Panama weet niet of `de harige hand' echt vertrekt

De VS overhandigen het Panamakanaal vandaag aan Panama. Met tegenzin. Panama twijfelt of de mano peluda, de harige hand, echt weg is.

President Clinton kon al in een vroeg stadium van de gastenlijst worden geschrapt, vice-president Gore volgde, en nu heeft minister van Buitenlandse Zaken Albright ook iets beters te doen. Panama moet zich vandaag bij de teruggave van het Panamakanaal door de VS behelpen met een zeer lage delegatie onder leiding van ex-president Jimmy Carter.

Bij de ceremoniële overdracht – de werkelijke overgang is op 31 december – ontbreekt zo de oude eigenaar. ,,Ze laten het afweten op een feest waar ze hadden kunnen schitteren'', mopperde gisteren de Panamese minister van Buitenlandse Zaken, José Miguel Aleman. ,,Dit tekent het gebrek aan respect en aandacht van de VS voor de regio.''

Amerikaanse politici willen op deze historische dag niet in Panama worden gezien. Al Gore, in de race voor het Witte Huis, nog wel het minst. Hij vreest volgens waarnemers dat zijn tegenstanders hem onder vuur zullen nemen als de man die het kanaal cadeau deed aan `bananenrepubliek' Panama. Dus bleef Carter over. In de ogen van Republikeinse Amerikanen is hij toch al de man die het kanaal en de strategische positie van de VS in Latijns Amerika `zomaar' weggaf. Carter en de Panamese leider Omar Torrijos tekenden in 1977 een verdrag over teruggave van het kanaal en de zone erlangs. ,,Wij hebben het kanaal gebouwd, wij hebben het betaald en wij zijn van plan het te houden'', zei indertijd Ronald Reagan.

Nu het zover is, proberen sommige Republikeinen via een federale rechtbank het Kanaalverdrag op de valreep nog ongeldig te laten verklaren. De Republikeinse senator Trent Lott maakt rumoer over het feit dat het management van de havens aan beide zijden van het kanaal, Balboa en Cristobal, is uitbesteed aan Hutchison Whampoa, een havenbedrijf dat in Hongkong staat ingeschreven. De Volksrepubliek China heeft het Panamakanaal met ,,scheppen cash'' stiekem van de ,,corrupte Panamezen'' gekocht, beweert generaal buiten dienst Gordon Summer. Hutchison Whampoa, `een mantelbedrijf van het Chinese leger', zal in de toekomst de doortocht van Amerikaanse oorlogsbodems belemmeren. Andere conservatieven waarschuwen zelfs dat China van Panama een basis wil maken voor lancering van kernraketten op de VS.

Vanuit Latijns-Amerikaans perspectief getuigt de recente Amerikaanse opstelling van weinig stijl. Panama mag zich vandaag wel verheugen op de komst van tal van Latijns-Amerikaanse leiders en van de Spaanse koning Juan Carlos. Minister Aleman hield het lang diplomatiek. ,,Wij zijn blij met de komst van Carter'', zei hij zaterdag nog. Maar gisteren maakte hij zich boos over de ,,enorme hoeveelheid leugens'' die in de VS over Panama worden verspreid.

Veel Panamezen zijn woedend. Ze zien de miserabele Amerikaanse delegatie als het zoveelste bewijs dat de gringos eigenlijk `hun' kanaal willen houden. En dat voedt weer de verhalen over de mano peluda, de `harige hand' van de VS, die ook na de ceremonie de politiek in Panama blijft manipuleren. Panama wordt de laatste tijd overstroomd met vragen. Zal bijvoorbeeld het kanaal overleven zonder het wakend oog van de Amerikanen?

Is Panama in staat het te verdedigen tegen terroristen? Zal het bankroet gaan door geldbeluste politici? De Panamezen worden er kribbig van, en bij vlagen boos. Natuurlijk kunnen wij dat kanaal net zo goed beheren als de gringos. Van de 9.000 werknemers van het kanaal is 95 procent Panamees. Het kanaal is in de grondwet beschermd tegen corrupte politici, jaarlijks wordt er 200 miljoen dollar in geïnvesteerd. Elke Panamees kan deze cijfers dromen.

Panama heeft niettemin een imago-probleem. De vage regeerstijl van de Panamese president Mireya Moscoso draagt hieraan in sterke mate bij. Moscoso, die in mei de verkiezingen won, is sinds haar aantreden voornamelijk bezig geweest met het ongedaan maken van de wetten van haar voorganger. Pas vorige week werd een plan van Nationale Veiligheid gepresenteerd, terwijl de enige serieuze militaire macht in Panama, de VS, vandaag afscheid nemen.

