Sociaal stelsel is zaak van overheid

De plannen van het kabinet om de sociale zekerheid te hervormen leiden tot een verbetering van de reïntegratieproblemen, meent Lucy Kok.

In het nieuwe plan voor de reorganisatie van de uitvoering van werknemersverzekeringen kiezen de bewindslieden van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ervoor een groter deel van de uitvoering in publieke handen te houden. C. Teulings en R. van der Veen betoogden in deze krant van 24 november ten onrechte dat in die plannen de reïntegratie het kind van de rekening is.

De huidige publieke uitvoeringsinstellingen voor de werknemersverzekeringen voeren in hoofdlijnen drie taken uit: toelatingskeuringen, uitkeringsverstrekking en reïntegratie. In het oude plan waren alleen de toelatingskeuringen in publieke handen. Private bedrijven zouden de uitkeringsverstrekking en de reïntegratie uitvoeren. Werkgevers en werknemers zouden de opdrachtgevers worden van de private bedrijven. In de vorige plannen mochten alleen grote opdrachtgevers contracten afsluiten met private bedrijven. Bovendien waren de opdrachtgevers verplicht de uitkeringsverstrekking én de reïntegratietaken aan hetzelfde private bedrijf te gunnen. Zij konden dus niet met een bedrijf dat geen kaas gegeten had van uitkeringsverstrekking een contract afsluiten voor alleen de reïntegratietaken.

Volgens het nieuwe plan blijven zowel de uitvoering van de toelatingskeuringen als de uitkeringsverstrekking in publieke handen. Private bedrijven blijven de reïntegratie uitvoeren. Het opdrachtgeverschap voor de reïntegratie komt bij werkgevers (en werknemers) te liggen zolang de werknemer nog in dienst is. Dit geldt voor het ziektejaar en het eerste WAO-jaar. Voor de WW neemt de publieke uitvoeringsinstantie het opdrachtgeverschap op zich. Voor de WAO neemt de publieke uitvoeringsinstantie het opdrachtgeverschap over van de werkgever na het eerste WAO-jaar (behalve als de werkgever het wil behouden). Ook kleine bedrijven kunnen nu opdrachtgever worden.

Teulings en Van der Veen veronderstellen dat in de oude plannen verzekeringsmaatschappijen de grootste incentive hadden om arbeidsongeschikten en werklozen aan het werk te helpen. Alle incentives zouden daardoor bij privatisering precies goed liggen en een publiek reïntegratiebudget zou overbodig zijn. Bovendien veronderstellen zij dat door de uitkeringsverstrekking in publieke handen te laten, verzekeringsmaatschappijen geen invloed meer kunnen uitoefenen op de reïntegratie. Dit is onjuist.

Het financiële belang bij het aan het werk helpen van werklozen en arbeidsongeschikten ligt vooral bij de publieke sector. Het nieuwe plan heeft geen invloed op verdeling van de financiële risico's. Zowel het oude als het nieuwe plan gaat alleen over de uitvoering van de werknemersverzekeringen.

Wanneer iemand werkloos wordt, wordt de werkloosheidsuitkering het eerste half jaar per sector gefinancierd. Na het eerste half jaar wordt de werkloosheidsuitkering collectief gefinancierd. Voor de sectorale fondsen waren de lasten in 1998 in totaal 2 miljard, en voor het collectieve fonds 7 miljard gulden. Het financieel risico voor werkloosheid ligt dus voor het grootste deel bij de publieke sector. Verzekeringsmaatschappijen hebben geen enkele prikkel om werklozen aan het werk te helpen.

De eerste vijf jaar van de wettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering worden gefinancierd door een per onderneming gedifferentieerde werkgeverspremie. Deze is afhankelijk van het aantal werknemers dat in de WAO is terechtgekomen. Een onderneming die weet te voorkomen dat werknemers in de WAO komen, of ze weer snel weet te reïntegreren, betaalt een lagere premie dan bedrijven met een hoog arbeidsongeschiktheidsrisico. Voor degenen die langer dan vijf jaar arbeidsongeschikt zijn wordt de uitkering gefinancierd door een voor alle ondernemingen gelijke WAO-premie. Een zeer beperkt aantal werkgevers kiest ervoor de eerste vijf jaar de WAO-uitkeringen zelf te betalen of te herverzekeren. In juli 1999 ging het om 0,6 procent van de werkgevers. Een groot deel van de werkgevers heeft wel een bovenwettelijke WAO-verzekering voor zijn werknemers afgesloten. Met name voor die bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkeringen loopt de verzekeringsmaatschappij risico. Het gaat om een bedrag van ongeveer 1 miljard gulden. In de WAO gaat ongeveer 23 miljard gulden om, waarvan ongeveer eenderde via de gedifferentieerde premie wordt betaald. Het financiële risico voor arbeidsongeschiktheid ligt dus vooral bij de publieke sector en individuele werkgevers en voor een klein deel bij verzekeringsmaatschappijen.

In het oude plan waren vooral verzekeringsmaatschappijen geïnteresseerd in de private uitvoering van de werknemersverzekeringen. Zij waren geïnteresseerd in toetreding, omdat ze zelf belang hebben bij de reïntegratie van arbeidsongeschikten. Maar het was de vraag of zij werkelijk zouden toetreden.

In de nieuwe plannen staat verzekeringsmaatschappijen niets in de weg om de uitvoering van de reïntegratietaak op zich te nemen. De kans op een competitieve markt voor de reïntegratietaken is zelfs groter dan in de oude plannen, omdat de uitkeringsverstrekking niet ook onderdeel van het contract hoeft te zijn. Verzekeringsmaatschappijen moeten daardoor wel concurreren met gespecialiseerde reïntegratiebedrijven. Er is nog een reden waarom de kans dat de markt voor reïntegratiebedrijven goed gaat werken groter is dan in de oude plannen. In de nieuwe plannen kunnen alle werkgevers opdrachtgever worden, ook de kleine. Omdat het financiële risico op het niveau van de individuele onderneming ligt, bestaat daar ook het grootste belang bij reïntegratie.

De nieuwe plannen bieden meer zicht op een goed werkende markt voor reïntegratiebedrijven dan de oude plannen. Dat betekent niet dat alle problemen met reïntegratie door de nieuwe plannen worden opgelost. Veel hangt af van de manier waarop de publieke uitvoeringsinstelling wordt aangestuurd. Deze wordt immers opdrachtgever voor een groot deel van de reïntegratiemarkt. Een publieke uitvoerder dient niet automatisch het publieke belang en werkt alleen goed wanneer het eigenbelang strookt met het publieke belang. De huidige uitvoeringsinstellingen bijvoorbeeld krijgen minder geld wanneer ze minder uitkeringen verstrekken. Zij hebben daardoor geen prikkel om uitkeringsgerechtigden te reïntegreren.

Lucy Kok is econoom en werkzaam als senior onderzoeker bij IOO bv.