Bladeren

Business Central Europe

De Hongaren maken een goede kans om eerder lid te worden van de Europese Unie dan de Tsjechen, hoewel die aanvankelijk een voorsprong leken te hebben dankzij hun sterke industriële traditie. Dat komt volgens Business Central Europe doordat de Tsjechen hebben verzuimd een echte markt-democratie te creëren. De rechtsprekende macht functioneert van geen kanten, de wetgeving deugt niet en veel ondernemingen hebben alles gewoon bij het oude gelaten.

Dat betekent onder andere dat er in het bedrijfsleven nauwelijks of geen discipline is, want sancties op onverantwoordelijk of corrupt gedrag zijn er niet. Bovendien ontbreekt politieke eensgezindheid over nut en noodzaak van economische hervormingen. En ten slotte hebben de Tsjechen, anders dan de Hongaren, nog geen enkel groot sociaal probleem aangepakt, zoals bijvoorbeeld het pensioensysteem. Veel van de huidige economische stagnatie is te wijten aan de onhandige manier waarop de Tsjechen het bedrijfsleven hebben geprivatiseerd in het begin van de jaren negentig. Door toepassing van een voucher-systeem weet niemand meer wie nu precies de eigenaar is van een bedrijf, zodat er ook niemand is die de verantwoordelijkheid voor herstructurering op zich neemt.

Ondernemingen die in buitenlandse handen zijn, onttrekken zich aan de algemene malaise en zijn goed voor de helft van de Tsjechische export. Maar de meeste grote Tsjechische ondernemingen zijn op sterven na dood. Daar komt bij dat de bedrijven in de particuliere sector veertig procent minder productief zijn dan de staatsbedrijven. De oplossing is dat ondernemingen als bijvoorbeeld vrachtwagenfabrikant Tatra zo worden opgesplitst dat ze in hapklare brokken kunnen worden verkocht aan buitenlandse partners. En wat niet verkocht kan worden moet failliet gaan. Het probleem is alleen dat de wetgeving die daarvoor geldt nog dateert uit de negentiende eeuw.

Gelukkig is er nog het midden- en kleinbedrijf, waar meer dan de helft van de werkende bevolking in dienst is en dat goed is voor een derde van het bruto binnenlands product. Maar ook daar ontbreekt het aan financiële discipline. En je kunt ook al niet zeggen dat het midden- en kleinbedrijf erg ondernemend is gezien het feit dat de dienstverlenende industrie klein blijft ondanks de uitbundige groei van het toerisme.

www.bcemag.com

Foreign Affairs

Politieke verandering op de Balkan kan alleen slagen als de Europese Unie het gebied uit zijn isolement haalt en het europeaniseert met een grootscheeps economisch programma. Want het is een waanidee dat particuliere buitenlandse investeerders vanzelf zullen toestromen zodra de internationale hulpverlening op gang is gekomen. De praktijk in Bosnië bewijst het tegendeel, schrijven Benn Steil, van de Amerikaanse Raad van Buitenlandse Betrekkingen, en Susan Woodward, verbonden aan de Universiteit van Londen, in Foreign Affairs. Wat de Balkan nodig heeft is een soort Europese New Deal.

Een essentieel deel daarvan is de introductie van de euro op de Balkan, voorafgaand aan een volledig lidmaatschap. Want de huidige monetaire onafhankelijkheid van de diverse staten is niet aantrekkelijk voor buitenlandse investeerders. Bovendien is de Duitse mark toch al populair in alle Balkanlanden. Invoering van de euro zou veel effectiever zijn dan leningen van het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank. Verder zou de Europese Unie economische betrekkingen met de Balkan kunnen aanknopen zoals ze die ook heeft met niet-leden als Noorwegen en Zwitserland. Moeilijk kan dat niet zijn, want de handel van een land als Macedonië bestaat nu al voor 42 procent uit handel met EU-landen, niet veel minder dan het Britse handelsaandeel met de EU.

Spanje en Portugal zijn goede voorbeelden van de manier waarop ook de Balkan zal profiteren van europeanisering. Beide landen hebben een stevig gefundeerde democratie, groeien sneller dan het Europese gemiddelde en zien de inflatie alleen maar dalen. Er is geen reden om aan te nemen dat dit in de Balkan niet kan.

Foreign Affairs verschijnt elke twee maanden

www.foreignaffairs.org

The European Union in 2000

De eerste beslissing die de Europese Centrale Bank over rentetarieven nam was om ze te laten zakken tot het laagste niveau sinds de Tweede Wereldoorlog, zodat de export in Frankrijk en Duitsland opbloeide. Maar dat is verleden tijd, want de koers van de euro kan maar één kant op en dat is omhoog.

Of dat ook daadwerkelijk gebeurt hangt af van het tempo waarin de economie in de eurolanden groeit. Dat tempo, schrijft Tim Jones in The European Union in 2000, kon wel eens hoger liggen dan verwacht omdat de groei voor achterblijvers als Duitsland en Italië volgend jaar zal stijgen tot 2,5 procent. Het blad voorziet dat er veel vraag naar leningen zal blijven, zowel bij particulieren als bedrijven.

Dit jaar zullen Griekenland en Denemarken een uitnodiging krijgen om lid te worden van de Europese Monetaire Unie. De Grieken krijgen daarmee loon naar werken, want ze zijn er wonderlijk genoeg in geslaagd om een omslag te bewerkstelligen in de ontwikkeling van Europa's zwakste economie. Zo is bijvoorbeeld de inflatie gezakt tot twee procent. Het lidmaatschap van Denemarken zal enkele maanden langer op zich laten wachten om binnenlands-politieke redenen, maar zal zeker een feit zijn voor 2002, als de Deense regering het roulerende voorzitterschap van de Europese Unie krijgt.

Engeland en Zweden zullen voorlopig nog blijven afwachten.

Christian Noyer, de vice-president van de Europese Centrale Bank, schrijft in het blad dat er veel reden tot tevredenheid is, maar dat zelfvoldaanheid niet aan de orde is. Het vertrouwen in de euro blijft het best gegarandeerd door handhaving van de prijsstabiliteit. Dit jaar is het personeelsbestand bij de ECB gegroeid van 400 tot 800 personen, en die groei zal volgend jaar doorgaan. Verder werkt de bank momenteel aan de introductie van europapiergeld en -munten, begin 2002.

The European Union in 2000 is een jaaruitgave

HERMAN FRIJLINK