Fysiek zijn de Amerikanen al weg. De sleutels van de laatste en grootste militaire basis, fort Clayton, zijn vorige week overgedragen. Clayton ligt er nu verlaten bij, als een spookstadje uit een cowboyfilm. Overal wapperen Panamese vlaggen, die uitschreeuwen: dit fort is van ons, evenals de bases Albrook, Howard, Rodman, Amador, Espinar en Davis. Het is van ons, de Panamezen. Maar het kleine Panama, met 2,8 miljoen inwoners, gelooft niet echt dat de machtigste mogendheid ter wereld zich vrijwillig terugtrekt van zijn grondgebied. De mano peluda, de harige hand – een monster uit een verhaaltje voor stoute kinderen dat een synoniem is geworden voor de gringo – laat zich niet zomaar naar huis sturen.

,,De VS geven hun politiek in Latijns Amerika een andere vorm'', zegt de socioloog en schrijver Raul Leis. ,,Ze zijn minder geïnteresseerd in bases, forten of vooruitgeschoven posten. Hun visie is er tegenwoordig een van indirecte controle, via satellieten, radarsystemen, beïnvloeding. De mano peluda is tegenwoordig netjes geschoren.''

De VS hebben druk uitgeoefend om de bases langs het kanaal te kunnen behouden, als Amerikaans hoofdkwartier voor de oorlog tegen de drugs. Toen dit niet lukte, werd volgens Leis een lastercampagne tegen Panama begonnen. Het rumoer over het Hutchinson Whampoa is een voorbeeld. ,,Als ze echt zo bang zijn voor Chinese controle, dan moeten ze alle aandelen van Hutchinson Whampoa opkopen'', zegt minister van Buitenlandse Zaken Aleman. Iedereen wil nu van Panama weten hoe dat nou zit met die Chinezen.

De Vs zijn bezorgd over Colombiaanse guerrillastrijders en rechtse paramilitairen die geregeld botsen in de oostelijke Panamese provincie Darien. De Colombiaanse oorlog vormt een serieuze bedreiging voor het kanaal, vinden de VS. Als om dat te onderstrepen, liepen marxistische strijders van het FARC dit weekeind een marinebasis aan de Panamese grens onder de voet. Bij het overdrachtsverdrag van 1977 hoort een 'neutraliteitsverdrag'. Panama verplicht zich het kanaal ten tijde van oorlog en conflicten altijd open te houden, de VS behouden zich het recht voor om militair in te grijpen als Panama verzaakt.

,,We worden bang gemaakt met het conflict in Colombia'', zegt Leis. ,,De strategie van de Amerikanen is erop gericht ons en de rest van de wereld te doen geloven dat we niet zonder ze kunnen.'' Maar het punt is dat Panama geen leger heeft. Dat is een probleem. Althans, dat zeggen de gringos.

Esteban Morales, een topambtenaar van de Moscoso-regering, erkent dat er van oudsher problemen zijn in het grensgebied met Colombia. Maar Morales meent dat de VS de problemen misbruiken om de Panamese regering onder druk te zetten. ,,De strijdende partijen in Colombia zullen nooit het kanaal aanvallen, want dan krijgen ze de VS op hun dak. Bovendien zou het ze een slecht imago bezorgen in de gehele wereld. Iedereen maakt immers gebruik van het kanaal.''

Niettemin presenteerde Panama vorige week een plan van Nationale Veiligheid. De inhoud ervan heeft de gemoederen verhit. President Moscoso wil delen van de nationale politie en de presidentiële veiligheidsdienst militariseren voor de bewaking van de Colombiaanse oostgrens en het kanaal. En dat roept spoken uit het verleden op. De nationale politie in Panama is altijd Amerika's beste vriend geweest, meent advocaat Ricardo Soto. Vanaf de jaren vijftig werd zij door de Amerikanen getraind, bewapend en omgevormd tot een nationale garde, waarop ook de macht van dictator Manuel Noriega berustte. ,,Het mengen van nationale veiligheid met civiele taken is een gevaarlijke cocktail'', zegt Soto. ,,In andere democratieën worden die twee zorgvuldig gescheiden, maar wij vervallen in dezelfde historische fout.'' Waarom? Antwoord: omdat de harige hand het wil.