Koninklijke Bibliotheek koopt vriendenboeken

Het zijn kleine, fluwelen of brokaten boekjes, de ene rood, de ander paars of zwart, en je kan er op een rommelmarkt zo aan voorbijlopen. Dat zou dom zijn, want de Koninklijke Bibliotheek (KB) in Den Haag heeft er net de grootste som uit zijn geschiedenis voor betaald: zeven ton voor elf 16de- en 17de-eeuwse vriendenboeken of alba amicorum, versierd met goudstempelingen en sluitlinten, maar vooral met bonte, bijbelse en mythologische taferelen in gouache-verf. Het Friese, adellijke geslacht Van Harinxma thoe Slooten heeft er al die eeuwen stilletjes over gewaakt.

,,Sinds een publicatie in 1857 was deze collectie ons bekend'', vertelt Kees Thomassen, conservator na-middeleeuwse handschriften van de KB. ,,In de jaren tachtig heb ik wel eens wat telefoonnummers van de Van Harinxma's gedraaid, maar ook met brieven aan een zekere Oom Hubert kwam ik niet veel verder.'' Kunsthandelaar Th. Laurentius uit Voorschoten deed niets. Op een dag stond er gewoon een mevrouw Van Harinxma thoe Slooten voor de deur. En daarna had de KB nog een jaar nodig om bij zeven fondsen het geld te vergaren.

De KB bezit in totaal 450 zeer uiteenlopende `poëziealbums' uit de 16de tot en met de 20ste eeuw. Afgezien van de luxueuze vormgeving, de voorbeeldige oorspronkelijke staat en de vele wapenschilderingen, is vooral deze collectie zo uitzonderlijk omdat ze één enkele familie toebehoorde en omdat er vier alba van dames Van Harinxma tussen zitten. Dames-alba zijn al zeldzaam en deze hebben nog meer gewicht, want, dankzij de bijdragen van andere Friese, adellijke dames, maakte het gebruikelijke, romantische gezwijmel plaats voor dezelfde ingetogen vorm en inhoud als de alba van broers en neven.

Bij het begin van hun studie kregen vanaf de 16de eeuw vooral jonge heren zo'n album mee. Ze waren rijk, protestants en woonachtig in noordelijk Europa. Na Leiden of Leuven trokken ze als `Germaanse Natie' met hun `Gesellenbuch' of `Vrundboeck' van universiteit naar universiteit, naar Wittenberg, Uppsala, Genève, Orléans, Bourges en Padua. En daar verleidden ze hun professoren, studievrienden en beminnelijke passanten om een inscriptie in hun album achter te laten. Soms werd het een wapenschildering met naam en datum, maar liever natuurlijk een geleerd citaat of een gedicht, zoals Homme van Harinxma thoe Slooten omstreeks 1600 overkwam. In zijn achtkantige album, het enige in zijn soort, verraste mede-student Janus Gruterus hem met een gedicht in het Latijn plus een Nederlands sonnet over hun vriendschap. Homme's neef Pieter, een vlijtige verzamelaar van inscripties, bofte ook al met de onverslijtbare levensles van vriend Hessel ab Aylva: `Drinck ick veel soo bederf ick,/drinck ick niet soo sterf ick.'

Tekstonderzoek zal straks opheldering geven over bijvoorbeeld het `inscriptiegedrag' van Europese geleerden. Maar net als bij de laat-middeleeuwse getijdenboeken, spreken de anonieme illustraties, soms naar voorbeeld van bekende meesters, veel meer tot de verbeelding. Of het nu een veldslag van Hannibal is, de Val van Icarus of de Griekse god Phaëton die als tegenstander van Zeus op zijn zonnewagen een fatale tocht door een zwart hemelgat maakt – elke miniatuur, hoe amateuristisch ook, is liefdevol aan het `Vrundboeck' toevertrouwd, alsof de pietje-precieze schilder al bevroedde dat zijn blad ooit in een nieuwe, strikt beveiligde vitrine zou belanden.

Tot 15/1/00, van ma. t/m vr. van 9-17 uur, zat. 9-13 uur in Koninklijke Bibliotheek, Prins Willem-Alexanderhof 5, Den Haag.