Hond

Aleksandar Tisma, de grote schrijver en intellectueel, begint direct over een interview dat hij zag, met een Joegoslavische toneelschrijver. ,,Ze vroegen hem of het geen drama was, wat er met dit land gebeurd is. Hij zei: `Nee, dit is geen materiaal voor een tragedie, maar voor een komedie.' En hij had gelijk. Alle grote naties, die ten oorlog trekken tegen dat rare Joegoslavië. Alle kwaad van de wereld, dat opeens in dit kleine land is samengebald...

,,Iedere arme man is een dwaas, weet u. Gewoon omdat hij arm is. Zijn kleren zitten slecht, zijn haar is niet geknipt, hij is vuil, dwaas. Zulke dwazen zijn wij. Wij zijn de dorpsidioten van de wereld. We leven in een getto, we hebben geen contacten meer. Ik heb nog altijd het gevoel dat deze dingen niet werkelijk gebeuren, dat het morgen over is, als een verkoudheid. Maar ik vrees dat het lang zal gaan duren.

,,De armoede, het uiteenvallen van het land, het schept een realiteit waarin bijna niet te leven valt. En daaruit worden mythen geboren, de ene nog mooier dan de andere. Die dwaze arme man gelooft ze, en hij gelooft ze niet. Hij heeft die verhalen nodig om zijn ziel te troosten, maar hij gelooft niet dat ze hem zullen redden. Hij leeft in een shock.

,,Ik had ooit een hond, Jackie. Op een winterdag was die op een of andere manier op een ijsschots in de Donau beland. Ik rende erheen, riep hem, de hond hoefde maar een kleine stap te maken, maar hij zat daar maar. Uiteindelijk liep alles goed af. Zo is het ook met dit land: het zit als verstijfd op een ijsschots, en ondertussen zeilt het weg op de stroom.''