Regionale verschillen in zelfvertrouwen

Ondernemers hebben vertrouwen in het eerste jaar van het nieuwe millennium. Regionaal lopen de optimistische verwachtingen echter sterk uiteen, zo blijkt uit een onderzoek van de Kamers van Koophandel.

Wat iedereen al maanden roept wordt vandaag weer eens bevestigd door zo'n 50.000 ondernemers. Nederland zit midden in een hoogconjunctuur en de groeicijfers overtreffen jaar op jaar de stoutste verwachtingen. Het mag dan ook weinig verbazing wekken dat het Nederlandse bedrijfsleven reikhalzend uitziet naar het eerste jaar van de komende eeuw.

De Enquête Regionale Bedrijfsontwikkeling (ERBO), die jaarlijks door de Vereniging Kamers van Koophandel wordt gehouden, is een goede indicator voor de economische verwachtingen. Jaar na jaar blijkt de ERBO dichter bij de werkelijke groeicijfers te zitten dan bijvoorbeeld de verwachtingen van het Centraal Planbureau of het kabinet.

Het landelijke beeld trekt na de wat negatief getinte verwachtingen vorig jaar weer aan. Het jaar 2000 wordt een topjaar voor Nederland, zo verwachten de ondernemers. De reserves die de politiek pro forma nog heeft zetten de ruim 50.000 ondervraagde ondernemers vol zelfvertrouwen overboord. ,,Voor 2000 zijn de ondernemers weer aanzienlijk beter gestemd dan voor 1999'', melden de onderzoekers. Maar uitgesplitst naar de regio's blijkt dat iedere landsdeel en zelfs iedere stad zijn eigen plus- en minpunten kent.

Het westen van het land (Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht) gaat als vanouds voorop in het optimisme. De investeringsgroei is hoog, alsmede de omzetgroei. Het Grote Stedenbeleid van minster Van Boxtel lijkt in deze drie provincies zijn vruchten af te werpen. De vier grootste steden blijven weliswaar in groei wat achter bij het gemiddelde, de werkgelegenheid in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht stijgt sneller dan in de rest van het land.

Het zuiden (Zeeland, Noord-Brabant en Limburg) scoort op bijna alle fronten minder dan gemiddeld. Vooral het afgenomen vertrouwen en de eveneens verminderde investeringsbereidheid in de landbouw lijken daar in deze `landbouwprovincies' debet aan. De omzetgroei is er het laagst van heel Nederland. Ondanks de tegenvallende economische prestaties van de drie zuidelijke provincies is de dienstensector wel gegroeid. Ook de werkgelegenheid bleef er met 2,9 procent nauwelijks achter bij de 3,3 procent landelijke stijging.

Het noorden van Nederland (Friesland, Groningen, Drenthe) kent ten opzichte van 1998 een sterke toename van de werkgelegenheid. Dat lijkt mooier dan het is. De toenemende krapte op de arbeidsmarkt kan deze op zichzelf gunstige economische indicator negatief beïnvloeden. Een tekort aan arbeidskrachten dreigt. Daarnaast stagneren de investeringen in het noorden (in 1999 daalden die met 0,6 procent) en blijft de groei in industrie en diensten achter bij het landelijk gemiddelde.

In het oosten ten slotte (Overijssel, Gelderland en Flevoland) vallen vooral de industrie en de bouwnijverheid in positieve zin op. De exportontwikkeling ligt met 5,1 procent ruim 2 procentpunt boven het landelijk gemiddelde. Net als in het noorden van het land kampt het oosten echter met een afnemende investeringsbereidheid.

Naast de vier grootste steden vallen nog 21 andere plaatsen onder het Grote Stedenbeleid. Die vertonen een beeld dat redelijk overeenkomt met het landelijk gemiddelde. Alleen de omzet- en exportontwikkeling liggen boven de landelijke cijfers. De steden die in grootte op de plaatsen 26 tot en met 50 komen hebben dit jaar hun exportgroei wel drastisch zien afnemen. In 1998 was de stijging met ruim 10 procent exceptioneel hoog, maar de 2,8 procent van 1999 is mager te noemen. Ook de werkgelegenheidsgroei is sterk teruggelopen.

Ondanks de regionale en lokale `probleempjes' is de verwachting voor 2000 in zijn algemeenheid optimistisch. Het enige echte probleem voor de voortrazende Nederlandse economie is de toenemende krapte op de arbeidsmarkt. De werkgelegenheid blijft in alle sectoren, provincies en steden stijgen en de verwachting is dat de toename van het aantal banen in 2000 die van dit jaar (110.000 voltijds banen erbij in de marktsector) zal overschrijden.

Door het tekort aan arbeidskrachten zullen de lonen naar verwachting sterk stijgen, wat ten koste gaat van bijvoorbeeld de investeringen en de winsten van het bedrijfsleven. Dat kan een negatieve invloed hebben op het ondernemersvertrouwen. Het lijkt een luxe-probleem in een verder florerende economie, maar het kan het begin van een dalende economische groei betekenen, zo waarschuwen de ondernemers.