Prins neemt lidmaatschap heel serieus

Prins Willem-Alexander was de afgelopen maanden licht teleurgesteld over de inhoud van zijn functie als IOC-lid. Kennelijk dacht de olympische organisatie dat hij met een mooie plaats op de tribune en ontmoetingen met VIP's tevreden zou zijn.

Maar Willem-Alexander heeft de storm die begin dit jaar in Nederland oplaaide over zijn lidmaatschap van het IOC – na het bekend worden van grootschalige corruptie – niet getrotseerd om een louter symbolische functie te bekleden. Hij en zijn begeleiders zien het IOC als een unieke kans voor de prins om bestuurlijke ervaring op te doen.

De activiteiten van de prins in Nederland worden altijd zo gestroomlijnd dat iedere controverse ver te zoeken is. Als Willem-Alexander in het kader van zijn opleiding de ministerraad bijwoont, wordt de agenda aangepast. Iedere inhoudelijke inbreng is staatsrechtelijk taboe. Bij het IOC, ver van Nederland en tussen vele andere VIP's, zou de prins ongecensureerd kunnen ervaren hoe grote organisaties werken, zo luidde de gedachte.

Aangemoedigd door zijn vader, prins Claus, die zelf altijd een actieve rol heeft geambieerd in ontwikkelingshulp, nam de prins zitting in de Olympic Solidarity Commission. Deze commissie besteed een deel van de opbrengst van televisierechten van de Olympische Spelen aan ontwikkelingslanden of landen die door natuurgeweld of oorlog zijn verwoest. Het comité heeft tussen 1997 en 2000 een budget van bijna 122 miljoen dollar.

Een staf met jarenlange ervaring doet in de commissie het dagelijkse werk. Zo nu en dan valt in het kantoor van de prins aan het Haagse Noordeinde een poststuk op de mat waarin het comité bericht welke landen welke gelden krijgen. Maar hoe die besluiten worden genomen en waarom, is totnutoe onduidelijk gebleven. En om het verkrijgen van dat bestuurlijke inzicht was het de prins nu juist te doen.

Het comité komt een keer per jaar bij elkaar om de plannen te bespreken. Maar het zijn dan alleen de grote lijnen die worden besproken. Volgens de Belg J. Rogge, een van de vice-voorzitters van het IOC, zit de kunst van invloed uitoefenen in het beheren van een netwerk. ,,Bellen en gebeld worden''. Het is volgens hem dan ook een illusie te denken dat de prins een half jaar na zijn beëdiging al meteen grote invloed in het IOC zou kunnen hebben. ,,Invloed groeit stil aan'', zegt Rogge. ,,Pas gekozen Kamerleden hebben ook nog niet veel macht.''

Veel speling in de besluitvorming bij de Olympic Solidarity Commission zit er volgens Rogge bovendien niet, omdat vaste regels gelden. Met behulp van statistieken van de Verenigde Naties wordt ,,mathematisch bepaald'' welke gelden aan wie toekomen. Het Bruto Nationaal Produkt en de positie van het NOC binnen de sport bepalen of een land in aanmerking komt. Daarnaast maken landen die zijn getroffen door rampen aanspraak. Volgens Rogge speelt politiek in het comité – anders dan bijvoorbeeld bij de verkiezing van een stad om de Spelen te houden – nauwelijks een rol. ,,Besluiten worden puur genomen op grond van de noden van atleten''.

IOC-voorzitter Samaranch is inmiddels aan de behoefte aan inhoud van de prins tegemoet gekomen door hem een tweede functie te geven. Hij wordt lid van de nominatiecommissie die kandidaat-leden van het IOC beoordeelt. Rest nog het verlangen om meer inzicht te krijgen in het waarom van besluiten. Rondom de jaarlijkse bijeenkomst van de Solidarity Commissie, zal dat vandaag worden besproken.

De prins heeft het afgelopen weekeinde in Lausanne getoond dat zijn functie bij het IOC hem ernst is. Hij attendeerde de leiding op een vertaalfout in een tekst en interpelleerde tijdens de twaalf uur durende bijeenkomst in totaal negen keer. Hij stemde tegen een leeftijdslimiet voor IOC-leden (,,Ik ben faliekant tegen leeftijdsdicriminatie'') en vond daarbij – misschien wel voor het eerst in zijn loopbaan – een meerderheid tegen zich.