Toenemende ongelijkheid bezit van pc's

De komende twee jaar zal het verschil tussen have's en have-nots van informatie- en communicatietechnologie blijven toenemen. Het is daarom noodzakelijk dat `traditionele' vormen van communicatie blijven bestaan.

Dat concludeert het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in de vanmiddag verschenen rapportage `De digitalisering van de leefwereld'. Het onderzoek loopt vooruit op het eindrapport, `Moderne informatie- en communicatietechnologie en sociale ongelijkheid', dat in het voorjaar uitkomt.

De toenemende sociale ongelijkheid tussen de bezitters en niet-bezitters van moderne communicatiemiddelen is van tijdelijke aard, oordeelt het bureau. Hoewel alleenstaande vrouwen, 65-plussers, mensen met een lage opleiding en een laag inkomen en werklozen relatief achterblijven, is er volgens het SCP geen sprake van een langdurige tweedeling.

Volgens het bureau is er namelijk geen sprake van een onoverbrugbare kloof. ,,Wie vandaag tot de niet-bezitters behoort hoeft dat morgen niet meer te zijn'', aldus onderzoeker Jos de Haan van het SCP. Nieuwe vormen van informatietechnologie dringen langzaam tot de hele samenleving door, volgens het zogenoemde top-down-principe. De voorlopers (hogere statusgroepen) schaffen deze producten het eerst aan en de lagere statusgroepen volgen later. Zolang nog niet iedereen een mobiele telefoon of een e-mailadres heeft, is het volgens de onderzoekers echter noodzakelijk de traditionele vormen van communicatie (zoals telefooncellen) open te houden. Zo wordt voorkomen dat de niet-bezitters niet meer kunnen deelnemen aan het sociale verkeer.

Het SCP onderzocht hoeveel mensen van welke vormen van ICT gebruik maken. De cijfers zijn van eind vorig jaar. Eind 1998 had 58 procent van de Nederlanders van 18 jaar en ouder een pc thuis staan. Deze wordt voor het overgrote deel (86 procent) gebruikt voor tekstverwerking. Het spelen van computerspelletjes komt op de tweede plaats, met 59 procent.

De opkomst van het Internet is spectaculair te noemen. Het aantal mensen dat een pc met modem heeft staan, is tussen 1995 en 1998 verdrievoudigd van 12 naar 32 procent. Het aantal Internetaansluitingen ging van 4 procent in 1995 naar 21 procent in 1998.