`Dadertherapie schiet tekort'

Meer en betere behandeling van plegers van seksueel en `huiselijk' geweld zou de recidivecijfers voor die misdrijven aanzienlijk kunnen verlagen. Dat zegt P. van der Linden, een van de auteurs van het rapport Daderhulpverlening in Nederland dat vandaag is verschenen. Het onderzoek werd uitgevoerd door TransAct en het Verwey-Jonker Instituut in Utrecht.

Volgens Van der Linden blijkt uit onderzoek in Canada, de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en België dat de kans op terugval bij zedendelinquenten kleiner wordt als de daders tijdens hun gevangenschap worden behandeld. Ook langdurige nazorg blijkt het recidivecijfer te verlagen. Van de gedetineerde zedendelinquenten in Nederland krijgt tachtig procent geen enkele vorm van behandeling. Zeven procent krijgt tbs.

De ministeries van Justitie en Volksgezondheid schuiven de verantwoordelijkheid voor de behandeling van daders op elkaar af, zegt Van der Linden. ,,Bij Justitie wordt meteen gezegd dat het een zaak van VWS is. Maar VWS zegt dat het om daders gaat en dan gaat het weer naar Justitie.''

Volgens woordvoerders van de beide ministeries is onlangs wel besloten meer aan hulpverlening in de gevangenissen te doen. ,,Een gevangenis is geen kliniek'', zegt de woordvoerder van Justitie. ,,Maar sinds kort schakelen we waar nodig wel behandelaars van buiten de gevangenis in.'' ,,Wij zijn samen met Justitie aan het kijken hoe we dat gaan invullen'', aldus de woordvoerder van VWS.

Behandeling van mannen die hun vrouw en/of kinderen mishandelen is in Nederland beperkt tot vijf lokale projecten, zo blijkt uit het onderzoek. Daar blijkt volgens Van der Linden dat behandeling wel succesvol kan zijn. ,,Je zou die projecten moeten evalueren en ook in andere regio's invoeren.''

De behandeling van gedetineerde zedendelinquenten is in sommige andere Europese landen, bijvoorbeeld Groot-Brittannië, meer gebruikelijk. Ook België kent sinds kort programma's hiervoor. Van der Linden: ,,Sinds Dutroux zijn de Belgen ons daarin echt voorbijgestreefd.'' In Nederland loopt alleen in Breda een project voor de behandeling van gevangenen die wachten op tbs. De tbs-veroordeelden vormen volgens Van der Linden echter slechts een zeer kleine groep psychiatrisch gestoorde daders.