Inhaalslag van de jongens

Kleedgeld is een eeuwenoud begrip. In de zestiende eeuw ging het door het leven als spelle- of speldengeld. Het was een toelage waarvan vrouwen uit de betere kringen kleding, presentjes of snuisterijen konden kopen. Kleedgeld bleef ook in deze eeuw vooral voor meisjes, maar in de jaren negentig maakten de jongens een inhaalslag. In 1992 kreeg 32 procent van de jongens tussen de 15 en 17 jaar kleedgeld, tegenover 41 procent van de meisjes.

De ene ouder geeft kleedgeld in de hoop dat het een goede leerschool is: Kinderen moeten zelfstandig afwegen wat zij binnen het vastgestelde budget kunnen kopen. Andere ouders hopen af te zijn van gesoebat over de keuze van kleren. Geen gezeur meer over te strak, te wijd of te gedurfd. Maar wat is een redelijk bedrag?

Joëlle (16) krijgt per kwartaal 550 gulden. Zij moet daar ook jassen van bekostigen. ,,Ik ga graag naar feesten en dan wil ik het liefst elke keer iets nieuws aan. Soms leen ik bij vriendinnen een truitje of zo voor zo'n avond. In plaats van kleedgeld zou ik liever gewoon alles willen kopen wat ik leuk vind. Ik ken een meisje dat 800 gulden krijgt per kwartaal. Toch denk ik wel dat het leerzaam is voor later.''

Volgens het Nibud, dat regelmatig enquêtes houdt onder scholieren, krijgen de meeste scholieren ongeveer honderd gulden per maand. Vaak betalen de ouders dan nog een dure winterjas of een paar schoenen. Zestig gulden is volgens het Nibud het minimum.

Wordt het te dol? Informeer dan bij vrienden en kennissen met iets oudere kinderen, ga naar tweedehands kledingwinkels, neem zelf plaats achter de naaimachine, zo adviseert Marieke Henselmans in het boekje Consuminderen met kinderen (uitgave Stichting Zuinigheid met Stijl). De tips zijn haar aangedragen door lezeressen van het blad Genoeg.

Deze vlieger gaat maar op tot de puberteit. Kleding wordt dan een factor van betekenis. In de klas en op school gelden ongeschreven codes. Wie erbij hoort en wie niet wordt vaak bepaald door de kleding die de kinderen dragen, of het type schooltas. Wie afwijkt hoort er niet bij. En ook geeft een gave trui van Tommy Hilfinger of Donna Karan net het beetje extra zelfvertrouwen waar tieners behoefte aan hebben.

Moon Reuser, moeder van twee tieners, bespaarde door zuinig te leven zoveel geld dat zij en haar echtgenoot parttime konden gaan werken. Reuser beaamt dat bezuinigen met tieners moeilijker wordt. ,,Mijn dochter van 14 krijgt vijfenzestig gulden per maand, mijn zoon van 15 vijfenzeventig gulden. Dat is zakgeld en kleedgeld. Ik ben alleen vergeten af te spreken of een jas daar ook bij hoort.''

Enkele weken geleden verklaarden Moons kinderen tegenover een televisieverslaggever dat ze van mening zijn dat ze te kort komen. De verwijten laten Reuser niet koud. ,,Ik ben een `vrekkenmoeder', maar ik probeer niet te dogmatisch te zijn. Het is mijn leefwijze, maar mijn kinderen hoeven die niet te volgen.''

Zevenhonderd gulden per jaar of drieduizend, voor kinderen is het niet genoeg. Maar als de kinderen achttien zijn, is het probleem voor veel ouders opgelost. Dan daalt volgens het Nibud het percentage schoolkinderen met kleedgeld van 41 procent naar 18 procent. Blijkbaar kopen de kinderen de kleding dan van hun zelfverdiende centjes.