Adelmund wil studielast tweede fase verlichten

Staatssecretaris Adelmund (Onderwijs) wil de eindexamenprogramma's voor Havo en VWO, de zogeheten tweede fase, voor de komende drie jaar verlichten. Zij wil een aantal praktische opdrachten schrappen. Ook wil ze twee vakken, een vreemde taal en algemene natuurwetenschappen, niet langer verplicht stellen (Havo) en versmallen (VWO). Dit voorstel heeft zij gisteren naar de Tweede Kamer gestuurd.

Adelmund komt hiermee tegemoet aan veel eisen van het `Stakingscomité Tweede Fase', dat vorige week 20.000 leerlingen op de been bracht om tegen het examenprogramma te protesteren in Den Haag. Zij vinden het programma te zwaar. Alle leerlingen volgen verplicht vijftien vakken, die zij allemaal met een voldoende moeten afronden om te slagen voor het eindexamen. Iedereen doet verplicht examen in wiskunde en vreemde talen. Daarnaast moeten leerlingen in het `studiehuis' zelfstandig leren werken. Ze moeten veel van hun tijd zelf indelen en veel praktische opdrachten uitvoeren, die volgens de leerlingen vaak tegelijk af moeten zijn.

Scholen mogen van Adelmund zelf beslissen of ze de verlichting invoeren. Volgens Adelmund krijgen leerlingen nu extra tijd om aan andere vakken te werken. Tweede-Kamerlid U. Lambrechts (D66), die al een jaar zegt dat de tweede fase te zwaar is, is blij met de voorgestelde verlichting. Zij betreurt het wel dat de keuze voor wijzigingen in het programma aan de schooldirecties is en niet aan leerlingen zelf. ,,Sommige directies zullen niet graag roosters gaan zitten veranderen tijdens de kerstvakantie.''

Volgens twee snelle onderzoeken van de Onderwijsinspectie en het `Procesmanagement' (PMVO), waar Adelmund haar oordeel op baseert, hebben leraren en leerlingen moeite met het organiseren van de uitvoering van alle opdrachten. Zij zeggen vaak meer dan de beoogde veertig uur per week bezig te zijn met schoolwerk. Adelmund gaat ervan uit dat er sprake is van `aanloopproblemen' en dat scholen over drie jaar genoeg ervaring hebben opgedaan met het studiehuis om leerlingen goed te begeleiden en het werk beter te organiseren.

De bedoeling is dat de exameneisen dan weer op het oorspronkelijke (huidige) niveau worden gebracht.

Het PMVO wijst er in het onderzoek echter op dat het grote aantal opdrachten eigenlijk een `structureel' probleem vormt – ook over drie jaar zullen leerlingen en leraren dat als een teveel ervaren. Volgens Kamerlid Lambrechts zal de Tweede Kamer over drie jaar niet terug willen naar het `zwaardere' programma. Ook de Vlaardingse 4-VWO-leerling R. de Jong, een van de zeven initiatiefnemers van de scholierenstaking, verwacht dat niet. ,,Het was gewoon te veel. Door te zeggen dat het over drie jaar wel te doen is, zeg je dus dat dit een invoeringsprobleem is van de scholen. Maar het probleem zat in het overvolle programma.'' Hij en zijn medeleerlingen zijn wel ,,heel blij'' dat ze hun doel hebben bereikt. Ook hun school, het Aquamarijn College, is trots, zegt hij. ,,Alleen balen de leraren dat zij het vuile werk moeten opknappen, namelijk roosters aanpassen.''

De tweede fase is bedoeld om leerlingen beter voor te bereiden op het hoger onderwijs. Daar haakt jaarlijks eenderde van de studenten af omdat zij niet voorbereid zijn of niet gemotiveerd. Middelbare scholieren moesten daarom in de tweede fase een bredere opleiding krijgen – zowel meer talen als wiskunde, algemene natuurwetenschappen en geschiedenis – en beter leren om zichzelf te redden.

Leraren en hoogleraren hebben er de laatste tijd op gewezen dat het nadrukkelijk de bedoeling was dat de tweede fase zwaarder zou worden dan het oude examenprogramma voor Havo en VWO. Zij hielden er rekening mee dat een aantal leerlingen dat niet zou aankunnen. Uit geen van de snelle onderzoeken is gebleken of 40 uur toereikend kan zijn voor de gemiddelde Havo- en VWO-leerling in de tweede fase.

HOOFDARTIKELpagina 9