Dapper

Dapper ventje. Dat was ik. 8 jaar. De vijand bespioneren! In de Jordaan in 1944.

De column `Dapper krantje' van H. van Wijnen (NRC Handelsblad, 4 december) deed me denken aan mijn eigen bijdrage aan de illegaliteit onder de Duitse bezetting.

Ik weet niet of het voor of na de arrestatie van mijn vader was, die was verraden en voorgoed afgevoerd naar concentratiekamp Neuengamme; in ieder geval waren mijn moeder en ik furieus en immer bereid om de vijand te treffen.

De ondergrondse drukte illegaal bulletins van het oorlogsnieuws dat de BBC op de (verboden) radio uitzond. De bulletins moesten verspreid worden in de Jordaan; geplakt op de muren van de huizen. Levensgevaarlijk, want SD, NSB of andere verraders waren overal.

Eén man van ons droeg een tas met behangplaksel en kwastte op een veilig moment ergens op een muur een plekje vol. Twintig meter achter hem een man met een open aktetas die razendsnel een bulletin op die plek plakte. Twee keer één gevaarlijke seconde!

Ik liep vóór. Vast naar de volgende kruising. Twintig meter voor de eerste man; een gewoon jongetje met een kinderfluitje in z'n mond en ik moest daar speels op fluiten als ik onraad bespeurde in de zijstraat.

Het was belangrijk werk en ik was trots en dankbaar dat mijn moeder dat voor mij geregeld had.