Wat kost een vraagteken?

Schiphol zal worden uitgebreid, en dat gebeurt in de Haarlemmermeer – geloven we nu – op gezag van minister Netelenbos tenminste. Er zijn weer Kamerleden die `vraagtekens plaatsen' bij de bouw van een tunnel voor de HSL onder het Groene Hart. Het boren naar gas in de Waddenzee is voorgoed of voorlopig van de baan. Drie recente berichten waarachter Hollandse drama's schuilgaan, zich traag voortslepende nationale drama's die zich alleen zo konden ontwikkelen omdat, naar nationale behoefte, kool en geit gespaard moesten worden.

Is iemand er de afgelopen vijf, misschien zelfs tien jaar, nog van overtuigd geweest dat het met Schiphol anders had kunnen lopen? Terwijl het luchtverkeer toenam en de luchthaven zich aanpaste, is daar een stad gegroeid bestaande uit de Amsterdamse Zuidas, Hoofddorp, een nieuw wegennet en een uitgebreid zelfstandig winkelcentrum. Intussen werd een `brede maatschappelijke discussie over nut en noodzaak' gehouden (uitslag onbekend), kwamen nieuwe geluidsmetingen, werd een `lex specialis' verzonnen ter tussentijdse gedoging, werd geopperd Schiphol `op slot te doen', ontstond en verdween de illusie van een eiland voor de kust. Ieder jaar is het duidelijker geworden dat Schiphol zich uitbreidt tot de kern van een nieuwe stad die niet `op slot' kàn. Alle alternatieven zijn te duur of absurd, en zo zijn we terug op het uitgangspunt: uitbreiding in de Haarlemmermeer. Voor de vijfde baan kan worden aangelegd moeten alleen nog de 5.000 bomen van het `Bulderbos' worden onteigend. De boombezitters zijn nog niet bereid de smeekbede van de minister te verhoren.

Na een lange worsteling is voor de Waddenzee het besluit genomen: voorgoed of voorlopig geen boringen. Het hangt ervan af, welke partij aan het woord is: de Waddenvereniging of het kabinet. De Nederlandse Aardolie Maatschappij heeft inmiddels, afgaande op toezeggingen van de staat, kapitalen in proefboringen geïnvesteerd. Maakt de Staat der Nederlanden zich schuldig aan contractbreuk? Dat zou pas duidelijk worden als de NAM een proces wilde beginnen. In ieder geval worden de proefboringen uitgesteld. In een bijdrage tot de discussie (die nog jaren zal duren) verdedigt geograaf en wadvaarder Hans Smit de stelling dat juist het ongemoeid laten van de natuur daar het getijdengebied zal aantasten (NRC Handelsblad, 13 december). Een overwogen ingreep als de gaswinning, zou ,,tijdelijk, eliminatie van een fantastisch landschap kunnen verijdelen. Het is in dit stadium alleen de vraag hoe groot de invloed is van de kortetermijndenkers op de besluitvorming.'' Groter dan die van de NAM en het kabinet, in ieder geval. Op dit ogenblik zal menigeen zich ervan overtuigd houden dat de bedoelingen van de kapitalistische eendenmoordenaars op het nippertje zijn verijdeld.

Het heeft jaren geduurd voor het compromis tussen milieu en spoorwegen in het plan voor de tunnel onder het Groene Hart van Zuid-Holland vorm had gekregen. Toen werd het bouwwerk begroot op 900 miljoen gulden. Een paar jaar later zal het miljard zeker overschreden zijn. Over het gewone spoor rijdt de Thalys die er uitziet als een hogesnelheidstrein, maar niet harder mag en kàn rijden dan de gewone treinen. Hoe duurzaam de twijfel van de Kamerleden is, weten we nog niet. Hoe krachtiger de twijfel, hoe langer het zal duren voor de eerste trein rijdt, wel of niet door een veilige tunnel, want de partij aan wie de tunnel beloofd is, zet zich schrap. Vanzelfsprekend.

De grote dilemma's van de Nederlandse politiek worden niet alleen veroorzaakt door onze moeilijke infrastructuur. Op een andere manier is het vraagstuk van de openbare veiligheid even moeilijk oplosbaar. Het verschil is dat de tekortkomingen onmiddellijk door de betrokkenen worden gevoeld. Al op z'n minst dertig jaar duurt de discussie over de manier waarop de statistiek van de criminaliteit moet worden geïnterpreteerd. Criminologen wijzen op het afnemen van sommige vormen van misdaad en waarschuwen dat de werkelijke onveiligheid niet moet worden verward met het gevoel van onveiligheid. Terwijl de overheid met een rijmpje gewapende jongeren aanmoedigt om slag-, steek- en vuurwapens naar het politiebureau te brengen, gaan de treinconducteurs spontaan in staking. Het gevoel van de één is niet de veiligheid van de ander. Ik zal me niet in de wetenschappelijke discussie mengen. Het economisch feit is dat volgens het CBS de totale criminaliteit de samenleving op het ogenblik 20 miljard gulden per jaar kost.

Als de geschiedenis van ons `poldermodel' wordt geschreven, zal de manier waarop de grote beslissingen worden genomen een belangrijk hoofdstuk zijn. In Nederland wordt daarbij menigmaal niet, na passend debat, de democratische procedure gebruikt, het stemmen waarbij een vooraf vastgestelde meerderheid wint. Er komt een `besluitvormingsproces'. Dient zich een vraagstuk van belang aan, beseffen alle betrokkenen dat een knoop moet worden doorgehakt, dan verdelen ze zich, naar hun belang, in groepen. Dat is ook een democratisch recht.

Al deze groepen vormen eerst hun eigen besluit. Deze besluiten zijn onderling sterk verschillend. Vergelijken we het met een chemisch proces. Ongeveer als grondstoffen voor een tastbaar product worden de groepsbesluiten bij elkaar gebracht. In de scheikunde volgt dan de katalyse, veroorzaakt door een stof die bijvoorbeeld het stollen bevordert. In de politiek van het besluitvormingsproces wordt er tijd aan toegevoegd. In de praktijk van onze moderne polderchemie blijkt nu dat naarmate er meer tijd bijgegooid wordt, de belangen elkaar sterker afstoten. Hoe sterker de gevormde besluiten elkaar afstoten, hoe meer tijd erbij gegooid moet worden, en dus: hoe langer het eindproduct op zich laat wachten.

De uitvoering van een omvangrijk plan wordt in het algemeen voorafgegaan door een analyse van kosten en baten. Natuurlijk is dat bij de hier genoemde projecten ook gebeurd. Het merkwaardige is nu dat die in de daarop volgende politieke discussie vaak niet meer dan een rol van ondergeschikte betekenis hebben. In het geheel geen betekenis – de Delftse hoogleraar Dirk Frieling heeft er op gewezen – wordt toegekend aan de kosten van uitstel, terwijl juist het belang van deze factor in onze consensusdemocratie zich ontwikkelt volgens een curve die ten slotte bijna loodrecht omhoog gaat.

De zwakte van ons `besluitvormingsproces' is dat deze kosten op niemand vallen te verhalen. Als een plan wordt uitgevoerd en het blijkt een verschrikkelijke vergissing te zijn (zeldzaam; mij schiet de carpoolstrook te binnen), is dat ook wel het geval, maar de vergissers blijven aanspreekbaar. Wordt een plan als resultaat van hun verzet niet uitgevoerd, en blijkt dit later een vergissing te zijn, dan, niettemin, verdwijnen ze in de naamloosheid. Dat is onrechtvaardig.