Van den Hoogenband: `Ik kan nog sneller'

Een geheel nieuwe ervaring overviel het goudhaantje van de Nederlandse zwemploeg gisteren in Lissabon. Niet goud, de kleur waarmee hij de laatste maanden vergroeid leek, maar zilver was ditmaal het eremetaal waarmee Pieter van den Hoogenband genoegen diende te nemen op de tweede dag van de EK kortebaanzwemmen (25 meter). Maar wat zei de 21-jarige Brabander na afloop? ,,Je hoort mij niet klagen.''

Daar was ook geen reden voor. Van den Hoogenband zwom een nagenoeg vlekkeloze 50 meter vrije slag en wist, gelet op de aanwezigheid van Mark Foster, dat een tweede plaats het hoogst haalbare was. De 29-jarige Engelsman staat bekend om zijn krachtige vlinderbeenslag en ontwikkelt tijdens de afzet zoveel snelheid dat 50 meter domweg te kort is om de achterstand ongedaan te maken.

Het spectaculaire nummer gold jarenlang als ,,een grappig bijnummertje'' voor Van den Hoogenband. Nu mag hij zich tot de specialisten rekenen, nadat hij bij het vorige EK kortebaan, in Sheffield, het brons voor zich opeiste. Daarmee doorbrak hij een mentale barrière, want tot dat moment heerste in het Nederlandse kamp de opvatting dat de start van Van den Hoogenband te veel oneffenheden vertoonde om zich te kunnen mengen in de strijd om de medailles.

Die veronderstelling is overboord gezet. Starten is niet het sterkste onderdeel uit het repertoire van Van den Hoogenband, maar hij kan leven met die gedachte. ,,Dan maak ik het zwemmend wel goed'', luidt zijn stelregel die is gestoeld op de wetenschap dat hij op basis van zijn souplesse een van de snelste, zoniet de snelste zwemmer ter wereld is.

Het bewijs daarvoor leverde hij donderdag. Als slotzwemmer op de 4x50-estafette raffelde The Dutch Dolphin de 50 meter af in 20,93: een officieus wereldrecord, want nooit eerder was een zwemmer sneller dan 21 seconden. Van den Hoogenband was de eerste om de magistrale tijd te relativeren. ,,Het blijft een tijd op basis van een vliegende start. Uit stilstand ben ik over het algemeen niet zo snel.''

Niettemin achtte hij zichzelf gisteren kansrijk in het duel met titelverdediger Foster, die in de series wat al te nadrukkelijk met het noodlot had geflirt. In een poging krachten te sparen liet de Engelsman zich in de slotmeters van zijn serie `uitdrijven', hetgeen hem uiteindelijk de vijftiende tijd opleverde. Net voldoende voor een plaats in de halve finales.

Van den Hoogenband nam geen risico en via de eerste (series) en de tweede tijd (halve finales) drong hij door tot de eindstrijd. Daarin had zich voorgenomen minimaal een aanval te doen op het Nederlands record, dat sinds met 21,71 op naam staat van zijn PSV-clubgenoot Mark Veens. Zo ver kwam het echter niet, want Van den Hoogenband tikte aan na 21,79, acht honderdste na winnaar Foster.

Van den Hoogenband denkt nog veel tijdwinst te kunnen behalen, zei hij met een verwijzing naar zijn relatief matige start- en keerpunten. Al lijkt de grens zo langzamerhand in zicht. Want wat zei hij donderdag na afloop van zijn verbluffende split van 20,93 ook alweer? ,,Dit was rennen over water. Sneller kan een mens niet zijn, want anders spat-ie uit elkaar.''

Dergelijke opmerkingen tekenen Van den Hoogenband. Zo laconiek beleeft hij zijn sport dat een buitenstaander desinteresse zou kunnen vermoeden bij de aanstaand sportman van het jaar. Het tegendeel is waar, maar als geen ander is de student geneeskunde er de afgelopen jaren in geslaagd om de twijfels, voor zover die aanwezig waren, uit zijn hoofd te bannen.

Het plezier staat voorop en temidden van de mondiale sprintelite voelt Van den Hoogenband zich als een vis in het water, vertelde hij gisteren. ,,Het zijn allemaal een beetje vreemde figuren, van die Louis de Funès-types. Ik mag ze wel. Die jongens hebben altijd wel een grap of een ander slap verhaal, waar ik vaak vreselijk om moet lachen.'' Zwemmers zoals hij dus: onbevangen en ongedwongen, maar gedreven tot op het bot.

Een zwemmer ook die, net als routinier Marcel Wouda, als lichtend voorbeeld dient voor de aanstormende generatie, onder aanvoering van Johan Kenkhuis en Joris Keizer. Bondscoördinator Ad Roskam prijst zich gelukkig met Van den Hoogenband in zijn midden. ,,Pieter is het prototype van iemand die op een uitstekende manier de hoofd- van de bijzaken kan onderscheiden. Het heeft even geduurd, maar nu is hij in staat een race naar zijn hand te zetten. Omdat hij weet wat winnen is.''

Onbekommerd trekt Van den Hoogenband dan ook de lijn door die hij vorig jaar in Sheffield inzette. Mentaal is hij inmiddels zo volwassen dat de absentie van zijn coach en vertrouwenspersoon, Jacco Verhaeren, geen enkele indruk op hem maakt. ,,Het is jammer, want Jacco en ik zijn vier handen op één buik. Misschien is het maar beter dat-ie er niet is. Ik moet het toch zelf doen.''