Verheven moraal leidt niet tot betere rechtsorde

De NAVO handelde in Kosovo namens de VN, maar hield zich er niet aan de regels van het VN-handvest, meent M. Bos.

De Volkenbond, opgericht in 1920, werd in 1945 opgevolgd door de Verenigde Naties, wier Handvest de beginselen van de Bond, zoals in het Volkenbondspact uitgedrukt, aanzienlijk aanscherpte en uitbreidde. Het verbod van agressie en de erkenning van universele mensenrechten zijn er de meest in het oog springende voorbeelden van.

Wat kwam er van deze idealen terecht? Wij weten allen van de tientallen oorlogen die na 1945 gevoerd werden, en van de afgrijselijke, duizendvoudige schendingen van de mensenrechten in alle delen van de wereld. Is alles dan vergeefs geweest? Die vraag raakt de verhouding tussen volkenrecht en geschiedenis. In 1958 moest een groot jurist als Max Huber, oud-president van het Permanente Hof van Internationale Justitie, nog constateren dat praktisch niemand zich tot dan toe aan een antwoord op die vraag had gewaagd. Enige tijd later vroeg een andere internationale jurist zich af of het volkenrecht gedoemd was de `suppoost van de geschiedenis' te blijven.

De zaak-Kosovo is voor de juistheid van deze opvatting van de rol van het volkenrecht een krachtig argument. Wat is er immers gebeurd? De Verenigde Naties zijn in die kwestie uiteindelijk onmachtig gebleken. Individuele VN-leden hebben toen de NAVO de taak van de Verenigde Naties, zoals zij die zagen, doen overnemen. De eerste vraag die rijst, is: mogen de individuele leden van de wereldorganisatie het `beter weten' dan die organisatie zelf? De tweede: was de NAVO, waartoe zij hun toevlucht namen, gebonden aan de regels van de VN? Ik zeg hier onomwonden ja op, want de regionale organisatie die de NAVO is, kan toch niet ter ontduiking van de regels van de wereldorganisatie gebruikt worden?

Anderen hebben aangetoond hoezeer de NAVO, onder meer door zonder toestemming van de Veiligheidsraad op te treden, het recht van de Verenigde Naties heeft geschonden. Ook het oorlogsrecht werd overtreden door de bombardementen op open steden. En wat te denken van de ontwrichting van de Balkan ten gevolge van de vernietiging van de Servische infrastructuur? Natuurlijk, de NAVO beriep zich op de universele mensenrechten. Kunnen die de interventie in Kosovo rechtvaardigen?

Een kenmerk van recht is dat het grenzen stelt. Het VN-Handvest doet dat overduidelijk. Wie die grenzen overschrijdt, plaatst zich buiten het recht van de VN. Wie zich daarbij op de mensenrechten beroept om langs die weg een grond van rechtvaardiging voor een militaire interventie aan te voeren, is er met dat enkele beroep niet van af. Zo'n beroep – gesteld al dat dit rechtens nog mogelijk is – kan slechts slagen als het betrokken mensenrecht toe te passen is en de te hanteren middelen naar gemeen volkenrecht toelaatbaar zijn. Wat het eerste betreft, mensenrechten kunnen dan wel universeel zijn, maar een `absolute' werking hebben zij niet. Het Nederlandse zakenrecht kende eens de `absolute' eigendom. Deze is via de rechtspraak tot een `sociale' of `maatschappelijke' eigendom geëvolueerd. Absolute mensenrechten bestaan niet. Men zal zich altijd moeten afvragen wat de rol en mogelijkheden van een ingeroepen mensenrecht zijn en wat in de gegeven omstandigheden `rechtvaardig' is of kan zijn. In een historisch perspectief is rechtvaardigheid nooit anders geweest dan `wat werkt'. Dit moet het leidende beginsel bij alle implementatie van mensenrechten zijn. Een bi- of multiculturele samenleving mag tegenwoordig een politiek correct ideaal zijn, maar als zij niet `werkt' en beide zijden niets liever doen dan elkaar de keel afsnijden is oplegging daarvan van buitenaf met geen enkel beroep op mensenrechten te rechtvaardigen. Herinnert men zich onze eigen volksverhuizingen van na de Eerste en Tweede Wereldoorlog niet meer? Het voorkomen van massamoorden door praktische maatregelen dient de vrede beter dan de prediking van een verheven moraal die geen kans van slagen biedt. Het tweede punt, de toelaatbaarheid der middelen, vergt een onderzoek naar hun proportionaliteit. Ik heb nog geen enkele analyse op deze grondslag gezien, toegepast op de kwestie-Kosovo. Mensenrechten à outrance, bommen à flots – ik voel grote weerzin hierin een uiting van recht te zien. Voor mij gaat het hier om `geschiedenis' als vanouds, niets meer.

Het volkenrecht biedt de wereld nog altijd geen volgroeide rechtsorde. Binnen de grenzen van de nationale staat kunnen wij daar (meestal) wél van spreken: daar heeft het recht de geschiedenis getemd, ook al vinden daar naar vanzelf spreekt nog ontwikkelingen plaats. Rechtsschendingen worden daar afgestraft. Niet aldus in het volkenrecht: onder bepaalde omstandigheden kan een staat dit straffeloos schenden. Ik denk aan de Lend-lease Act 1941, die Amerika in strijd met zijn volkenrechtelijke neutraliteit machtigde tot levering aan Groot-Brittannië van oorlogsmaterieel. Een ander voorbeeld is de ontvoering van Eichmann uit Argentinië: Israel schond daarbij de Argentijnse territoriale soevereiniteit. De intenties van Amerika en Israel waren zuiver en niemand zal deze landen hun optreden verwijten. Integendeel, maar was dit daarom `recht'? Op dezelfde wijze behoort men tegenover het NAVO-optreden in Kosovo te staan, nog afgezien van de ondoordachtheid en barbaarsheid daarvan, zoals hierboven is aangegeven.

Hopelijk zijn internationale juristen eenmaal weer meer dan suppoosten en toeschouwers van de geschiedenis.

Prof. mr. M. Bos is emeritus hoogleraar volkenrecht aan de Universiteit Utrecht en vice-president van de International Law Association en Membre titulaire de l'institut de droit international.