geen enkel land valt met Zuid-Afrika te vergelijken'', zo staat in een rapport van de internationale investeerdersbank Merrill Lynch. ,,Zijn opmerkelijk opmars van meer dan 20 procent (16 procent in dollar-termen) gaat maar door.'' Het bruto nationaal product groeide in het derde kwartaal met 3,1 procent. Die trend zet volgens analisten in het jaar 2000 door. De Johannesburgse aandelenmarkt JSE sprong gisteren naar 8164 punten, bijna een recordhoogte; de verwachting is dat de JSE volgend jaar boven de 9000 uitkomt.

Zuid-Afrika moest van ver komen. Het land was onder de apartheid een bijna volledig duale economie. Aan de ene kant de blanke minderheid, die voor zichzelf volledige werkgelegenheid en rijkdom creëerde op het niveau van de Westerse wereld. Aan de andere kant de grote zwarte massa: het arbeidsreserveleger, waaruit voor een habbekrats werd geput en waarvan de meerderheid noodgedwongen werkeloos aan de kant stond.

Deze dualiteit is ten dele overeind gebleven. Niet omdat de overwegend zwarte regering dat zo graag wil, maar omdat de blanken in de loop der jaren zo'n sterke economische positie hebben opgebouwd. Een snelle verstoring daarvan zou tot economische chaos en rampspoed leiden. Het GEAR-programma, dat Trevor Manuel in 1996 introduceerde, is daarom sterk marktgericht. GEAR nam de vrees weg dat het Afrikaans Nationaal Congres een socialistische koers zou gaan varen.

Het herstelprogramma begon aarzelend en kreeg het vorig jaar zwaar te verduren als gevolg van de wereldwijde crisis van de opkomende markten. Maar nu lijkt

GEAR op koers en trekt het Zuid-Afrika omhoog. Voor internationale investeerders is dat goed nieuws. Zuid-Afrika heeft verreweg de grootste economie van Afrika, met een bruto nationaal product dat ruwweg tweemaal zo groot is als nummer twee op het continent: Egypte (respectievelijk 289 miljard en 140 miljard gulden). Investeren in de zuidpunt van Afrika kan zijn geld opleveren.

Een overblijfsel uit de tijd van de apartheid is de grote bureaucratie en het bestaan van een aantal enorme staatsondernemingen. De regering stelt nu alles in het werk om over te gaan tot privatisering van de molochs Telkom (telecommunicatie), Eskom (energie), Transnet (vervoer) en Denel (wapenproductie). Gezamenlijk vertegenwoordigen deze bedrijven een waarde van om en nabij de 160 miljard rand (57 miljard gulden). Het ministerie van Publieke Ondernemingen is onder Mbeki sterk opgewaardeerd: een nieuwe, krachtiger minister en een verviervoudiging van het budget. Het ministerie moet zichzelf tussen nu en 2005 min of meer overbodig maken.

Belangrijk minpunt van de Zuid-Afrikaanse economie is de broze arbeidsmarkt. Bij de lancering van GEAR stelde Manuel het scheppen van 600.000 banen tot 1998 in het vooruitzicht. Het omgekeerde was het geval, netto gingen er 500.000 banen verloren. Volgens het gezaghebbende blad Financial Mail is de arbeidsmarkt niet flexibel genoeg en zijn de vakbonden te sterk. ,,Een relatief hoog minimumloon en bureaucratische rompslomp bij aannemen en ontslag van personeel vermindert het vermogen om banen te scheppen van elk economisch herstelprogramma.'' Op dit terrein, het scheppen van werk, heeft de regering de minste vorderingen gemaakt. De werkloosheid is aanhoudend hoog: 34 procent van de arbeidsbevolking zit zonder werk. Het aantal formeel geregistreerde banen daalde vorig jaar met 4 procent.

Zuid-Afrika kampt ook nog steeds met een aanzienlijk vertrekoverschot. Dat wordt veroorzaakt door een combinatie van twee factoren: blanke angst voor de hoge criminaliteit en de verminderde kans van blanken op werk door het actieve programma van positieve discriminatie. Elk jaar trekken duizenden voornamelijk hoogopgeleide blanke Zuid-Afrikanen naar elders. Australië en Nieuw Zeeland zijn populaire bestemmingen. De universiteit van Kaapstad heeft berekend dat tussen 1987 en 1997 234.000 Zuid-Afrikanen emigreerden. Tegelijkertijd benadrukken de onderzoekers dat emigratie niet hetzelfde is als braindrain en kapitaalverlies. Veel emigranten zijn niet onwelwillend hun voormalige vaderland te blijven bedienen met hun expertise. Een groot aantal is werkzaam in de computerindustrie en andere hoogtechnologische sectoren, terreinen die bij uitstek zijn gemondialiseerd.

Een andere kopzorg voor de regering-Mbeki is de aids-epidemie, maar ook hier verschillen de meningen over de economische uitwerking. De infectiegraad in Zuid-Afrika is buitengewoon hoog, dat wordt door niemand betwist. Het percentage HIV-geïnfecteerden ligt officieel tussen de 8 en 10 procent van de volwassen bevolking, maar algemeen wordt aangenomen dat het werkelijke cijfer het dubbele hiervan is. Hoewel de sociale gevolgen van de epidemie groot zijn, is het de vraag of het ook de economie in sterke mate zal aantasten. Azar Jammine, analist van het bureau Econometrix in Johannesburg denkt van niet. Het bureau is na onderzoek tot de conclusie gekomen dat aids vooral de armste lagen van de plattelandsbevolking treft, waar de werkloosheid hoog is en de kosten van de gezondheidszorg minimaal.