Waar blijft de e-mail?

Een jaar of wat geleden kon je als cultuurfilosoof goede sier maken door te voorspellen dat de cultuur van het beeld die van het woord zou vervangen. Omstreeks dezelfde tijd verschilden de mensen die met schrijven hun brood verdienen van mening over de vraag of de computer vloek of zegen was. Had Flaubert op de computer zijn Madame Bovary geschreven in de versie die wij nu lezen of was er via de cursor een ander boek uitgekomen?

Ik debatteerde mee. Een ander boek, zei ik, want Flaubert was een schrijver die, zijn manuscripten corrigerend, in de marge een nieuw boek schreef. Bekijk je nu het visueel resultaat, dan is het meer geavanceerde grafiek dan een pagina van een roman. Harry Mulisch herkent op een afstand aan de aanblik van het geschrevene of het deugt. Ontbreekt er iets aan het beeld, dan moet het worden herschreven. Daar zit iets in. Intussen is het schrijven met toetsen op het beeldscherm gewoon geworden, je weet niet beter, en daarmee is het meningsverschil de wereld uit.

Nieuwe controverse: de gsm of het mobieltje. Je zat in lijn drie, degene die voor je zat werd gebeld en zei: `Ik zit in lijn drie.' Hoeveel columns heeft het apparaat veroorzaakt? Tweehonderd? Driehonderd? Ik heb eraan meegedaan. Het is onvermijdelijk. De columnisten blaffen maar de karavaan trekt verder. Je ziet het voor je, de stoet kamelen in de eindeloosheid van de Sahara verdwijnend.

Ik kom terug op de cultuur van het beeld die de cultuur van het woord zou verdringen. Is dat waar? Nee, zegt Adam Gopnik. In Nederland hebben weinigen van hem gehoord. Hij is een Amerikaan, geen journalist, geen schrijver, geen geleerde, wel iemand die met schrijven in leven blijft, maar niet tot de erkende categorieën hoort. Hij is wat dit aangaat met zijn talent tussen wal en schip geboren (zoals een geestverwant het noemde) en gedoemd om tot zijn laatste geschreven woord daar te blijven. In The New Yorker van een paar weken terug verdedigt hij de stelling dat de e-mail voorlopig het geschreven woord heeft gered.

Vroeger was de brief de boodschap die het gemakkelijkst werd overgebracht. Maar het medium had zijn bezwaren. Schrijven was gemakkelijk genoeg. Maar dan: had je een envelop, een postzegel, was er een bus in de buurt, had je tijd om erheen te lopen, vergat je niet de brief te posten zodat je hem drie dagen later in je zak vond en besloot dat het geschrevene achterhaald was? Deze en dergelijke obstakels. Door de telefoon leek het met het schrijven van brieven voorgoed gedaan. De mensen gingen steeds langer telefoneren, doen dat nog, en vaak terwijl ze naar de televisie kijken. Voor lezen en schrijven bleef geen tijd meer over.

Maar nu is de nieuwe revolutie van het wereldwijde web in volle gang. Niemand heeft het in deze omvang zien aankomen. Het is een van de weinige revoluties die, voorzover ik dat kan zien, geen slachtoffers maakt, niet een restauratie in zichzelf meedraagt. Tot de revolutie hoort het sturen van een e-mail. Een e-mail is, als je het darwinistisch bekijkt, een klassieke mutatie met dien verstande dat de mutant de nadelen van zijn voorganger bij hem heeft achtergelaten zodat wij briefschrijvers er niets dan baat bij hebben.

Net als een brief in een envelop met postzegel kan een e-mail alle epistolaire genres herbergen, van het kattebelletje tot de ontboezeming en van de aanmaning tot de felicitatie. Wat je te vertellen hebt, tik je in je scherm, klikt met de muis op verzenden en dat is dat. Het maakt geen geluid, je hoeft er niet voor uit je stoel te komen, niets ter plaatse voor te betalen en de kopie wordt vanzelf bewaard. Toen ik het voor het eerst deed, dacht ik: er gebeurt niets. Dat was een vergissing. De boodschap kwam aan en ik kreeg antwoord.

Een mens went eraan. Hoe gemakkelijker iets gaat, hoe sneller de mens eraan went. Maar nooit helemaal. Zie ik een Boeing 747 opstijgen, dan denk ik iedere keer: dat kan niet goed gaan, dat vliegtuig is te dik en het gaat veel te steil de lucht in. Dat het er zoveel lawaai bij maakt, doet het vertrouwen dan een beetje herstellen. Ongeveer zo gaat het met de e-mail. Je tikt een aantal tekens die het adres vormen, je schrijft een lange boodschap, klikt op verzenden en je hoort niet eens geritsel. Welke route nemen je woorden, hoe ziet hun weg eruit? Geen idee. U wel? Mijn wantrouwen blijft, maar het geschreven woord herstelt zich.