Alleen hervormingen kunnen de WTO nog redden

Het mislukken van de topconferentie van de WTO heeft duidelijk gemaakt dat de organisatie alleen kan overleven als zij zo snel mogelijk drastisch wordt hervormd, meent Gerrit Ybema. Tevens mag de WTO niet zuchten onder de vastgelopen meningsverschillen tussen de EU en de VS.

De sof van Seattle.' De kranten waren glashelder in hun oordeel over de afloop van de topconferentie van de Wereldhandelsorganisatie WTO. Inderdaad is er op het eerste gezicht weinig positiefs te melden. Het doel van de conferentie is niet gehaald. De deelnemers wilden een agenda vaststellen voor een nieuwe ronde van onderhandelingen over het opruimen van handelsbelemmeringen. Dat is niet gelukt. Een nieuwe handelsronde zit er op korte termijn dus niet in. Dat betekent dat de bestaande praktijk met zijn tariefmuren, verstorende subsidies en protectionisme voorlopig aan het langste eind trekt. Daarvan zijn vooral de ontwikkelingslanden de dupe. Zoals de econoom Paul Krugman heeft gezegd: ,,Ieder arm land dat zich heeft opgewerkt, heeft dat te danken aan het feit dat het is gaan produceren voor de wereldmarkt in plaats van voor het eigen volk alleen.'' Produceren voor de wereldmarkt wordt er na Seattle voor ontwikkelingslanden niet makkelijker op. Ook het milieu behoort tot de verliezers. Zo staan subsidies die overbevissing stimuleren voorlopig niet ter discussie.

De top van Seattle is een enorme gemiste kans, hoewel het mislukken ervan ook een positief effect heeft. Want voor iedereen is nu duidelijk geworden dat het zo niet langer kan. We zullen majeure wijzigingen moeten aanbrengen in de wijze waarop de WTO opereert. Er zijn drie uitdagingen: de besluitvorming in de WTO moet efficiënter worden, de representativiteit van de WTO moet worden vergroot zodat alle landen zich beter in de besluitvorming kunnen herkennen en de WTO moet transparanter worden voor burgers en maatschappelijke organisaties. Daarnaast is het dringend noodzakelijk dat de Europese Unie en de Verenigde Staten een manier vinden om de WTO niet langer te belasten met hun onderlinge geschillen.

Allereerst de efficiency. De gang van zaken in Seattle toont aan dat de wijze van besluitvorming binnen de WTO zijn tijd heeft gehad. Met 135 landen om de tafel, kunnen de onderhandelingen alleen maar uitlopen op een kakofonie van meningen. Vijftig jaar geleden – met een twintigtal leden – was de situatie nog werkbaar. Nu – met bijna zeven maal zoveel leden – moeten we kiezen voor een nieuwe werkwijze. Daarbij staat één ding voorop: landen mogen niet buiten spel komen te staan. Consensus blijft het uitgangspunt. Die is onmisbaar voor de representativiteit van de WTO.

Een oplossing kan zijn als landen hun krachten bundelen in kiesgroepen, met één vertegenwoordiger die namens hen de onderhandelingen voert. De EU werkt al met dat systeem. Maar er zijn meer groepen landen in de wereld die onderling samenwerken op basis van gelijkwaardigheid. Denk aan de Mercosur-landen in Latijns Amerika, de ASEAN-landen in Zuidoost-Azië en aan de South African Development Community (SADC). Deze samenwerkingsverbanden zouden zich tot kiesgroepen kunnen ontwikkelen. Op die manier zou het aantal onderhandelaars beperkt kunnen worden tot rond de twintig. Dat maakt de situatie een stuk werkbaarder.

Een systeem met kiesgroepen kan ook een oplossing zijn voor het tweede knellende probleem: het gebrek aan representativiteit. Vooral de kleinere ontwikkelingslanden klagen daar terecht over. Zij staan buiten spel bij de onderhandelingen, die achter gesloten deuren plaatsvinden in de zogenoemde `Green Room'. Uiteindelijk krijgen ze een resultaat voorgelegd waar ze zich niet in herkennen. Het is dan slikken of stikken.

Als de WTO gaat werken met kiesgroepen, heeft iedereen een vertegenwoordiger aan de onderhandelingstafel. Die vertegenwoordigers kunnen hun achterban tussentijds raadplegen en voorlopige reacties van hun achterban inbrengen in het onderhandelingsproces. Op die manier wordt het draagvlak voor het onderhandelingsresultaat al tijdens het proces versterkt en verbreed. Dat is goed voor de WTO, maar óók voor de individuele leden. Vooral kleine en middelgrote landen hebben er baat bij als ze samen met andere een krachtig geluid laten horen. Daar kan Nederland over meepraten.

Het derde punt waarop dringend verbeteringen nodig zijn, is de transparantie van de WTO. De WTO oogt als een bastion met matglazen ramen. Niemand kan echt goed zien wat zich binnen afspeelt. Daardoor ontstaan tal van hardnekkige misverstanden.

Bijvoorbeeld dat bedrijven rechtstreeks regelgeving bij de WTO kunnen aanklagen. Dat is niet zo. Ook heerst het beeld dat de WTO in haar rol van geschillenbeslechter de belangen van het milieu verkwanselt. Niets is minder waar. De WTO is voorstander van goede regels die het milieu beschermen. Ze komt alleen in actie als die regels discriminerend worden toegepast (dat wil zeggen voor sommige landen wel gelden en voor andere niet).

Door het openbaar maken van procedures, stukken en rechtszittingen, kunnen veel misverstanden uit de weg worden geruimd. Verder is er ruimte voor versterking van de betrokkenheid van niet-gouvernementele organisaties (NGO's). Niet als deelnemers aan de onderhandelingen, wel als toehoorders, gesprekspartners en leveranciers van ideeën.

Dit zijn de drie uitdagingen waarmee de WTO op korte termijn aan de slag moet. Ten slotte speelt ook nog de moeizame relatie tussen EU en VS op handelsgebied. Die relatie heeft steeds als een schaduw over Seattle heengehangen. Bij volgende WTO-besprekingen mogen we dat niet meer laten gebeuren.

De WTO mag niet belast worden met vastgelopen meningsverschillen tussen twee handelsblokken. De EU en de VS moeten daarom spoedig samen in `relatietherapie' om hun geschillen op hoofdlijnen uit te vechten. Dat maakt de kans op een nieuwe mislukte WTO-top aanzienlijk kleiner.

Er is genoeg te doen. De WTO-rechtswinkel voor ontwikkelingslanden – een van de weinige echte successen van Seattle, mede dankzij Nederland geboekt – moet zo snel mogelijk concreet vorm krijgen. We gaan met volle kracht door met het verlenen van technische assistentie aan ontwikkelingslanden, zodat ze optimaal in de WTO kunnen participeren. Binnen de EU maakt Nederland zich sterk voor een zo snel mogelijke openstelling van de Europese markt voor alle producten uit de minst ontwikkelde landen.

Een WTO-sof? Op de korte termijn, zeker. Maar we weten nu in ieder geval wel wat ons te doen staat. De tijd voor vernieuwing is aangebroken. Die les mag niemand na Seattle meer over het hoofd zien.

Gerrit Ybema is staatssecretaris van Economische Zaken.