RMS houdt niet vast aan eigen staat

De regering in ballingschap van de Republiek der Zuidelijke Molukken (RMS) houdt niet langer onverdeeld vast aan de op 25 april 1950 geproclameerde staat.

De regering in ballingschap zoekt ook naar andere vormen waarbinnen vrijheid en welvaart voor het Molukse volk gerealiseerd kunnen worden. Autonomie voor de Molukken binnen een federatief Indonesie is in dit verband bespreekbaar. Dat zeg John Wattilete, advocaat te Amsterdam en lid van het RMS-kabinet in Nederland, na een bliksembezoek aan het eiland Ambon samen met de Indonesische president Wahid en vice-president Soekarnoputri.

Op uitnodiging van Wahid gingen vier leden van de Molukse gemeenschap in Nederland, onder wie twee RMS'ers, zondag mee op werkbezoek naar het dit jaar door bloedige gevechten Ambon. Leider van de Molukse delegatie uit Nederland is RMS-bestuurder Otto Matulessy. De groep blijft nog enkele dagen in Jakarta en zal door Wahid worden ontvangen in het Staatspaleis.

Wattilete toonde zich na de ontmoeting van Wahid en Megawati met zo'n 300 Molukse notabelen onder de indruk: ,,Ik vond vooral de open opstelling van de president en het feit dat mensen in de zaal de gelegenheid kregen om hun grieven en suggesties naar voren te brengen, heel goed.'' Bij de RMS-leiding heeft Wahid inmiddels veel krediet, zegt Wattilete: ,,Tot op heden is hij alle toezeggingen aan ons nagekomen. Ik vond het heel sterk dat hij hier spontaan over de RMS begon. Iemand zou hem gevraagd hebben of wij achter de onlusten zitten. `Onzin', zei Wahid, `de RMS wil dit ook niet'. Ik vind het moedig dat hij dit voor een deels islamitisch publiek, dat weinig moet hebben van de RMS, durft uit te spreken. Hij zegt dit dus niet alleen tegen ons, in een kamertje achteraf, maar draagt het ook uit.''

Wattilete: ,,Het is niet meer zoals vroeger: kiezen voor autonomie is verraad aan de RMS. Anders zouden we hier niet staan. Een enkeling houdt strak vast aan het standpunt dat alleen de op 25 april 1950 geproclameerde republiek bespreekbaar is. Die boodschap moeten wij formeel wel uitdragen, maar ook binnen de RMS-leiding is men bereid na te denken over andere vormen.''