Jachtkick zonder dat er bloed vloeit

Zuid-Afrika experimenteert met de eco-jacht op olifanten. Onder het motto: wel schieten, niet doden. Maar er gaat wel eens iets mis.

De twee jagers zijn zenuwachtig. Ze zijn gewend met scherp te schieten. Nu moeten ze gebruik maken van een wapen met verdovingspijl. Midden in het Timbavati Natuurpark moet het gebeuren: het `afschieten' van een mannetjesolifant, zonder hem te doden. De jagers, met gewapende rugdekking van een parkopzichter en een dierenarts, sluipen voorzichtig op hun doel af. Als de prooi in zicht is, legt John Leech als eerste aan, maar hij krijgt geen kans om te vuren. De dikhuid heeft het mensengezelschap in de smiezen en wenst niet aan het spelletje mee te doen: hij gaat meteen in de aanval. Beng, beng, beng, klinkt het FN.458-geweer van Brian Harris, de opzichter. Kogels treffen de stier tussen de ogen. Hij gaat neer, staat weer op, nog een schot, en nog een. Uiteindelijk zijn er tien schoten nodig om het dier af te maken. De experimentele ecojacht is op een fiasco uitgedraaid.

,,Dit gedrag van deze olifant was zeer ongebruikelijk. Hij was een lastpak'', zegt Harris. De parkwachter vermoedt verder dat het dier van middelbare leeftijd in de bronst was. ,,Al rook ik zijn penis niet, want dat is gewoonlijk het geval bij bronstige olifantstieren, die ruik je van verre.'' Later wordt de gevelde reus gevild en in stukken gesneden. Het vlees gaat naar de werkers, `voor bewezen diensten'. Het karkas met toebehoren krijgen de hyena's en de gieren. De slagtanden slaat men op.

,,We wisten dat dit kon gebeuren'', zegt de Keniase uitvinder van de eco-jacht, Iain Douglas-Hamilton. ,,Gelukkig zijn er geen doden bij gevallen.'' Behalve de olifant dan. Douglas-Hamilton is namens zijn organisatie Save The Elephants speciaal voor deze gelegenheid overgevlogen uit Nairobi. De bedoeling was om de gevelde beesten tijdens hun periode van verdoving te voorzien van een halsband met elektronica zodat hun gaan en staan op wetenschappelijk wijze kon worden nagegaan.

,,De jagers krijgen hun zo kick, zonder dat de olifant sterft.'' Zo omschrijft Douglas-Hamilton de opzet van de eco-jacht. ,,Sterker nog: de jager beleeft het extra genoegen dat het beest na de jacht weer gewoon opstaat, zoals een sportvisser zijn vis na het teruggooien weer ziet zwemmen. Volgens de olifantendeskundige is jagen op deze manier zelfs zeer welkom, want via de halsbanden kan het sociale leven van de olifanten worden geanalyseerd en dat kan bijdragen tot instandhouding van de soort. 's Middags gaat het jachtgezelschap weer op pad en nu lukt het wel: verdovingspijlen gevuld met M-99 serum leggen twee olifantstieren neer en Douglas-Hamilton bevestigt de enorme halsbanden. De twee jagers, die allebei 18.000 dollar moesten neertellen voor hun pleziertje, kunnen per privé-vliegtuigje tevreden terugvliegen naar hun woonplaats Johannesburg. Mannen moeten jagen. Het zit hun in het bloed, vastgekoekt in de genen, zegt Marlene McCay, Zij is eigenares van Tanda Tula, het luxueuze wildverblijf van waaruit de olifantenjacht is georganiseerd. Ooit was de mens voor zijn overleving afhankelijk van het doden van dieren en die noodzakelijkheid is de mannelijke helft der mensheid als drift bijgebleven. McCay zegt dat er nog steeds grote vraag bestaat naar jachttrofeeën. De olifant en de leeuw zijn het meest gewild.

De meeste van de honderden wildparken en -gastenverblijven in Zuid-Afrika hebben vergunningen voor een beperkte jacht. De jachtdoelen worden van te voren bepaald: het moeten oudere mannetjesolifanten zijn, die niet meer deel uitmaken van een sociale groep. Jagen op een olifantkoe is volgens de kenners uit den boze: de kudde beschermt de koeien en de kalveren. Veel parken kunnen ook niet anders dan de jacht toestaan, want ze zijn er financieel van afhankelijk.

De ironie wil overigens dat uitgerekend in Zuid-Afrika de olifanten een onbekommerd bestaan leiden. Het zijn noordelijker Afrikaanse landen, zoals Kenia, waar stroperij aan de orde van de dag is en de soort onder voortdurende bedreiging leeft. In Zuid-Afrika is het omgekeerde het geval, in de meeste wildparken zijn juist teveel olifanten. Omdat het dier geen natuurlijke vijanden heeft en zijn habitat door de mens wordt beschermd kan het zich onbeperkt voortplanten. ,,We moeten ieder jaar een aantal olifanten afschieten'', zegt een opzichter in het Kruger Park. ,,De olifant is op zich namelijk een kleine natuurramp die veel vegetatie verwoest.''

Eco-jacht vindt de man uit het Kruger Park een `leuk idee'. Maar het kan in Zuid-Afrika nooit in de plaats komen van het afschieten. ,,Wildparken kunnen alleen blijven bestaan als we de mens de wildstand bijhoudt en zonodig corrigeert.''

De experimenten met de ecojacht gaan voorlopig door, maar verder dan de grote grazers als de olifant, neushoorn en buffel zullen de pijltjes nooit komen. Parkopzichter Harris: ,,Bij een leeuw hoef je dit niet te proberen, die heeft je van grote afstand al in de gaten en het is veel te gevaarlijk om zo dichtbij te komen als voor het schieten met een pijltje nodig is.'' Op leeuwen blijft men daarom met scherp schieten, ook in Zuid-Afrika.