Vertrek gringo berooft Panama van zijn muze

Met de overdracht van het Panama-kanaal door de Verenigde Staten raken Panamese schrijver en dichters morgen hun zwarte muze kwijt. De gringo, met zijn arrogantie, zijn hekken, zijn waakhonden.

De Amerikaanse aanwezigheid in Panama loopt als een rode draad door het werk van hele generaties Panamese dichters en schrijvers. Op een negatieve manier. Lees Muel Orestes Nieto, die de gringos ziet als ,,Frankensteinse monsters die zich meester maken van het water, stukken land, de hele aarde, die hekken neerzetten, die de kunst verstaan een verdrag te tekenen terwijl ze zich doodlachen, die landen in tweeën delen en die de oceaan beschouwen als hun privé-zwembad''.

Andere dichters, zoals José Franco, waren niet zozeer anti-Amerikaans, als wel pro-Panamees. Francos lofzang op het vaderland, Panama defendida (Het verdedigde Panama) uit 1959, is tot op heden verplichte kost voor scholieren. Panamezen die over el poeta (de dichter) praten, bedoelen José Franco. Met patriotische gedichten wilde Franco zijn landgenoten een eigen identiteit geven om tegengewicht te bieden aan de gedachte dat Panama een Amerikaanse creatie is. De Verenigde Staten weekten het land in 1903 immers los van Colombia om er een kanaal te kunnen graven. ,,Maar dat was de staat Panama'', aldus Franco. ,,De identiteit gaat veel verder terug.''

De Panamees heeft vele gezichten. De Spaanse conquistador. De indiaan die met giftige pijlen de indringers de stuipen op het lijf joeg. De zwarte arbeider die een kanaal groef tussen twee oceanen en het met zijn bloed vulde. De jood, de Chinees, de Indiër. Al die gezichten hebben een ding gemeen: ze zijn opgegroeid met een vreemde in hun midden, de gringo. De Amerikaan leefde gescheiden langs het kanaal, achter een hek, met zijn eigen taal, cultuur, scholen, wetten en soldaten. ,,Het was een belediging dat, in onze bazaar van culturen, één iemand zich exclusief opstelde'', zegt Manuel Orestes.

Maar binnenkort zullen de Panamezen wakker worden, opzij kijken en beseffen dat er niemand meer naast hen slaapt. Met de overdracht van het kanaal, tijdens een ceremonie met de Amerikaanse ex-president Jimmy Carter en tal van Latijns-Amerikaanse staatshoofden, is het gevecht om de Panamese soevereiniteit morgen voltooid. De vraag is of daarmee de raison d'être van een generatie vaderlandse dichters ook verdwijnt.

,,Nee'', zegt de dichter en literair criticus José Carr. ,,In de mentaliteit van de Panamees zullen de Amerikanen nog jarenlang aanwezig zijn. Ze zijn weg, maar de kolonie blijft.'' Carr denkt dat het Amerikaanse thema pas verdwijnt ,,op de dag dat Panamees-zijn geen aspiratie meer is, maar een feit''. Sommige dichters zullen aan het thema vasthouden omdat ze vastgeroest zitten in het verleden. Maar het thema zal bovenal blijven bestaan ,,omdat het uitermate belangrijk is om de Panamees te begrijpen''.

Andere dichters, zoals Julio Yao, zien het vertrek van de Amerikanen als een literaire bevrijding. Yaos leven staat al vanaf zijn negende in het teken van de kanaalzone. Toen werd hij bijna doodgebeten door een Amerikaanse waakhond. Yao: ,,Mijn vriendjes riepen `kijk uit' en zetten het op een hollen, maar ik lag al onder de herdershond, als verstijfd. Vanuit mijn ooghoek zag ik een Amerikaanse soldaat met een fluitje in zijn hand. De fluit klonk en weg was de hond. Ik voelde een soort warme gloed bij mijn been. Toen ik keek, bleek het bloed te zijn. De hond had hele stukken uit mijn benen weggehapt. Bloedend strompelde ik naar huis. In het ziekenhuis kreeg ik een spoedoperatie, zonder verdoving, want het was een arm ziekenhuis. Zeven man hielden me vast terwijl ik het uitschreeuwde van de pijn. Maandenlang kon ik niet lopen.''

De Amerikanen vertelden de moeder van Julio Yao achteraf dat de hond was afgemaakt, maar dat bleek een leugen. De dichter probeerde het beest te vergiftigen, maar dat lukte hem niet. Zijn leven stond sindsdien in het teken van de strijd tegen de gringos, de hekken, de honden. Yao: ,,Ik begon eerlijk gezegd een beetje verveeld te raken. Nu kan ik me eindelijk op andere thema's richten.'' Yao zal over het kanaal blijven schrijven, maar ziet het niet langer als een morele plicht.

De Panamese literatuur en poëzie ontdoen zich van het keurslijf van het kanaalthema, meent de journaliste Eva Montilla. ,,Er is geen sprake van een crisis, maar van een verrijking.'' Jonge dichters schrijven over liefde en eenzaamheid, een recente bestseller is de persoonlijke geschiedenis van Ileana Goleher, een vrouw die kanker overwon. Ook historische romans zijn weer in trek.

De nieuwe muzes zijn ook bij de vaderlandse dichter Franco op bezoek geweest, hoewel de natiestaat blijft domineren in zijn werk. Hij schrijft nu onder meer over drugsverslaving (,,samen met het zieke nationalisme en het religieuze fanatisme de ramp van de twintigste eeuw''), corruptie (,,de kanaalzone wordt verkwanseld aan projectontwikkelaars'') en elf Spaanse galjoenen die in de baai van Panama liggen (,,met aanzienlijke goudreserves''). Het vertrek van de gringos ziet Franco als een psychologische overwinning, omdat Panama nu helemaal op eigen benen staat. ,,Ik voel geen nostalgie over de Amerikaanse uittocht, zoals sommige Panamezen die bang zijn dat het gedaan is met de stabiliteit'', zegt Manuel Orestes. ,,Het was een slecht huwelijk dat veel te lang geduurd heeft.''

Alle kanaaldichters betwijfelen of het gekonkel met Panama daadwerkelijk ophoudt. Het recente gedicht `Vooruitzicht' van Aristides `Chito' Martinez Ortega gaat als volgt: ,,Bij de winden die blazen door het kanaal, de generaties van 2000 krijgen ook hun forten, soldaten, tanks, vliegtuigen.'' Het kanaal blijft ook in de toekomst een bron van spanningen, zo denkt hij. Net als veel anderen heeft Martinez in het economisch imperialisme een nieuw thema gevonden. In dat kader is de dichter zelfs bozer dan ooit. ,,Dat de Amerikanen hier waren, was een belediging en een vernedering. In Chili zei iemand ooit dat ik erg goed Spaans sprak voor iemand die uit Panama kwam. Maar wat ik nog veel erger vind is het gebrek aan moraliteit bij politici en bedrijven.''

Maar de meeste dichters van het kanaal lijken door de tijd zachtaardiger geworden. Manuel Orestes heeft zijn `Frankensteinse monsters' opgeborgen. ,,Manuel Orestes wilde eigenlijk altijd al lyrische gedichten schrijven, maar het thema van de Amerikaanse aanwezigheid ontvoerde hem'', zegt Carr. ,,Dat is nu voorbij, maar het stigma van kanaaldichter blijft aan hem kleven. Hij vecht nu voor zijn leven als dichter.''