London Calling: Haags en Noors

Vervult het clubcircuit steeds meer een ordinaire discotheekfunctie, of staat het cultureel belang voorop in de programmering van de popzalen? Dat discussiepunt uit een ronde-tafelgesprek tussen prominenten als Mojo-directeur Leon Ramakers en muziekprogrammeur Jan Willem Sligting van Paradiso in het kerstnummer van het muziekblad Oor kon zaterdag worden getoetst, toen binnenstromende bezoekers van Paradiso's dansnacht werden geconfronteerd met het staartje van het tweedaagse Londong Calling-festival.

De galmende bombast van de groep Sneaker Pimps met de exhibitionistische zanger Chris Corner viel nauwelijks in de smaak bij het danspubliek en het festival ging uit als een nachtkaars. Was er werkelijk geen `cultureel' verantwoorde Britse dans-act te vinden, die de overgang naar de `discotheekfunctie' soepeler had kunnen laten verlopen? Eerder op de avond speelde de groep Laika een perfect dansbare mengvorm van new wave en dubreggae, die de cultuurshock tussen dance en `ouderwetse' popmuziek had kunnen verlichten.

De engelachtige zangeres van Velvet Belly zaaide verwarring met haar aankondiging in onvervalst Haags: `Goeienavond, wij zijn Velvet Belly uit Noorwegen.' Waren we hier wel bij London Calling? Het in 1992 voor het eerst georganiseerde festival voor nieuwe Britse popmuziek neemt het de laatste tijd niet meer zo nauw met de herkomst van de optredende artiesten. Het enige Britse aan Velvet Belly was het liedje van Kate Bush dat deze Teutoonse vikingen op het repertoire hadden. De brave gitaarrock van het Tiburgse Orange viel met een slag om de arm als `Britpop' te omschrijven, een achterhaalde stijl die ook met veel valse lucht door de groep Witness werd beoefend.

Met de vernieuwing in de Britse popmuziek is het droevig gesteld, afgaande op het programma dat overbleef nadat interessante nieuwe namen als Campag Velocet, Clint Boon Experience en Brothers In Sound hun aangekondigde optredens moesten afzeggen. Cousteau combineerde de melancholie van Tindersticks met de galm van de jonge David Bowie, de jongensgroep met de meisjesnaam Astrid bracht close-harmonypop in de trant van Cast, Appliance haakte met zelfgebouwde effectapparatuur in op de in Amerika alweer vervlogen post-rockbeweging en de zanger van The Prayer Boat maande het publiek herhaaldelijk tot stilte voor zijn bedroevende Jeff Buckley-imitatie.

De imitatiecultuur leek te zijn neergedaald over London Calling, dat in het verleden belangrijke nieuwe en oorspronkelijke bands als Super Furry Animals en Travis liet debuteren. Met zijn zorgvuldige gecoiffeerde junkie-coupe schatte Chris Corner het belang van zijn Sneaker Pimps iets te hoog in. ,,Ik krijg jullie nog wel'', schamperde hij toen hij vond dat het applaus achterbleef bij zijn prestatie. Maar hij kreeg ze niet, en de danslustigen konden niet wachten tot Paradiso weer fijn een ordinaire discotheek mocht zijn.

London Calling. 10 en 11/12 Paradiso, Amsterdam