Kansspelen

Het gaat niet om wat `ambtenaren' willen (NRC Handelsblad, 6 december), noch om Calvijn of het maatschappelijk accepteren van kansspelen, en evenmin om `iets' (of niets) kunnen doen tegen Internet. Nederland moet zich eenvoudig houden aan de EG-verdragen en het vrije verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal. Het organiseren en aanbieden van kansspelen is een dienst. De Nederlandse wet staat kansspelen toe. Dan kan elke kansspelexploitant uit enig ander EU-land in Nederland zijn kansspelen aanbieden, op dezelfde voorwaarden als Nederlandse exploitanten; en die op hun beurt overal in de EU waar hun type kansspel is toegestaan.

Het desbetreffende artikel noemt niet de casinospelen. In Nederland heeft één particuliere stichting daarvoor een monopolie. Dat mag binnen de EU helemaal niet bestaan. Elke casino-exploitant uit een EU-land kan zich met een klacht hierover wenden tot de EG-Commissie. Hij kan ook een uitspraak vragen van de Nederlandse bestuursrechter, die daarvoor een zogenoemde prejudiciële beslissing moet vragen aan het EG-Hof in Luxemburg. Dan is het met zo'n monopolie snel gedaan – al wil `snel' in de rechtspraak zeggen: een jaar of drie.