Een vrolijk `nee!' tegen Amerika

,,Ik ben nu eenmaal niet al te vrolijk over het na-oorlogse Amerika'', zei Joseph Heller vier jaar geleden in een interview met deze krant. De schrijver van de beroemde anti-oorlogsroman Catch-22, die zondag op 76-jarige leeftijd in East Hampton (New York) overleed, was wat de Amerikanen een `nee-zegger' noemen. Vanaf zijn succesvolle debuut uit 1961 tot zijn laatste grote roman Closing Time uit 1994 kastijdde hij zijn geboorteland met satirische kritiek op de politiek, het sociale leven en het ongebreidelde kapitalisme. Heller was een pessimist, maar wel een vrolijke.

Het zwart-komische wereldbeeld van Joseph Heller (Coney Island, 1 mei 1923) was geworteld in zijn ervaringen tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen hij als piloot zestig missies van Corsica naar het Italiaanse front vloog. Hoewel hij kennismaakte met de waanzin van de oorlog, zou hij zijn tijd bij de luchtmacht omschrijven als `het beste dat een arm immigrantenzoontje kon overkomen'. Zoals hij vier jaar geleden zei: ,,Vliegen en bombarderen was één groot avontuur, tenminste voor soldaten zoals ik, die te jong en te stom waren om zich te realiseren dat er een bloedige oorlog aan de gang was en die bovendien meer verdienden dan ze ooit in hun leven hadden gedaan.''

De paradoxen van de oorlog vormden de basis voor Hellers debuut Catch-22, dat hij schreef in de jaren dat hij werkte als advertentieverkoper en pr-man bij een aantal New-Yorkse tijdschriften. Het is het verhaal van de in het Middellandse-Zeegebied gestationeerde luchtmachtkapitein Yossarian, die door zijn promotiebeluste superieuren telkens gedwongen wordt om extra missies te vliegen. Alleen als hij zich gek kan laten verklaren, hoeft hij geen missies meer te vliegen; maar dan is er altijd nog het verraderlijke artikel 22 van de luchtmacht, `catch-22': wie geen missies wil vliegen kan niet werkelijk gek zijn. Ontsnapping is onmogelijk, maar Yossarian neemt zich voor `to live forever or die in the attempt'.

Catch-22 werd om zijn humor en absurdisme in de jaren zestig vergeleken met de boeken van Kurt Vonnegut en Thomas Pynchon. Het schetste de oorlog als één groot complot waar niemand beter van wordt behalve een paar hoge pieten (én de ondernemende fourageur Milo Minderbinder, die uit winstbejag zelfs de luchtmachtbasis door zijn eigen manschappen laat bombarderen). Geen wonder dat het in de jaren van Vietnamdemonstraties en nucleaire dreiging kon uitgroeien tot een cultboek. De titel van de roman werd in vele talen een synoniem voor een no-win situation; Yossarian, het individu dat weigerde om zich te laten vermangelen door het systeem, werd een van de bekendste figuren uit de Amerikaanse literatuur. ,,Er wordt wel beweerd dat Catch-22 de tijdgeest heeft beïnvloed'', zei Heller in 1995; ,,maar dat lijkt me overdreven. De mensen werden er hoogstens door bevestigd in hun wantrouwen tegenover de autoriteiten en het militair-industrieel complex.''

Joseph Heller, die er twee jaar geleden van beschuldigd werd dat hij de verhaallijn van Catch-22 had gestolen van de onbekende schrijver Louis Falstein, probeerde in zijn volgende romans vergeefs om uit de schaduw van zijn debuut te komen. Hij publiceerde een allegorische komedie over Amerika in de jaren zeventig (Something Happened, 1974), een politieke satire (Good as Gold, 1979), een zeer vrije bewerking van het verhaal van David uit de Bijbel (God Knows, 1984), en een historische farce over onder anderen Rembrandt en Socrates (Picture This, 1988). Maar bij iedere roman werd door critici geroepen dat hij na Catch-22 nooit meer zo'n goed boek had geschreven. Hellers reactie, `Wie wel?', werd een running gag.

Wat de wereld eigenlijk van Heller verwachtte, merkte een Engelse journalist ooit op, was Catch-23. In 1994 was het zover: Heller publiceerde Closing Time, een indrukwekkende roman die niet verder ging waar Catch-22 ophield, maar die de draad een halve eeuw later oppikte en beschreef hoe het Yossarian en zijn vrienden verging in de jaren negentig. Met humor en zwarte gal schreef Heller, die in de jaren tachtig had gekampt met een ernstige verlamming, over ziekte en ouderdom, over de verloedering van Amerika en het einde van de wereld. Typische Catch-22-dialogen, waarin de logica tot het absurde wordt doorgevoerd, werden afgewisseld met melancholieke terugblikken van de oorlogsveteranen Sammy Singer en Lew Rabinowitz, die hun jeugd in joods Brooklyn en hun leven na de oorlog beschreven.

`Een abstracte autobiografie' noemde Heller Closing Time in deze krant. En hoewel hij toegaf dat schrijven, net als leven, er metterjaren niet makkelijker op werd (,,the longer we do it, the harder it gets''), publiceerde hij vorig jaar zijn memoires (Now and Then: From Coney Island to Here) en voltooide hij net deze maand een nieuwe roman, A Portrait of an Artist, As an Old Man. Of dit laatste boek een succes wordt of niet, Joseph Heller heeft dankzij zijn beste werk allang het eeuwige leven bereikt waar zijn alter ego Yossarian in Catch-22 naar streefde.