Vrouwelijke thee

Soja, zoethout en thee bevatten nogal wat seudo-oestrogenen. Dat blijkt uit een nieuwe, snelle test voor deze verdachte stoffen.

ONDERZOEKERS VAN het Institute of Food Research in Norwich hebben een snelle test ontwikkeld om pseudo-oestrogenen te detecteren in bodemmonsters en voedingsmiddelen. Dat melden ze in het tijdschrift Nature Biotechnology van december. Het is de eerste test waarmee producten in hoog tempo zijn te screenen op de aanwezigheid van deze verdachte stoffen.

Pseudo-oestrogenen, zoals PCB's en ftalaten, staan bekend vanwege het feit dat ze de werking van het vrouwelijke hormoon oestrogeen kunnen nabootsen. Dat hormoon speelt bij allerlei dieren een rol bij de ontwikkeling van secundaire geslachtskenmerken en van bot. Ook is het betrokken bij de regulatie van de insuline- en vetspiegel. Pseudo-oestrogenen kunnen deze biologische processen verstoren. De stoffen kregen begin jaren negentig een verdachte bijsmaak, toen ze in verband werden gebracht met de toegenomen onvruchtbaarheid onder arenden, het uitsterven van dolfijnen, vreemd nestgedrag bij meeuwen en de achteruitgang van mannelijk zaad. In hoeverre ze verantwoordelijk zijn voor al deze verschijnselen is niet duidelijk. Maar voor het Environmental Protection Agency (EPA) in de Verenigde Staten was de verdachte reputatie van deze klasse chemicaliën voldoende om drie jaar geleden een onderzoeksprogramma te starten. De EPA wil de chemicaliën gaan opsporen die gevaar opleveren voor de hormoonhuishouding van mens en dier. ``Om dergelijke stoffen op te sporen, moet je grote hoeveelheden monsters screenen en daarvoor heb je een snelle test nodig'', zegt toxicoloog prof.dr. Martin van den Berg, verbonden aan de vakgroep Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht. ``De chemische industrie produceert tienduizenden stoffen. Van slechts een klein percentage is bekend dat ze een oestrogene werking hebben, een heleboel stoffen moeten nog worden getest. Die tests verlopen nu nog langzaam.'' Bovendien bevatten planten, schimmels en bacteriën allerlei stoffen met een oestrogene werking. Ook die zijn naar verwachting nog lang niet allemaal in kaart gebracht.

Tegenwoordig wordt de werking van een verdacht pseudo-oestrogeen meestal eerst in vitro getest, op gekweekte cellen. Het gaat dan om menselijke borsttumorcellen of levercellen van de karper. De gebruikte borsttumorcellen hebben erg veel oestrogeen-receptoren op hun oppervlak. Als oestrogeen, of een oestrogeen-achtige stof, aan zo'n receptor bindt, wordt een cel aangezet tot deling. Op andere stoffen reageren deze cellen niet. Een snelle celdeling wijst dus op een oestrogene prikkel. Bij de levercellen van de karper wordt gekeken naar de productie van het eiwit vitellogenine. Een verhoogde productie, kan een aanduiding zijn voor de aanwezigheid van een oestrogene stof. ``Deze tests kosten nogal wat tijd'', aldus Van den Berg. ``Bovendien zijn cellen gevoelig voor toxische stoffen. De cellen kunnen sterven, zodat je van een eventueel pseudo-oestrogeen effect niks ziet.''

COMPETITIE

De snelle test die de Britten beschrijven, draait om een competitie tussen oestrogeen en pseudo-oestrogeen. De strijd draait erom wie aan de oestrogeen-receptor bindt. Deze drijft in grote aantallen in oplossing, in een klein bakje. Wint het pseudo-oestrogeen, dan blijven de meeste oestrogeen-moleculen vrij in oplossing. Maar die kunnen vervolgens gebonden worden door antilichamen, die specifiek aan oestrogeen binden.

Zit er geen pseudo-oestrogeen in bodemmonster of voedingsmiddel, dan binden de oestrogeen-moleculen gewoon aan hun receptor. De antilichamen drijven in oplossing en binden dan aan oestrogeen-moleculen die op de bodem van de plastic plaat zijn geplakt (deze kunnen geen oestrogeen-receptor binden). Nadat het geteste extract een nacht in het bakje heeft gezeten, wordt de vloeistof weggespoeld. Daarna wordt gemeten hoeveel van de op de bodem geplakte oestrogeen-moleculen een antilichaam hebben gebonden. Hoe lager dat aantal, hoe sterker de binding tussen pseudo-oestrogeen en oestrogeen-receptor.

Uit de test van de Britten blijkt dat met name sojabloem en soja-eiwit-poeder flinke hoeveelheden pseudo-oestrogenen (de stoffen genisteïne en daidzeïne) bevat. De stoffen werden ook, in lagere concentraties, aangetroffen in Chinese groene thee, jasmijnthee, kamillethee, kikkererwt, spercieboon, klimboon, sinaasappel en citroen. Uit de test blijkt niet of de opgespoorde pseudo-oestrogenen een schadelijke werking hebben. ``Met zo'n antilichaamtest spoor je stoffen op die aan de oestrogeen-receptor kunnen binden. Of ze een negatief biologisch effect hebben, moet je in verdere tests vaststellen'', zegt Van den Berg.

Dus toch nog verdere, tijdvergende tests? ``Ja'', erkent Van den Berg. ``Maar zo'n snelle test is toch handig, bijvoorbeeld als eerste screening. Je bekijkt tienduizenden monsters en selecteert daaruit de vijftig of honderd stoffen die het best aan de oestrogeen-receptor binden. Dan ga je vervolgens met die groep verder. Dat scheelt uiteindelijk toch heel wat tijd.''