Schakel de zon in

U pot de batterijen netjes op en levert ze met de resten verf keurig in, het vuil wordt gescheiden op de stoep gezet en zelfs in het toilet gaat de spaarlamp langzaam aan. Kunnen we nog meer voor het milieu betekenen? Groene stroom kopen? Of een nog duidelijker gebaar? Dat kan met een zonnepaneel op het dak.

De milieubeweging Greenpeace Nederland wil met het project Solaris bereiken dat zonne-energie in Nederland echt doorbreekt. Iedereen die een bijdrage wil leveren aan een schone energievoorziening moet dat betaalbaar en efficiënt kunnen doen. Samen met een consortium van de bedrijven Stork, Shell, Rabobank, Lage Landen en adviesbureau Ecofys biedt Greenpeace zonnepanelen aan voor een bedrag van bijna duizend gulden per paneel. Subsidie en het doorbereken van een fiscaal voordeel (de panelen worden formeel geleasd) zorgen voor een relatief lage prijs.

Het fysische proces waarmee een zonnecel zonlicht omzet in elektriciteit heet fotovoltaïsche omzetting, in het Engels afgekort met PV. In het Solaris project worden PV-panelen aangeboden met een oppervlakte van één vierkante meter en een nominaal vermogen van 100 watt. Op de achterzijde van het paneel is een omvormer gemonteerd, waardoor de opgewekte gelijkspanning wordt omgezet in 230 volt wisselspanning, zodat met behulp van een eenvoudige stekker het PV-paneel aan het elektriciteitsnet kan worden gekoppeld. Als het paneel meer stroom levert dan wordt verbruikt, wordt het stroomoverschot aan het net geleverd en loopt de meter achteruit. Tenzij de vooruitgang in uw meterkast heeft toegeslagen: digitale meters kunnen niet achteruit. Uw voordeel is onzichtbaar. Eventueel kan een opbrengstmeter worden aangeschaft (225 gulden).

Een waarschuwing voor degenen die de zon willen inschakelen met als belangrijkste drijfveer de persoonlijke financiën. De gemiddelde jaaropbrengst per paneel is ongeveer 80 kilowattuur. Een paneel levert een besparing van ongeveer 20 gulden per jaar op. De echte winst gaat naar het milieu: het verbruik van `vuile' elektriciteit daalt en er is minder uitstoot van CO2. Bovendien geeft u uw buren – en de rest van de maatschappij – een riant uitzicht op uw goede bedoelingen met het milieu. En daar is het Greenpeace vooral om bedoeld, om zo aarzelende leveranciers, energiebedrijven en overheden over de streep te trekken. Inmiddels zijn er 15.000 panelen besteld.

De panelen worden in een doe-het-zelf pakket geleverd. Alleen toepassing van meer dan vier panelen vraagt de tussenkomst van een vakman, omdat een aparte stroomgroep moet worden geïnstalleerd. Er zijn panelen voor gevelmontage (met beugels tegen de gevel), schuindak montage (met beugels om de pannen) en platdak montage (een met stenen verzwaard schuin frame, los op het dak).

Wij kozen de schijnbaar eenvoudigste weg: die naar het platte dak. Gewapend met de bijzonder eenvoudige en doeltreffende handleiding, met daarin een keurig lijstje van benodigde gereedschappen, raadgevingen voor het gebruik van een ladder en een tabel voor de benodigde ballast beklom ik het dak om eerst vast te stellen waar en hoe het paneel kon worden gemonteerd. Op een plat dak is een plaats snel geselecteerd: geen schaduw en gericht op het zuiden. Eerst moet een doorvoer voor de kabel voor het elektriciteitsnet gevonden worden. Het doorboren van een houten kozijn kan een oplossing zijn; een beluchtingspijpje biedt zicht op sneller resultaat.

Het vervoer naar het dak van het paneel (13,5 kilo) is een lastig karwei, maar met een beetje hulp bij het tillen en aanpakken ligt het paneel al snel op het dak. Een stevige boodschappentas doet goede dienst als transportmiddel voor enkele stoeptegels, die later het paneel voor wegwaaien dienen te behoeden. De wind is weliswaar ook een milieuvriendelijke energieleverancier, maar tijdens de montage van het paneel is deze niet bepaald uw bondgenoot. Zo valt het lezen van de handleiding in winderige toestand niet mee en begint de situatie op het dak sterke gelijkenis te vertonen met die van een kampeerder, die gadegeslagen door zijn omgeving voor de eerste maal zijn tent probeert op te zetten. Een buurman biedt grijzend plakband aan, een ander adviseert deskundige hulp, een derde knikt bemoedigend van achter het raam. De meegenomen stoeptegels brengen handleiding en buurt tot rust. Daarna is het snel gebeurd. Het schuine frame in een kwartiertje in elkaar, rubberen matjes eronder, het paneel erop, vastdraaien en de overgebleven bouten en moeren tellen: slechts twee, die moeten voor het eventuele verlies zijn. De kabel door het beluchtingspijpje, stoeptegels op het frame, handleiding in de zak en dan het dak af.

De meegeleverde stekker wordt aan de kabel gemonteerd in het stopcontact gestoken en de schakelaar op `aan' gezet. En dan gebeurt er: niets. Geen rood oplichtend ledje of simpel geluidje ten teken dat de stroom uw huis binnenvalt. Meten blijkt geen zin te hebben, als de stekker het stopcontact verlaat schakelt de inverter de stroomleverantie uit. De meter blijft in voorwaartse richting ronddolen, totdat uiteindelijk – na het uitschakelen van enkele groepen in de meterkast – het aan en uit zetten van het paneel tot een moeilijk waarneembaar resultaat en een voldaan gevoel leidt.

Informatie:

Greenpeace, tel (020) 422 33 44,

Internet: www.greenpeace.org.