Ruimtegebrek buren kans voor Vlissingen

Het Antwerpse overslagbedrijf Hessenatie gaat in Vlissingen containers overslaan. Het ruimtegebrek in Rotterdam en Antwerpen biedt de haven nieuwe kansen.

Investeren in maritieme infrastructuur is vaak een riskante onderneming. Dat bleek vorige week nog eens tijdens een bijeenkomst van Rotterdamse en Amsterdamse havenondernemers in het nieuwe ABN Amro-hoofdkantoor. Bankier Hans ten Cate vroeg zich daar af hoe het mogelijk was dat de aanleg van een nieuwe bananenterminal in de Eemshaven van Delfzijl zo hopeloos was geflopt.

,,Dat kan ik u wel vertellen'', repliceerde de voormalige `industriepaus' van de Partij van de Arbeid en huidig voorzitter van de Nationale Havenraad, Arie van der Hek. Wie in zo'n terminal investeert zonder concrete toezeggingen van de grote bananenhandelaren in de wereld, verklaarde hij, neemt een onverantwoord risico. ,,Daar moet je dus geen dubbeltje insteken.''

Dezelfde vragen als bij de bananenterminal van Delfzijl roept ook de nieuwe containerterminal van Amsterdam op. De gemeente Amsterdam steekt 280 miljoen gulden in deze state of the art terminal, waar de grootste containerschepen aan twee zijden kunnen lossen. De Amerikaanse uitbater Kristof Kritikos heeft echter nooit duidelijk kunnen maken of er voldoende reders bereid zijn van de terminal gebruik te maken.

Dergelijke problemen spelen bij de nieuw te bouwen containerterminal in Vlissingen, waarover nu een akkoord is bereikt, nauwelijks een rol. Evenals Amsterdam speelt Vlissingen nog nauwelijks een rol in de containeroverslag. Maar met de hulp van `grote broer' Rotterdam, de grootste containerhaven van Europa, zal daar snel verandering in komen.

De exploitant van de nieuwe containerterminal in Vlissingen, het Antwerpse overslagbedrijf Hessenatie, behandelt al 70 procent van alle containers die in Antwerpen worden overgeslagen (3,4 miljoen twintigvoets eenheden, TEU). Het bedrijf heeft contacten met vrijwel alle belangrijke containerlijnen in de wereld. Hessenatie kan dus een groot werkpakket meenemen, wat het risoco voor Vlissingen minimaal makt.

Het plan is bovendien uitvoerig onderzocht door Hessenatie Consult. Uit dit onderzoek is onder meer gebleken dat Vlissingen voor het sterk groeiende `transshipment', de overslag van containers van schip naar schip, een veel interessanter locatie is dan Antwerpen. Het is immers uiterst oneconomisch om eerst containers de Schelde op te varen en ze daarna weer terug te brengen. Daarnaast worden de activiteiten in de haven van Antwerpen – ondanks de baggerpogingen – nog steeds gefrustreerd door de geringe diepgang van de rivier de Schelde. Een overslagpunt aan de monding van het diepere water van de Westerschelde is zeer interessant voor Hessenatie, dat de Antwerpse concurrent Noordnatie al een eind richting Nederland heeft zien opschuiven met de bouw van de Noordzeeterminal. Eén van 's werelds grootste containerrederijen, P&O Nedlloyd, is daar vaste klant.

Evenals Rotterdam kampt ook Antwerpen op containergebied met ruimtegebrek. Het is dus alleszins begrijpelijk dat het grootste containeroverslagbedrijf uit Antwerpen een deel van zijn containers gaat overslaan in Nederland. Het is zijn bedoeling straks containerschepen van de nieuwe generatie, die maar liefst ruim 6.000 containers kunnen bergen, in Vlissingen te lossen. De containers met bestemming Antwerpen gaan dan in kleinere schepen verder over de Schelde.

Dat het gemeentelijk havenbedrijf van Rotterdam (GHR) mede in het Vlissingse project investeert is evenmin gespeend van logica. Tot 2010 kan Rotterdam, dat ook krap in z'n jas zit, een deel van capaciteitstekort opvangen in Vlissingen. Tegen die tijd kan Rotterdam nieuwe containergroei weer zelf gaan accommoderen op de aan te leggen tweede Maasvlakte.

Vlissingen wordt daarmee als haven meer en meer een verlengde van 's werelds grootste haven Rotterdam. Dat het GHR er niet voor terugdeinst met Rotterdams geld een belangrijke Antwerpse concurrent van Rotterdam in Vlissingen te huisvesten, noemt GHR-directeur Willem Scholten ,,niet relevant''.

Scholten: ,,We sturen zelf mee. Bovendien vloeit een deel van de inkomsten weer terug in de kas van Rotterdam.''