Bourgondiërs én calvinisten

Let's talk Dutch now

Marcel Metze

Uitgeverij De Arbeiderspers

264 blz. Prijs 39,90 gulden

ISBN 9029530596

Zou M. Metze ook drie consultants van organisatie-advies en interim management bureau Boer & Croon aan het woord hebben gelaten in Let's talk Dutch now als deze firma niet een van de initiatiefnemers (samen met Uitgeverij De Arbeiderspers) was geweest van zijn nieuwe boek? Het bureau leverde ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan het basisidee en talrijke hand- en spandiensten, maar respecteerde, zo stelt de auteur in de inleiding ,,als een waardige maecenas mijn positie van onafhankelijk publicist'.

Met andere woorden: het was Metze's eigen keuze om Boer & Croon medewerkers zo prominent op te voeren. Geen enkele andere organisatie is met zoveel sprekers vertegenwoordigd in het boek, dat een verhandeling is over 444 jaar ,,poldermodel'. Zoals het ook Metze's keuze is geweest om in de beschrijving van de flop van de sportzender Sport 7 ongeveer alle hoofdrolspelers te noemen (van John de Mol tot Philips' Jan Timmer), maar de naam van KNVB-voorzitter J. Staatsen (,,we gaan iets nieuws doen') onvermeld te laten. Staatsen, die verderop in het boek wel aan het woord komt, is vennoot bij Boer & Croon.

Na Philips (Kortsluiting), de financiële wereld (De geur van geld) en het CDA (De stranding) heeft Metze nu gekozen voor het reilen en zeilen van de BV Nederland. ,,Het verenigen van het onverenigbare is in de Lage Landen verheven tot een kunst met vele verschijningsvormen. We zijn bourgondiërs én calvinisten, individualistisch én solidair, elitair én egalitair, paternalistisch én democratisch, Rijnlands én Angelsaksisch.' Maar in het Engels heeft het woord Dutch vrijwel steevast een negatieve connotatie: gierig, hypocriet.

Metze's timing is perfect. De publicitaire crisis in de uitvoering van de sociale zekerheid, waar de centrale organisaties van werkgevers en werknemers (samen: de sociale partners) hun bestuurlijke rol dreigen te verliezen, staat garant voor nieuwe beschouwingen in de media. Is na het overrompelende succes nu het einde van het poldermodel, zoals wij dat kennen, nabij?

Als één ding uit het boek blijkt is wel dat elk requiem voor het georganiseerde overleg van de overheid en de werkgevende en werknemende burgers te vroeg is. Het overleg- en consensusmodel is er altijd al geweest, al was het in sommige tijden sterker dan in andere. En deze continuïteit maakt het tevens minder uniek. Elk land heeft wel vergelijkbare periodes van economische hoogvliegerij gehad, en dit is de Nederlandse variant. Waarom dan zoveel ophef de afgelopen jaren? Als klein land is Nederland extra gevoelig voor de aandacht die het grote buitenland aan het poldermodel heeft geschonken.

Metze verbindt vijf eeuwen van bestuur van Nederland met de opkomst, de groei en de ontzagwekkende internationale expansie van het Nederlandse bedrijfsleven en de rol van de Nederlandse managers daarin. Ook daarmee zit hij het nieuws op de hielen. Het vijandige overnamebod van de Britse mobiele-telefonie-aanbieder Vodafone om het Duitse conglomeraat Mannesmann (industrie en telefonie) te kopen tegen de zin van diens directie voor een recordbedrag van 270 miljard gulden zet het Rijnlandse model voor ondernemingsbestuur opnieuw in de schijnwerper.

Zijn de Nederlandse zakenelite en politici, met PvdA-fractieleider Melkert, trotse Rijnlanders of hebben zij zich bekeerd tot het Angelsaksische confrontatiekapitalisme, waarin het aandeelhoudersbelang naar de top van de prioriteitenlijst is gestegen? De manier waarop grote Nederlandse concerns worden bestuurd is weliswaar niet identiek aan de Duitse, maar de overeenkomsten (streven naar consensus, vertegenwoordiging van meer belangen dan die van de aandeelhouders) zijn sterker dan de verschillen.

Metze's breed opgezette boek stelt qua stijl en inhoud teleur. Het begint met de titel, een frase waarmee bij het Brits-Nederlandse Unilever (voeding, persoonlijke verzorging) gepoogd wordt door een hete brei in een vergadering te breken. Is het typisch Nederlands om een boek over een typisch Nederlands fenomeen een Engelse titel mee te geven?

Metze heeft een vlotte pen, maar sommige hoofdstukken zuchten onder opsommerigheid. Wat op een gegeven moment gaat irriteren is het veelvuldige gebruik van het woord we, als Nederland wordt bedoeld. Zo dringen de termen uit de tv-(sport)journalistiek steeds dieper door in segmenten van de samenleving waar zij helemaal niet gebruikt hoeven te worden.

Inhoudelijk biedt het boek te weinig hoogtepunten en nieuwe inzichten, daarvoor wil de auteur te veel overhoop halen. Het antwoord op de vraag of Nederland Angelsaksischer is geworden ligt voor de hand: ja.

Het verschijnsel poldermodel is een media event geworden en mede daardoor zijn de recente pieken en dalen al uit en te na besproken. Op een van de kernelementen van het boek, zoals de klassieke beschrijving van het karakter van de Nederlandse topmanager was J. Koelewijn vorig jaar in het magazine M van deze krant eerder en beter.

Het slot is een boek waardig dat ontsprong aan het gedachtegoed van een organisatie-adviesbureau. Metze kan de verleiding niet weerstaan en kruipt in de rol van adviseur om Nederland te vertellen hoe het verder moet gaan.