Van den Hoogenband en Wouda klaar voor Sydney

Indrukwekkende optredens van de twee roergangers binnen de Nederlandse zwemploeg besloten gisteren het toernooi waar het gezelschap van bondscoach Stefaan Obreno andermaal bewees op olympische koers te zijn. Met groot machtsvertoon won Pieter van den Hoogenband op de slotdag van de EK kortebaan (25 meter) de 100 meter vrije slag in 47,20, goed voor een Nederlands record. Korte tijd later gevolgd door een krachtsexplosie van zijn ploeggenoot Marcel Wouda, die onbedreigd de 200 meter wisselslag op zijn naam bracht in een al even superieure 1.56,45.

Daarmee kwam het aantal medailles van de nationale ploeg in het Piscina Olímpico do Jamor op zes: drie gouden, één zilveren en twee bronzen. Dat zijn er weliswaar negen minder dan twaalf maanden geleden in Sheffield, maar toen bestond de ploeg uit zestien zwemmers. Met het oog op de winterkampioenschappen in Eindhoven, waar vanaf vrijdag olympische tickets te verdienen zijn, stonden in Lissabon slechts zeven zwemmers op het startblok.

Nu de Olympische Spelen hun schaduw vooruit werpen, is het kortebaanzwemmen van ondergeschikt belang. Olympische roem is immers alleen te vergaren op een 50-meterbaan. Minder dan een jaar voor `Sydney' beschouwen de meeste zwemmers het draaien en keren op het ingekorte traject als een veredelde training. Ook Wouda, die direct het belang van de behaalde medailles relativeerde. ,,Als Australiër of Amerikaan zou ik hier niet wakker van liggen.''

Meer waarde hechtte de 27-jarige kopman aan de recente prestaties bij de US Open. Temidden van nagenoeg de gehele wereldtop won Wouda op de 50-meterbaan in San Antonio de 200 wissel, terwijl zijn club- en ploeggenoot Van den Hoogenband zegevierde op de 100 en de 200 meter vrij. Verbaasd vroeg Wouda zich af ,,waarom die Zweden (in Lissabon goed voor vijf wereldrecords, red.) hier in vredesnaam als gekken tekeergaan, terwijl er feitelijk niet zo heel veel op het spel staat.''

Niettemin ervoer Wouda zijn overwinning als een bevrijding, nadat hij ,,drie hele lange dagen'' had moeten wachten voordat hij kon meedelen in de feestvreugde die al op de eerste dag werd ingezet met de zege van Van den Hoogenband op de 200 vrij. Wouda had zich eveneens voorgenomen om op donderdag het podium te beklimmen, maar meldde zich af voor de finale van de 400 wissel.

Pas twee maanden is de reus uit Uden weer serieus in training en het ontbreekt het hem, mede door een slijmbeursontsteking in de linkerschouder, aan ,,inhoud om mee te doen om het goud''. En dus kon hij maar beter zijn krachten sparen. Dat bleek een verstandige zet, getuige de derde plaats op de 100 wissel die zaterdag de inleiding vormde van de gouden race, een dag later op de dubbele afstand.

Daar waar Wouda's zege min of meer ingecalculeerd was, kwam de overwinning van Van den Hoogenband gisteren enigszins uit de lucht vallen. De Zweed Lars Frölander had de eerste dagen zoveel indruk gemaakt dat de 21-jarige Brabander zich vooraf weinig illusies maakte. ,,Een Nederlands record zou al heel mooi zijn'', sprak Van den Hoogenband, in de wetenschap dat zijn tengere lichaam uitgeput begon te raken.

Niet voor niets klaagde Van den Hoogenband zaterdag na zijn halve finale over vermoeidheid en kondigde hij aan ,,vanavond maar eens flink wat vitamine C naar binnen te werken''. Belangrijker nog dan aansterken bleken de aanwijzingen die zijn coach Jacco Verhaeren vanuit Eindhoven doorbelde. ,,Hij zei dat ik harder op de muur af moest zwemmen, omdat ik te veel snelheid verloor bij het afremmen voor het keerpunt. Dat heb ik in m'n oren geknoopt.''

Een goede nachtrust en geen verplichtingen tijdens de series in de ochtenduren deden de rest. Cees-Rein van den Hoogenband bemerkte het gisterochtend al toen hij het hotel betrad. Zijn oudste zoon was nergens te bekennen. ,,Meneer lag heerlijk te snurken, dus ik wist: dat zit wel goed.''

Zo uitgeslapen was Van den Hoogenband zelfs dat hij ditmaal koos voor een bliksemstart. Frölander bleef het antwoord schuldig en zag zijn achterstand gaandeweg oplopen. ,,Nog één keer ontploffen en dan naar huis'', zo vatte Van den Hoogenband zijn tactiek naderhand samen. Geholpen werd hij door de overmoed van zijn Zweedse concurrent, die in de race voorafgaand aan de finale uitkwam in de halve finales van de (niet-olympische) 50 vlinder.

Een inschattingsfout, zo bleek, en Van den Hoogenband kon het niet nalaten om de verliezer meteen na afloop een bemoedigende klop op de schouder te geven. Van den Hoogenband, gniffelend: ,,Ik zei: `succes in de finale van de 50 vlinder'.'' Daar moest de Zweed de eerste plaats delen met de Kroaat Milos Milosevic.

Maar wat graag had Van den Hoogenband zich gemengd in de strijd tussen de beide vlinderspecialisten. Net zo goed als Wouda dolgraag had willen meedoen aan de 200 school. Een vluchtige blik op het programma had het PSV-duo al snel doen beseffen dat hun wens niet in vervulling kon gaan. Wouda, streng: ,,Nooit twee individuele nummers op één dag zwemmen. Je moet keuzes maken, zeker in een pre-olympisch jaar.''

Wouda geldt als de nestor van de ploeg, de witte raaf die na een Spartaanse leerschool in de VS de twijfels uit zijn hoofd bande en zijn talent omzette in titels. Van hem leerde Van den Hoogenband vooral wat winnen was en minstens zo belangrijk: welke offers hij daarvoor moet brengen. Daarnaast profiteert hij in Eindhoven van de duurtrainingen van stayer Wouda, die op zijn beurt weer zijn sprintvermogen aanscherpt in het spoor van Van den Hoogenband.

Slechts een blessure lijkt een machtsgreep van Wouda en Van den Hoogenband in Sydney nog in de weg te kunnen staan. De laatste heeft uit voorzorg zijn ski-vakantie geannuleerd. ,,Want een ongeluk zit in een klein hoekje.'' Des te verrassender was de constatering, nota bene door Van den Hoogenband zelf, dat hij zijn bidon tijdens het inzwemmen altijd onbeheerd langs de rand van het bassin laat staan. Niet zo slim, besefte hij. ,,Want stel je toch voor: ben in je in topvorm terwijl de Spelen voor de deur staan en dan stopt een of andere mafkees wat in je bidon. Daar moet je niet aan denken!''