Wadden kunnen tegen een stootje

Hollanders zijn de baggeraars van de wereld. Geen wonder, want als bewoner van een delta behoor je strijd te voeren tegen het sediment, niet tegen het water. In een natuurlijke situatie, vergelijkbaar met die van de Waddenzee, winnen klei en zand het van de getijden. Langzaam maar zeker transformeert zo'n binnenzee zich tot een monotone kustvlakte. Sterke vloedstromen voeren tweemaal daags tonnen materiaal aan, die bij een zwakke ebbeweging bezinken en de lagune opvullen. Beslist geen plezierig perspectief dus voor waterminnende soorten als scholekster en zeehond.

De wordingsgeschiedenis van Nederland bewijst dat als de mens zich maar afzijdig houdt, elzen, eiken en landdieren bezit nemen van het getijdengebied. Tectoniek en zeespiegelstijging ten spijt zal de verlanding overwinnen. Na de talloze ingrepen in het Nederlands landschap is gaswinning een relatief kleine, die ondanks zijn bescheiden karakter uitstel van executie kan betekenen voor een geliefkoosde restzee in het noorden. Door spanningsvermindering in diepere formaties zal dat unieke ecosysteem kansen zien om wat langer te overleven. Op middellange termijn, dat wel, want uiteindelijk zal – ondanks een daling van de wadvloer – het niet-bedijkte `bijna-land' achter de eilanden eens ophouden zee te zijn.

Bedijkte gebieden ontvangen al vaak een millennium geen sediment meer. Ingepolderde veengebieden zijn ontwaterd, geoxideerd en ingeklonken tot meters onder het zeeniveau. Sinds oudsher verlegt de waddenkust zich noordwaarts, verlandde de Dollard en lopen hoogopgeslibde kwelders ook bij vloed niet meer onder water. Bijna ongemerkt vormen verzandende geulen en prielen de voorbode, die de eindfase van de Waddenzee (met het accent op zee) inluidt, tenzij een behoedzame gaswinning dit proces tijdelijk `verstoort'.

Als ir. Lely destijds ook zo voorzichtig was geweest in de porseleinkast van Moeder Milieu, beschikte Nederland nu niet over een immens zoetwaterbekken, dat in de komende eeuwen van overlevingsbelang zal zijn. Zijn scenario vormde de basis voor een `man-made' ecosysteem waarin ruimte werd geschapen voor mens, plant en dier. Een grote plas drinkwater, wonen in Almere en IJburg, nieuwe natuurwaarden in de Oostvaardersplassen en de Randmeren, recreatie en landbouw: door Lely's daadkracht kan Nederland weer een paar eeuwen vooruit. Hadden bezorgde milieuorganisaties in de jaren '20 de dienst uitgemaakt, dan was de Afsluitdijk er nooit gekomen. Deskundige adviseurs hadden hem destijds evenmin garanties kunnen geven met betrekking tot de foeragemogelijkheden van de vogelpopulaties op de vloedlijn.

Nu, 70 jaar na dato blijkt, dat - wat ook aan de hand is met de flora en fauna van het wad - dit niet debet is aan de Zuiderzeewerken. Het unieke getijdenkarakter van het gebied houdt stand tot op de dag van vandaag. De dynamiek van eb en vloed is kennelijk sterk genoeg om zelfs rigoureuze ingrepen te (over)compenseren. Gaswinning kan dus, tijdelijk, eliminatie van een fantastisch landschap verijdelen. Het is in dit stadium alleen de vraag hoe groot de invloed is van kortetermijndenkers op de besluitvorming.

Hans Smit is geograaf en wadvaarder.