Convenant Van Boxtel over steden tot 2010

Minister Van Boxtel (Grote steden- en Integratiebeleid) tekent volgende week met 25 steden een convenant, waarin zij hun plannen tot 2010 hebben geformuleerd. In de overeenkomst tussen Rijk en de afzonderlijke steden is een een visie geformuleerd voor de economische, sociale en ruimtelijke ontwikkeling in de komende jaren.

Voor de periode tot 2004 heeft Van Boxtel 16,547 miljard gulden beschikbaar. Hij gaat er vanuit dat de totale investering in de 25 steden tegen de 100 miljard gulden bedraagt, als daarin ook het geld wordt meegeteld dat andere partijen, zoals het bedrijfsleven in de ontwikkeling van de steden steken. Ook Europa draagt bij aan de ontwikkeling van `sterke steden'. Van Boxtel heeft daarvoor 796 miljoen gulden uit Brussel gekregen.

Grondslag van de convenanten wordt gevormd door meerjarige ontwikkelingsprogramma's - zogeheten stadsvisies - die de steden uiterlijk 1 november moesten indienen. Ze zijn opgesteld na overleg met bijvoorbeeld bewoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Die programma's zijn vervolgens beoordeeld door alle ministeries, behalve door die van Buitenlandse Zaken en Defensie. Daarbij zijn ze getoetst aan 22 harde voorwaarden. Aan een aantal steden heeft Van Boxtel nadere voorwaarden gesteld waaraan voor 1 mei volgend jaar moet worden voldaan. In een uiterste geval kan Van Boxtel steden die niet aan de criteria voldoen geld weigeren. Minder zware kritiek heeft een reeks steden een `aantekening' opgeleverd. Ook zij zullen nog met verbeteringen moeten komen.

Een aantal geldstromen dat vanuit verscheidene departementen naar de steden ging is nu bijeen gebracht. Het gaat daarbij om geld dat bijvoorbeeld is bedoeld voor jeugd en veiligheid, middelen tegen voortijdig schoolverlaten en taallessen voor ouderen.

Van het totaal wordt bijna 7,7 miljard besteed aan `werk en economie', 4,3 miljard gulden is voor bouw van huizen en wegen, terwijl een kleine 4,6 miljard is bedoeld voor de pijler `sociale infrastructuur'. Amsterdam krijgt bijna vier miljard gulden tot 2004, Den Haag ruim twee miljard, Rotterdam meer dan drie miljard gulden.