Conflict over de legionella op Flora

De organisator van de Westfriese Flora en een handelaar in whirlpools wijzen elke aansprakelijkheid af voor de verspreiding van de legionellabacterie tijdens de tentoonstelling in februari van dit jaar in Bovenkarspel.

Kort na de sluiting van dit jaarlijkse evenement bleek een groot aantal bezoekers besmet met de bacterie die de veteranenziekte veroorzaakt. In de loop van enkele weken werden 242 mensen ziek van wie er 28 overleden. Bij 17 van deze slachtoffers is vastgesteld dat legionella de oorzaak is.

De Stichting Westfriese Flora en whirlpoolhandelaar Jan Jong Holding bv hebben gisteren in een kort geding voor de rechtbank in Alkmaar betoogd dat ze niet voor de gevolgen op willen draaien.

De advocaten van beide partijen waren gedagvaard door advocaat B. van der Goen, die namens twee cliënten voorschotten op schadevergoedingen van in totaal 150.000 gulden eiste. De Westfriese Flora is volgens Van der Goen aansprakelijk omdat de stichting heeft verzuimd minimale veiligheidseisen te formuleren voor een potentieel gevaar als een bubbelbad.

Volgens de advocaat van de whirlpoolfabrikant is het rapport van het RIVM over de legionella-explosie niet overtuigend genoeg. Jong heeft volgens hem ook recht op een tegenonderzoek.

Direct nadat het kort geding was uitgelekt, mengde de Consumentenbond zich namens 110 andere slachtoffers in de strijd. De bond wil dat de rechter de eis van Van der Goen afwijst en in plaats daarvan bepaalt dat er een centraal fonds moet komen voor alle slachtoffers van het Flora-drama. Iemand die na een bezoek aan de tentoonstelling letsel heeft opgelopen, moet uit dit fonds financiële compensatie kunnen krijgen.

Van der Goen vindt de actie van de Consumentenbond onjuist omdat de rechtszaal volgens hem ,,niet het terrein is voor collectieve acties''. Advocaat W. Hengeveld van de Westfriese Flora vindt een collectieve schadevergoeding juridisch-technisch zeer complex. Hij acht het ook bezwaarlijk dat de bond niet alle slachtoffers vertegenwoordigt.