Peper wil minder leden in de Staten

Het aantal Statenleden bij een provincie zal in de toekomst minimaal 35 en maximaal 51 bedragen, afhankelijk van het aantal inwoners. Provincies met minder dan 500.000 inwoners mogen niet meer dan 35 Statenleden hebben, provincies met meer dan drie miljoen inwoners maximaal 51. Minister Peper (Binnenlandse Zaken) gaat daartoe een wetsvoorstel voorbereiden. Dat bleek gisteren tijdens een overleg in de Tweede Kamer, waar een krappe meerderheid van PvdA en VVD - samen goed voor 83 zetels - zich achter de plannen van Peper schaarde. De minister had zijn ideeën in oktober in een brief aan de Tweedde Kamer ontvouwd.

Het Tweede-Kamerlid De Cloe (PvdA) is het eens met een verkleining van de Staten, maar hij vindt dat de leden dan wel beter ondersteund moeten worden om hun controlerende functie uit te oefenen. Daarbij valt te denken aan een enquêterecht of aan hulp van een provinciale Rekenkamer. De verkleining mag in elk geval niet bedoeld zijn om te bezuinigen.

De Cloe's collega Luchtenveld (VVD) is het daarmee eens, maar vindt dat de Statenleden uit het vrijkomende geld een betere honorering zouden moeten krijgen, die bijvoorbeeld vergelijkbaar is met de schadeloosstelling van gemeenteraadsleden in de grote steden. Op die manier wordt het ook voor mensen uit het bedrijfsleven aantrekkelijker om zich met het lokale bestuur te gaan bemoeien.

Het Kamerlid Scheltema-de Nie (D66) meent, evenals de kleine oppositiepartijen, dat de vermindering van het aantal Statenleden niet ten koste mag gaan van de representativiteit. Zij pleitte daarom voor een minder drastische beperking en voor een maximaal aantal leden van 55. Het CDA wil, net zoals GroenLinks, SP, SGP en GPV/RPF, liefst helemaal geen verandering, maar als die onvermijdelijk is willen de fracties geen maximum van 51 leden, maar van 75.