Amnestie voor minister Zuid-Afrika

De Zuid-Afrikaanse Waarheids- en Verzoeningscommissie heeft gisteren amnestie verleend aan de voormalige minister Adriaan Vlok. Maar de commissie wees amnestie af voor zes politieagenten die in 1985 vier activisten op gruwelijke wijze vermoordden.

Adriaan Vlok was minister van orde (nu het ministerie van veiligheid en securiteit genoemd) tussen 1986 en 1994 onder de presidenten P.W. Botha en F.W. de Klerk. In zijn hoedanigheid van minister gelastte hij twaalf jaar geleden een bomaanslag op het hoofdkwartier in Johannesburg van de vakbond Cosatu. Het gebouw leed zware schade, maar er vielen geen slachtoffers. De Waarheidscommissie oordeelde gisteren dat Vlok en 23 voormalige politieagenten werden gedreven door politieke motieven en daarom overeenkomstig de wet op waarheid en verzoening recht hadden op amnestie. Vlok is het hoogste lid van de voormalige apartheidsregering die amnestie aanvroeg voor zijn daden.

Vlok toonde zich in een reactie een opgelucht man. Tegenover de radio zei hij: ,,We waren betrokken in een oorlog en het was een smerige oorlog, maar nu weet ik dat het verkeerd was.'' Destijds loog Vlok keihard over zijn betrokkenheid. De officiële lezing van de toenmalige regering was dat `terroristen' achter de actie zaten. Geconfronteerd met die leugen zei Vlok gisteren spijt te hebben. Bij zijn verschijning voor de waarheidscommissie vroeg Vlok vorig jaar de vertegenwoordiging van Cosatu om vergiffenis.

In een andere geruchtmakende zaak wees de Waarheidscommissie gisteren amnestie af. Zes veiligheidsagenten ontvoerden in juni 1985 vier vooraanstaande leden van het Verenigd Democratisch Front nabij de havenstad Port Elizabeth. De vier mannen werden naar het plaatsje Cradock gebracht en daar op wrede wijze om het leven gebracht. De Waarheidscommissie oordeelde dat de voormalige politiemannen, van wie er één inmiddels is overleden, nooit volledige openheid van zaken gaven. Het spreken van de volledige waarheid is volgens de commissie voorwaarde voor verzoening én verkrijgen van amnestie. Ook moeten aanvragers kunnen aantonen dat hun daden politiek waren gemotiveerd. In dit geval luidde de conclusie van de commissie dat er ,,geen bewijsbare relatie was tussen de daad en politieke overwegingen''.

De meeste beruchte moordenaar namens de apartheid, Eugene de Kock, die eind 1996 door een rechtbank tot levenslang werd veroordeeld, kreeg gisteren amnestie voor zijn rol in de aanslag op Cosatu House en de moord op de Cradock Vier. Hij had wèl de waarheid gesproken, zo verklaarde de commissie. De Kock blijft niettemin gevangen zitten wegens meervoudige moord; zijn aanvragen om ook daarvoor amnestie te krijgen, komen volgend jaar aan bod.