Tien keer naar de top van de Everest

Liefst tien keer beklom de 53-jarige Ang Rita Sherpa de Mount Everest, maar heldendom en rijkdom hebben de tochten hem nooit opgeleverd. Armoede heeft de yak-herder uit Kathmandu niet kunnen afwenden.

Een heldenontvangst kreeg hij nooit, evenmin als de roem die klimmers als Sir Edmund Hillary of Reinhold Messner ten deel viel na hun verovering van de Mount Everest. In de geest van het harde, eenvoudige leven op het Nepalese platteland, waar hij opgroeide als yak-herder, houdt Ang Rita Sherpa (53) het liever simpel. Net als honderden van zijn Nepalese collega's is hij tegen het einde van zijn loopbaan niet veel meer dan een voetnoot in de expeditieverslagen van de Westerse sahibs die hij in de loop der jaren naar de top van de Mount Everest en talloze andere Himalaya-pieken sleurde.

Hoewel hij nooit één klimles kreeg, stond hij tien keer op de top van de 8.848 meter hoge Everest – nog steeds het wereldrecord. Daarnaast bedwong hij de twee-na-hoogste berg op aarde, de Kanchenjunga (8.594 meter), de Cho Oyu (8.201 meter) en de Dhaulagiri (8.167 meter) elk drie keer. Extra zuurstof had hij nooit nodig. ,,Ik heb nu eenmaal sterke longen.''

Behalve de stille dank van de rijke, geschoolde klimmers leverden zijn talenten hem niet veel op, zegt Ang Rita in zijn kantoor in Lazimpat, een buitenwijk van Kathmandu, waar hij een touringbedrijfje voor trekkers en klimmers heeft opgezet. ,,Toen ik voor het eerst op de top stond, dacht ik: mijn familie zal nooit meer armoede hebben. Sinds kort, na twintig jaar klimmen, heb ik een appartementje in Kathmandu. De armoede hebben we nooit kunnen afschudden.''

De kleine, pezige klimmer wil nog één keer naar boven. ,,Niet alleen om mijn ego te bevredigen, maar vooral om het gedaan te hebben, ook voor mijn land.'' Of de elfde en laatste beklimming van de Everest zal lukken is zeer de vraag. Door een slepende inwendige infectie en een langdurige verkoudheid heeft hij al zichtbaar moeite met de trap die naar zijn kantoortje leidt; hij lijkt in geen velden of wegen meer op de `Sneeuwluipaard', zoals hij wel wordt genoemd, de man die twintig jaar lang sneeuwstormen, lawines, valpartijen, ijzige kou en andere ontberingen in de Himalaya's overleefde. ,,Ik ben aan het revalideren'', zegt hij half in het Engels, half in het Nepalees.

Ang Rita Sherpa begon zijn klimcarrière zoals de meeste van zijn streekgenoten in Khumbu, de ruige, straatarme regio ten zuiden van de Mount Everest die honderden topklimmers voortbracht. Als jonge, ongeschoolde weesjongen was hij gedwongen te werken als yak-hoeder, boer, handelaar en drager in het grensgebied met Tibet. Hij woonde in Thame, het boerendorp waar ook Tenzing Norgay vandaan kwam – de drager die volgens de Nepalese versie van de eerste succesvolle beklimming van de Mount Everest de Nieuw-Zeelander Edmund Hillary naar de top sleepte in 1953. ,,Ik klom als drager om iets bij te verdienen voor mijn familie'', zegt Ang Rita. Op zijn vijftiende kwam hij voor het eerst met een expeditie op de flanken van de Dhaulagiri terecht en ontdekte zijn eigen kracht toen hij zonder schoenen, maar met bepakking, Kamp 3 haalde. Omdat de concurrentie groot was onder de sherpa's duurde het tot 1979 voordat hij de berg helemaal beklom.

