Netelenbos: meer greep nodig op NS

Minister Netelenbos (Verkeer en Waterstaat) vindt dat de overheid te weinig greep heeft op de verzelfstandigde Nederlandse Spoorwegen, terwijl het bedrijf tegelijkertijd niet is blootgesteld aan ,,de tucht van de markt''.

Ze wil op zoek naar manieren om hetzij de tucht van de staat, hetzij de tucht van de markt te vergroten. ,,Een tuchtloze periode is het allerslechtste van alle dingen'', verklaarde de minister gisteren tijdens overleg met de Tweede Kamer over de gunning van het contract voor de exploitatie van de hogesnelheidslijn-zuid.

De minister deed haar uitlatingen in reactie op de opmerking van het PvdA-Kamerlid Van Gijzel, die stelde dat de relatie tussen de overheid en de NS nodig herzien diende te worden. Evenmin als Netelenbos kon hij echter onmiddellijk aangeven hoe de betrekkingen met de NS op een nieuwe leest geschoeid zouden kunnen worden. Ook het CDA zei Van Gijzels zorgen op dit punt te delen. Netelenbos kondigde in dit verband aan de komende maanden enkele toekomstscenario's voor de NS te zullen schetsen.

Ook in het debat over de hsl-zuid stond de vraag centraal of het kabinet bij de gunning van het exploitatiecontract de tucht van de markt dient te zoeken in de vorm van een openbare aanbesteding. Netelenbos zelf is hier sterk voor, nadat ze een eerste exclusief bod van de NS vorige maand van de hand had gewezen als kwalitatief en financieel onvoldoende.

Dit ging een meerderheid van de Tweede Kamer gisteren echter te snel. Alle fracties wensen in meerdere of mindere mate opheldering over een aantal belangrijke vragen alvorens tot een openbare aanbesteding over te gaan. Zo moet Netelenbos helder aangeven wat de zogeheten kannibaliseringseffecten zijn, wanneer een andere maatschappij alle hsl-treinen zou exploiteren. Zouden de nu nog zo lucratieve Intercity-treinen van de NS tussen Amsterdam en Rotterdam dan bij voorbeeld leeg raken? Ook verlangt de Kamer meer duidelijkheid omtrent reciprociteit. Daarbij gaat het om de vraag of de NS en andere Nederlandse vervoersbedrijven evenveel toegang krijgen tot bij voorbeeld de Belgische en Franse spoormarkt als Belgische en Franse bedrijven tot de Nederlandse. Afgesproken werd dat minister Netelenbos tot maart krijgt om deze vragen op een bevredigende manier te beantwoorden. Pas daarna wil de Kamer een besluit nemen omtrent het al dan niet doorgaan van de openbare aanbesteding.Minister Netelenbos neemt in die tussentijd wel de vrijheid alvast contacten te leggen met partijen die geïnteresseerd zijn in het hsl-contract. Ze zal echter nog geen onherroepelijke verplichtingen aangaan.