Amerikaan wijst schikking over Toorop af

De New-Yorkse bankier Walter Eberstadt heeft een Nederlandse jurist in de arm genomen om een tekening en twee schilderijen van J.Th. Toorop uit het bezit van zijn in de oorlog vermoorde, joodse grootouders terug te krijgen.

De werken maken deel uit van de collecties van Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam en het Zeeuws Museum in Middelburg. De particuliere Stichting Museum Boijmans, de huidige eigenaar van de tekening, bood Eberstadt vorige week bij wijze van `gebaar' het blad Godsvertrouwen van J.Th. Toorop (1858-1928) aan als bruikleen voor het leven. Het is een van de zeventien Toorops die, aldus Eberstadts woordvoerder, de nazi's in 1936 confisqueerden bij de later naar Nederland gevluchte, Duitse familie Flersheim, de grootouders van Eberstadt en vrienden van Toorop.

De 78-jarige Eberstadt weigerde de bruikleen. Hij stelde de stichting voor hem de tekening in eigendom te geven. Vervolgens zou Eberstadt het blad aan een Amerikaans museum schenken, met het verzoek het aan Boijmans in bruikleen af te staan. De Stichting Boijmans heeft dit voorstel naast zich neergelegd, aldus Eberstadt.

,,Dat bruikleenaanbod van de Stichting Boijmans was bespottelijk'', aldus Eberstadt in New York gisteren. ,,Daarmee erkende men mij als rechtmatige eigenaar. Ik wilde op vriendschappelijke wijze een regeling treffen. Toen dezelfde tekening hier in Amerika dit jaar op een tentoonstelling hing, heb ik overwogen om de politie het werk in beslag te laten nemen, zoals hier met schilderijen van Egon Schiele uit Wenen gebeurde. Maar die stijl van optreden past niet bij mij. Ironisch genoeg heb ik bij deze zaak meer sympathie van Duitse dan van Nederlandse zijde gekregen.''

Voor Toorops schilderijen De Thames bij Londen (in Boijmans) en Het gebed aan tafel (Zeeuws Museum), eveneens uit de geconfisqueerde Flersheim-collectie, kreeg Eberstadts moeder in de jaren vijftig een schadevergoeding van de Duitse staat, aldus Nederlandse onderzoekers. Volgens Eberstadt vallen de werken in de categorie `door de nazi's geroofde `oorlogskunst''. Hij beroept zich op de Richtlijn Museale Verwervingen 1940-1948. Deze schrijft onder meer een deugdelijk bewijs van herkomst voor bij aanwinsten uit de periode `40-'48, verkregen via handel, schenking, legaat of ruil. Bij onduidelijkheid over de herkomst dient men `van verkrijgen af te zien'.

De toenmalige Boijmans-directeur Dirk Hannema, schuldig bevonden aan collaboratie, kocht De Thames in 1943 bij de Haagse kunsthandel d'Audretsch. `Het kan niet geheel worden uitgesloten dat het schilderij door Flersheim zelf via de Nederlandse kunsthandel op de markt is gebracht', aldus de historicus A.J. Bonke, die in opdracht van de gemeente Rotterdam de herkomst van deze Toorop onderzocht. Bonke vermeldt in zijn rapportage wél dat hetzelfde doek voorkomt op de lijst van in beslag genomen kunstwerken waarvoor de Duitse staat een schadevergoeding toekende, maar hij mist de `directe bewijzen voor de beslaglegging' door de nazi's in 1936.

Het Zeeuws Museum verwierf zijn Toorop in 1981 via de Haagse kunsthandelaar Bouwman. ,,En het verzuimde de herkomst te onderzoeken'', aldus Eberstadt; ,,later bleek men bij navraag wel degelijk op de hoogte van de collectie Flersheim, maar stelselmatig is deze naam in publicaties van het museum weggelaten.'' De Stichting Zeeuws Museum acht het ,,waarschijnlijk'' dat de nazi's het werk roofden, maar ,,gezien de schadevergoeding die de nabestaanden kregen, achten wij ons niet moreel verplicht het werk terug te geven'', aldus bestuursvoorzitter Steenbeek vanmorgen. Hij onderstreept hoe waardevol en belangrijk Het gebed aan tafel is, omdat het gemaakt is door een in Zeeland werkzame schilder. Steenbeek denkt bovendien dat de zaak verjaard is.

Op de tekening Godsvertrouwen legde Eberstadts moeder, Flersheims dochter, al in de jaren vijftig een claim. Boijmans stemde in met restitutie, maar de Stichting Boijmans weigerde – mede onder druk van bestuurslid Hannema. Ook nu beslist niet het museum, maar de stichting `welke gevolgen het aan de claim van Eberstadt verbindt', aldus de gemeente Rotterdam. De stichting acht de zaak gesloten.