`School moet laten bidden'

Een meerderheid van de Tweede Kamer vindt het onterecht dat een openbare school weigert een leegstaand lokaal ter beschikking te stellen aan islamitische leerlingen, zodat zij daar in de pauzes hun middaggebed kunnen verrichten.

Tweede Kamerlid M. Rabbae (GroenLinks) heeft schriftelijke vragen gesteld aan staatssecretaris Adelmund (Onderwijs). Adelmund heeft de Onderwijsinspectie gevraagd naar de zaak te kijken. Rabbae spreekt van een ,,overtrokken reactie van de school''.

Volgens Rabbae is er geen sprake van dat het `openbare karakter' van de school zou worden aangetast door leerlingen toe te staan te bidden in de pauzes. D66-Kamerlid E. Lambrechts deelt die mening. C. Ross (CDA) vindt dat het ,,van respect getuigt'' om leerlingen te laten bidden op school. PvdA-Kamerlid S. Dijksma vindt dat kinderen ,,de ruimte moeten krijgen''. ,,Ik zie niet in wat er op tegen is.''

Het bevoegd gezag over het Calandlyceum ligt bij het Amsterdamse stadsdeel Osdorp. De wethouder onderwijs van het stadsdeel, P. Jansen, deelt de opvatting van de school. ,,Wij staan er nog steeds achter, maar we zullen het wel morgen bespreken in het stadsdeelbestuur.'' Het Calandlyceum is van mening dat er een ,,grens moet worden getrokken'' en dat ,,leerlingen maar thuis moeten bidden en niet op school''.

Verschillende Kamerleden vrezen dat een verbod op bidden op school de vorming van islamitische middelbare scholen in de hand werkt. Er zijn op dit moment in Nederland geen islamitische middelbare scholen, de eerste wordt volgend jaar in Rotterdam geopenend. De Kamerleden vinden de vorming van islamitische scholen niet goed voor de integratie van etnische minderheden.

De Amsterdamse wethouder Onderwijs, J. van der Aa, is het zeer oneens met de opstelling van de rector van het Calandlyceum en heeft zijn mening kenbaar gemaakt aan het schoolbestuur. Van der Aa is oud-rector van het Calandlyceum. Hij vindt dat de huidige schoolleiding ,,er geen principekwestie van moet maken''. ,,Geen enkele school in Amsterdam doet bijvoorbeeld nog moeilijk over hoofddoekjes'', aldus Van der Aa.