`Niemand vroeg ons of we de EU wel wilden'

Litouwen is één van de kandidaat-leden voor de EU. Het dagelijks leven is er na de onafhankelijkheid niet slechter op geworden voor de inwoners van het land, maar gaat nog wel gepaard met veel problemen.

Tomas Šeškauskas is 34, rechter bij het hof van beroep in Vilnius, een lange man met een dun baardje. Het leeft niet slecht, in Litouwen, dezer dagen, zegt hij, beter dan vroeger in elk geval, maar het leven is er minder uitdagend op geworden. ,,Vroeger was alles veel moeilijker.'' Een sceptisch man: ,,We weten niet wat er gaat komen. De markteconomie is een belofte en een uitdaging, maar het moet allemaal nog gebeuren.'' Zijn vrouw, Inesa Šeškauskiene, klein, blond, even oud als haar man, docente Engels aan de universiteit van de Litouwse hoofdstad, knikt.

Het gezin Šeškauskas bestaat verder uit de zoons Lukas (8) en Matas (3). Het woont in een driekamerflatje op negen hoog in een verre en verschrikkelijke voorstad van Vilnius, een van die vele kale, kille flatsteden waarmee tijdens het socialisme alle grote Oost-Europese steden zich hebben omringd. Ze zijn er best tevreden, al stelt de flat niet veel voor. Maar vier jaar geleden, zegt Inesa, zaten we nog in een soort studentenhuis, een gezin per kamer, een toilet per zes gezinnen, een keuken per zes gezinnen. De flat kochten ze voor omgerekend vijftienduizend dollar, ze leenden geld van familie en vrienden, ,,we boorden alle bronnen aan'', want hypotheek bestond niet en bestaat nog steeds niet. Nu zijn de schulden afbetaald en wordt het leven makkelijker.

Tomas wil niet zeggen hoeveel hij per maand verdient, ,,tien procent van wat rechters bij jullie verdienen'', zegt hij. Maar later blijkt zijn inkomen neer te komen op twee keer het gemiddelde salaris van 250 dollar per maand. Inesa verdient aan de universiteit precies dat gemiddelde. Maar ze heeft een tweede baan, als vertaalster, die levert per maand 260 dollar op. Samen komen ze dus op rond duizend dollar per maand, daar kun je goed van leven, ,,beter dan de bejaarden om ons heen''. Inesa: ,,Ook zonder die tweede baan zouden we het redden, alleen toen we begonnen, toen was het moeilijk.''

Het huis kost aan vaste lasten 300 litas, 75 dollar. Daarin zijn water, elektriciteit, verwarming en telefoon inbegrepen. ,,De kinderen zijn duur'', zegt Inesa. ,,Vroeger waren er goedkope spullen voor kinderen. Die vind je niet meer.'' Maar de school is gratis, alleen de lessen Engels voor zoon Lukas, die vallen buiten het leerplan en moeten zelf worden betaald, twintig litas per maand kost dat, vijf dollar. En de kleuterschool van Tamas kost 60 litas, 15 dollar. Ze hebben een Honda van dertien jaar oud. Vakanties in het buitenland kunnen er niet af, ze gaan elke zomer naar de kust, en naar het buitenland heel af en toe, een van de twee, een weekje, de ander past dan op de kinderen. Sparen kunnen ze, elke maand een beetje, ,,behalve als er iets stuk gaat, zoals vorige maand de wasmachine.''

Het gaat de Litouwers niet slecht, vinden Tomas en Inesa. De politici zijn door de bank wel te vertrouwen, minder misschien dan vroeger, toen Litouwen net onafhankelijk werd, maar dat kan aan hun eigen verwachtingspatroon hebben gelegen. De bureaucraten, die vertrouwen ze niet, die zijn corrupt en egoïstisch. Inesa: ,,Ik ben er zelf een, ik kan het weten. Sommigen doen hun werk fatsoenlijk, maar hier houdt het woord bureaucraat in dat je je superieur acht. Bureaucraten moeten de mensen dienen, maar velen doen dat niet.'' De democratie en de markteconomie worden niet bedreigd, daar zijn ze niet bang voor. Bang zijn ze alleen voor ziekte, want ziekenzorg is theoretisch gratis, maar nergens is de corruptie zo groot als in de ziekenzorg. ,,Onze grootste angst is ziek worden. Steeds als ik langs een ziekenhuis kom, voel ik me onzeker'', zegt Inesa. Verder valt het wel mee, met de angst om het bestaan. ,,We hebben het geluk dat er heel veel vraag is naar zowel juristen als linguïsten'', zegt Tomas. Inesa: ,,Als ik voor een privébedrijf zou werken, zou ik veel meer verdienen. Maar dat werk is niet leuk.''

Of toetreding tot de Europese Unie iets zou veranderen, voor hun land en voor henzelf, weten ze niet. Tomas: ,,Niemand heeft ons gevraagd of we dat wilden. Het gaat ons vast geld kosten. Maar als we konden stemmen, zouden we wel voor stemmen, Litouwen kan lid worden van een soort Europese gemeenschap en minder afhankelijk raken van Rusland. De mensen zullen zich veiliger voelen.'' Het debat over de EU is in Litouwen nog niet begonnen, veel weten ze er niet van, maar ze weten wel dat de EU Litouwen dwingt de kerncentrale van Ignalina te sluiten, dat komt heel hard aan. ,,En verder? Misschien zouden er wat meer investeringen komen.'' Inesa oppert: ,,Nieuwe markten?'' Tomas: ,,Nee, dat hangt af van de kwaliteit van onze producten, dat moeten we zelf doen.'' En voor henzelf? Verandert het EU-lidmaatschap iets? Ze weten het niet en denken lang na. ,,De grenzen vallen weg. Maar we hebben al geen restricties meer. We zouden misschien op het vliegveld in een andere rij moeten staan.'' Tomas zegt het eerder vragend. Ze vliegen ook niet vaak.

Dit is het eerste deel in een serie over gezinnen die leven in landen die op de nominatie staan lid te worden van de Europese Unie.