Daarna ging het snel bergopwaarts. Een jaar later bracht hij twee groepen van een Zwitserse expeditie vlak achter elkaar naar de top van dezelfde berg. ,,Toen ik dat had gedaan kreeg ik hoop dat ik een echte klimmer zou worden'', zegt hij. In mei 1983 kwam zijn grote droom uit toen hij met een Amerikaans-Duits team de Mount Everest voor het eerst bedwong – net als al zijn eerdere beklimmingen, zonder extra zuurstof. Ook daarna zou hij alleen zuurstofflessen dragen voor zijn werkgevers.

Sinds zijn eerste en laatste beklimming van de Everest veranderde veel. Niet alleen zag hij veel klimmers en sherpa's sterven op de berg, de houding van de klimmers is volgens hem veranderd. Behalve een uitdaging is de berg ook een ijskerkhof geworden sinds de eerste beklimming door Hillary en Norgay. Ruim zevenhonderd klimmers haalden de top, honderdvijftig mensen vonden de dood.

Eén van de grootste rampen had plaats in mei 1996, vlak voordat Ang Rita voor de tiende keer naar de top zwoegde. In een sneeuwstorm kwamen acht klimmers om het leven, onder wie amateurs, maar ook twee ervaren klimmers, de Amerikaan Scott Fisher en de Nieuw-Zeelander Rob Hall, die vijf keer op de top had gestaan. De tragedie onderstreepte dat de moeder-god, zoals de Tibetanen de berg noemen, op een kwade dag niet meewerkt met de mensheid. ,,De mensen behandelen de bergen met steeds minder respect. Daarom sterven er veel klimmers. Ik ben vaak treurig geweest van fatale ongelukken op de berg, maar ik heb mijzelf altijd getroost met de gedachte dat dit bij het leven van een bergbeklimmer hoort.''

Het gebrek aan respect voor de Himalaya's blijkt ook uit de enorme vervuiling die de expedities hebben veroorzaakt. De Mount Everest groeide in de jaren tachtig en negentig zonder al te veel concurrentie uit tot de grootste vuilnisbelt ter wereld – een verzamelplaats van lege zuurstofflessen, drankflessen, blik, kapotte tenten en ander vuilnis. Alleen met een aantal draconische maatregelen, zoals een hoge borgsom voor expedities die pas wordt teruggegeven als alle materialen weer van de berg zijn, konden de autoriteiten een ecologische ramp afwenden.

Ang Rita Sherpa, wiens twee zonen inmiddels beiden de Mount Everest al op hun palmares hebben staan, is zijn leven lang achtervolgd door kritiek op zijn techniek, vooral van de gentleman-klimmers uit Europa en Amerika. Ang Rita schiet in de lach. ,,Ik heb nooit op school gezeten en ook nooit een klimcursus gekregen. Maar met een leven tussen sneeuw en rotsen leer je snel. Ik heb door mijn ervaring meer geleerd dan op een klimcursus.''

Hoewel hij wordt beschouwd als een van de beste klimmers uit de geschiedenis heeft Ang Rita Sherpa het gevoel dat zijn carrière niet compleet is. Hij klom nooit buiten Nepal. ,,Ik had graag in de Amerikaanse Rockies geklommen, maar mijn grootste wens was altijd beklimming van de K2, de één-na-hoogste berg. En de Nanga Parbat, even verderop.'' Niet dat hij faalde op de twee Pakistaanse bergen boven de achtduizend meter, hij kreeg nooit de kans omdat hij simpelweg nooit werd gevraagd door expedities in de bergen rondom de Indus-vallei. Zelf had hij geen geld of sponsors. Waarschijnlijk werd Ang Rita Sherpa, net als andere Nepalezen, om die reden nooit zo beroemd als Hillary, of Messner – de eerste klimmer die het Himalaya-circuit van alle veertien achtduizend-metertoppen voltooide.

,,Het klimmen heeft mij nooit genoeg geld opgeleverd om mijn gezin te onderhouden. Dat is het lot van de sherpa's'', zegt hij zonder wrok. ,,Maar sherpa's zijn klimmers van wereldklasse. Ik hoop dat ze eens kunnen profiteren van hun doorzettingsvermogen en hun wil om bergen te bedwingen.''