`IJzeren gordijn' in Panama blijft

De hekken die de Amerikanen scheidden van de Panamezen, blijven na de overdracht van het kanaal gewoon staan, zodat gewone Panamezen straks niet in de nieuwe luxe-hotels kunnen komen.

Ze onttrekken het kanaal van Panama aan het zicht. Kilometerslange hekken die 2,8 miljoen Panamezen jarenlang scheidden van 15.000 Amerikaanse soldaten. Hoewel het kanaal en de militaire zone erlangs gisteren ceremonieel werden overgedragen aan Panama - sommige gebieden zijn zelfs jaren geleden al teruggeven -, is er nog geen aanstalten gemaakt het `ijzeren gordijn' naar beneden te halen. Sterker nog, de hekken, voor veel Panamezen symbool van het Amerikaanse kolonialisme, blijven gewoon staan.

De overdracht van de kanaalzone is één van de grootste onroerendgoedtransacties in de geschiedenis. De Amerikanen laten 94.385 hectare grond achter en 7000 gebouwen en andere infrastructuur ter waarde van 3 à 4 miljard dollar. Voor de zone, ingericht als één grote militaire basis, moet een nieuwe bestemming worden gevonden. Een deel ervan krijgt een plaats in het plan van Nationale Veiligheid waaronder ook de veiligheid van het kanaal valt. Maar de regering van de presidente, Mireya Moscoso, denkt verder vooral aan industrie, hotels, ecotoerisme en huisvesting.

,,De regering houdt een enclave-mentaliteit in stand'', zegt de stadsarchitect Kurt Dillon, een Amerikaan die in de zone werd geboren maar zichzelf honderd procent Panamees voelt. ,,De onderliggende gedachte van het herbestemmingsplan is dat de markt bepaalt wat er met het land gebeurt. Alles wordt verkocht aan de hoogste bieder. Daardoor blijven die gebieden exclusief en gescheiden van de rest van Panama.''

Het meest `lugubere' voorbeeld daarvan is het oude terrein van Fort Gullick, vlakbij de noordelijke kuststad Colón. Daar was gevestigd de School of the America's, een militair instituut van de VS. Voormalige studenten van het instituut zijn de Panamese dictator Manuel Noriega, zijn Argentijnse evenknie Leopoldo Galtieri en Roberto D'Aubuisson, die in verband wordt gebracht met het bloedbad in 1981 in El Mozoto, El Salvador. Paramilitaire doodseskaders slachtten bij die gelegenheid 900 burgers af. In 1996 gaf het Pentagon toe dat tot 1991 op het instituut 'onoffici"ele' handleidingen circuleerden met instructies voor martel- en afpersingsmethoden en het gebruik van `waarheidsserum'.

Alleen een omver gevallen kanon herinnert nu nog aan de School of the Americas. Het militair instituut verhuisde in 1984 naar Fort Benning in het Amerikaanse Georgia. Op de plek werken nu vijfhonderd bouwvakkers aan de constructie van een - exclusief - luxehotel met 313 kamers, gevestigd in de twee reusachtige militaire barakken op het terrein. Het Spaanse bouwconcern Sol Meliá verwacht volgend jaar maart de deuren van het Meliá Panama Canal Hotel te openen.

Sol Meliá heeft het terrein bewust gekocht vanwege zijn beruchte verleden, vertelt de Spanjaard Sergio Baños, die leiding geeft aan de werkzaamheden. ,,We zijn nu alle historische data aan het verzamelen, maar denken nog na over de manier waarop we die aan de gasten zullen presenteren.'' In welke kamer sliep Noriega? Of D'Aubuisson? Baños sluit niet uit dat er een portrettengalerij komt.

Het uitzicht vanuit de presidentiële suite in aanbouw is adembenemend. Wie bereid is om 2300 dollar per nacht neer te leggen, kan genieten van het uitgestrekte meer met zijn jungle-eilandjes waar in de jaren zestig Vietnamese oorlogssituaties werden nagebootst.

Beneden komt een zwembad met een aqua-bar. Een golfterrein van 900.000 vierkante meter. Een privé-strand van 40.000 vierkante meter. De gasten kunnen zich suf roken in een klassiek ingerichte sigarenbar. Of suf eten in de twee restaurants - ,,met show-cooking''. Of suf shoppen in het winkelcentrum van het hotel. Er komt een tennisbaan. Over een landingsplateau voor helikopters wordt nog nagedacht. ,,En alle ruimtes zijn gemuzikaliseerd'', zegt Baños.

Maar de hekken blijven staan. Baños: ,,We worden helemaal zelfvoorzienend. Eigen elektriciteit, watervoorziening. De gasten hoeven niet naar Colón voor hun boodschappen. Alles is op het terrein aanwezig.''

Er is natuurlijk wel geprotesteerd door mensenrechtenorganisaties over de nieuwe bestemming van de School of the Americas ,,maar uiteindelijk zorgen wij wel voor werkgelegenheid''.

De klinische schoonheid van de kanaalzone vloekt met de modderpoel die Colón is. Daar kijken de gasten van hotel gelukkig niet op uit. Bij elke grote tropische regenbui lopen de straten van Colón vol met bruin water, omdat het rioleringssysteem niet meer van deze tijd is. Een drietal inwoners is vorige week tijdens zo'n bui verdronken. Veel huizen zijn half ingestort. Dekens dienen als muren. Een vuilnisophaaldienst lijkt de stad niet te kennen.

,,In het centrum van Colón wonen zestigduizend arbeiders met ernstige infrastructurele problemen, terwijl een paar kilometer verderop de kanaalzone wordt verkocht aan de hoogste bieder'', klaagt stadsarchitect Dillon. ,,Veel Panamezen blijven hopen dat de kanaalzone zal worden gebruikt om de schrijnende sociale problemen van het land op te lossen.'' Maar van de ruim 90.000 hectare kanaalzone zal slechts 400 worden besteed aan sociale huisvesting. De grote uitverkoop die de regering houdt, maakt de mensen bitter.

,,De waarde van land wordt onderschat in Panama'', zo meent Dillon. ,,Zo snel mogelijk verkopen, dat is steeds het doel. Maar je moet de grond zien als een soort spaarrekening, voor de toekomst. Als de problemen echt nijpend worden, kun je er altijd een beroep op doen.''

Zelfs de oceaan, die volgens de grondwet van iedereen is en daarom nooit verkocht mag worden, staat in de etalage. Een projectontwikkelaar kocht onlangs een stuk zee, pal voor Panama-stad. Hij wil daar een vakantie-eiland neerplanten. Zelfvoorzienend. Met een hek.