Wanhoop in Roemenië

OF EMIL CONSTANTINESCU, president van Roemenië, vannacht zijn premier Radu Vasile naar huis mocht sturen is een vraag waarover grondwetsgeleerden het in Roemenië niet eens zijn. Vast staat dat nu ook op het niveau van de regering duidelijk is wat op andere niveaus al duidelijk wàs: Roemenië bevindt zich in een diepe politieke, economische, sociale en morele crisis. Minder dan een week nadat de Europese Unie het land als kandidaatlid heeft geaccepteerd is duidelijk dat Roemenië het zorgenkind van het jaar 2000 wordt. De centrum-rechtse regering van Vasile heeft er weinig van gebakken. Onderling gekonkel, geïntrigeer en gestook tussen de partijen van de centrum-rechtse regeringscoalitie hebben hervormingen in de weg gestaan. Corruptie, een overdaad aan bureaucratie, gebrek aan politieke wil, een grillig besluitvormingsproces en voortdurend veranderende regels hebben het hunne bijgedragen.

De afgelopen drie jaar is de economische situatie gedegradeerd van slecht tot rampzalig: een miljoen Roemenen zijn werkloos, het gemiddeld maandinkomen is gedaald tot 89 dollar, het BNP daalt elk jaar verder, de inflatie ligt dit jaar met rond vijftig procent twee keer zo hoog als begin dit jaar werd verwacht. Het gevolg: sociale onrust, rampzalige stakingen en demonstraties. ,,Jij dief!'', zo scholden bij de plechtige viering van de nationale feestdag op 1 december demonstranten president Constantinescu uit. ,,We bewijzen weer eens dat we worden gedomineerd door haat en geweld in plaats van door tolerantie. Roemenen hebben niets om trots op te zijn,'' zei de president later bitter. ,,Roemenië bewandelt een suïcidaal pad van haat, leugens en wild egoïsme'', zei drie dagen eerder Vasile's voorganger als premier, Victor Ciorbea.

ROEMENIË IS, politiek gezien, een verscheurd land. In 1927 concludeerde de politieke denker Mihai Ralea dat de politieke elite intelligentie, sluwheid, soepelheid en vooruitgangsdenken paart aan perfiditeit, egoïsme en oppervlakkigheid. Vijftig jaar dictatuur vormden een intermezzo, maar dit cultureel-historische gegeven is gebleven. Er loopt – nog steeds – een brede kloof tussen de zich zeer langzaam ontwikkelende civiele samenleving en de politieke elite. Die elite loopt achter bij de samenleving en kan niet aan de verwachtingen voldoen. Luidruchtige belangengroepen eisen de aandacht op en staan de ontwikkeling van de democratie in de weg. Het gevolg is politieke verlamming.

Het volk intussen is ongeduldig. Volgens een peiling in oktober vindt 64 procent van de Roemenen dat het leven onder Ceausescu beter was dan nu. Dat mag objectief gezien in elk opzicht onzin zijn, en het zegt veel over verdringing en een slecht functionerend geheugen. Maar de wanhoop waaruit die mening voortkomt is wel degelijk reëel. Het is een wanhoop die de EU in het toetredingsoverleg nog ernstig parten zal spelen. Het is ook een wanhoop die met conventionele middelen niet kan worden verzacht zolang in Boekarest maar één leider, Constantinescu, zich gedraagt met het verantwoordelijkheidsgevoel dat bij zijn functie past.