Nationalisten in Baskenland voeren spanning op

Het streven naar onafhankelijkheid van sommige Baskische nationalisten kan leiden tot een breuk tussen de grootste Baskische partij PNV en Madrid. Dat kan gevolgen hebben voor de democratie.

,,Ik zou willen dat de Basken worden als Slovenië, als Holland.'' Xavier Arzalluz, leider van de doorgaans als gematigd omschreven Baskisch-nationalistische partij PNV, liet er deze week in een interview met het progressieve radio-station SER geen misverstand over bestaan. Als het aan hem ligt wordt Baskenland een aparte staat in Europa. En als 51 procent van de Basken in een referendum voor de onafhankelijkheid stemt, dan is er een voldoende democratische basis voor een dergelijke afscheiding, aldus Arzalluz.

Met zijn uitlatingen heeft Arzalluz de politieke verhoudingen in Spanje verder op scherp gesteld. Vriend en vijand zijn wel wat gewend van Arzalluz. De leider van de grootste partij in Baskenland staat bekend om zijn grillige, vaak uiterst demagogische uitlatingen. Maar zijn uitspraken komen ditmaal extra hard aan: de Baskische afscheidingsbeweging ETA heeft immers aangekondigd dat zij haar terreur-aanslagen na ruim een jaar weer zal hervatten omdat het niet snel genoeg gaat met de vorming van Groot-Baskenland. Terwijl Spanje in angst afwacht tot de volgende niet-nationalistische politicus in Baskenland wordt vermoord, lijkt de leider van de PNV aan alle eisen van de ETA toe te willen geven.

Sinds zijn partij vorig jaar een politiek akkoord sloot met de ETA-aanhang, ligt Arzalluz onafwendbaar op aanvaringskoers met de centrale regering in Madrid. Het pact met de ETA wordt door de nationalistische leider verdedigd als een methode om de terroristen een ,,zachte landing'' te bieden en binnen de parlementaire democratie te trekken. Maar voor de meeste Spanjaarden lijdt het geen twijfel of Arzalluz is bezig dwars door de Spaanse constitutionele spelregels heen te denderen ten bate van zijn eigen nationalistische agenda. En vooral ten koste van de niet-nationalistische partijen in Baskenland, die met circa de helft van het electoraat, de tol betalen voor de aanhoudende terreur van de ETA.

De situatie in Baskenland wordt daarmee hoe langer hoe meer een labyrint waarin zelfs ervaren politici hopeloos op zoek zijn naar de uitgang. De PNV leidt – met de steun van de politieke tak van de ETA – de minderheidsregering van de twee miljoen inwoners tellende regio Baskenland. De Baskische partij steunde op haar beurt de conservatieve minderheidsregering van premier Aznar in Madrid. Maar nadat de minister-president vorige week suggereerde dat de Baskische nationalisten op Duitse nazi's lijken en bezig zijn een soort Kosovo te creëren, zijn de verhoudingen op het vriespunt beland. Vandaag stemt de PNV voor het eerst tegen de begrotingsvoorstellen voor het komende jaar.

Met de verharde opstelling dreigt echter eveneens een institutionele crisis. Van verschillende zijden is er al op gewezen dat een centrale regering in Madrid zich niet kan permitteren de contacten met de grootste partij in Baskenland te verbreken. De Baskische president Ibarretxe op zijn beurt heeft al enigszins afstand genomen van de radicale koers van zijn partijleider Arzalluz en gewezen op het belang van een zekere verstandhouding met het centrale gezag.

Binnen de PNV zelf rommelt het immers eveneens: het grootste deel van de achterban voelt maar weinig voor de afscheidingsplannen en heeft traditioneel al helemaal niets op met de radicale achterban van de ETA. Het hoefde dan ook geen verwondering te wekken dat op hetzelfde moment dat Arzalluz voor de radio zijn radicale uitspraken deed, op een andere zender zijn parlementaire woordvoerder Anasagasti precies het tegendeel beweerde: de PNV was niet uit op onafhankelijkheid en was dat ook nooit geweest.

Met de landelijke verkiezingen in maart in het vooruitzicht moet dan ook de vraag gesteld worden in hoeverre het nationalistische wapengekletter serieus genomen moet worden. Serieus genoeg, zo meende de voormalige socialistische premier Felipe González, om ondanks alle uitspraken van Arzalluz de banden met de PNV te herstellen. Zo niet, dan dreigt de Baskische kwestie te leiden tot een radicalisering van de nationalisten die een daadwerkelijke bedreiging vormt voor de eenheid van Spanje. En daarmee voor het democratische project dat sinds de dood van Franco zo succesvol is uitgevoerd.