Traditioneel dorpje in Amsterdam

De cirkel is rond: de Amsterdamse stedenbouw begon deze eeuw met een dorp en eindigt er nu weer mee. Na de Eerste Wereldoorlog, toen de twintigste eeuw echt begon, verrees in de Watergraafsmeer het nu beroemde Betondorp, een wijk met kleine rijtjeshuizen van beton. Nu de eeuw bijna voorbij is, is aan de andere kant van de stad een soortgelijk wijkje verschenen. Noorderhof heet het en het ligt vlakbij de Sloterplas, midden in Amsterdam-West.

Maar dit keer zijn de huizen niet van experimenteel beton. Natuurlijk is er ook bij de bouw van de 63 huur- en 171 koopwoningen veel gebruik gemaakt van beton - dit is onontkoombaar in de huidige bouw. Maar vrijwel al het beton gaat schuil achter bakstenen en hout. De van oorsprong Luxemburgse architect Rob Krier heeft van Noorderhof een traditioneel dorpje willen maken, zoals die al lang niet meer in Nederland worden gebouwd.

Krier had het geluk dat hij zijn dorpje moest bouwen op het terrein van een overbodig geworden school bij een bakstenen kerk van de Nederlandse traditionalist Granpré Molière. De kerk en het pleintje dat Krier ervoor ontwierp is het vanzelfsprekende hart van het Noorderhof geworden.

Groot zijn in het Noorderhof alleen de blokken langs de Burgemeester Roëllaan en de Slotermeerlaan, de twee straten die het Noorderhof begrenzen. Ze schermen het wijkje af van de rest van Amsterdam-West. De gevels van de grote blokken, ontworpen door het Weense bureau Demblin & Cernik en de Amsterdammer Kees Peterse hebben allebei klassieke trekken. Beide blokken hebben poorten, alsof ze het dorpje echt als vestingsmuren omgeven.

Ook de woningen rondom het plein zijn ontworpen door één architect, Rob Krier zelf. Maar in de straatjes zijn de afzonderlijke huizen van de blokken van verschillende architecten. De een, bureau Atlante uit Parijs, heeft de woningen een zwaar classicistisch aanzien gegeven, een ander, Joris Deur, heeft zich beperkt tot het gebruik van verschillende steensoorten en metselverbanden om de huizen een eigen, herkenbaar karakter te geven. Zelfs de voordeuren kennen een grote variatie. Zo is een vriendelijk, gemoedelijk wijkje ontstaan, waar in tegenstelling tot bijvoorbeeld de vele woonerven in Nederland niemand de weg kwijt raakt.

Het is een goede grap dat het Noorderhof uitgerekend in Amsterdam-West is gebouwd, het door Cornelis van Eesteren ontworpen stadsdeel dat in de jaren vijftig en zestig een beroemd voorbeeld van modernistische stedenbouw werd. In bijna alles is het Noorderhof het tegendeel van Amsterdam-West. De woningen van het Noorderhof staan niet in stroken, maar vormen gesloten bouwblokken. Niet ruim, licht en groen is het dorpje bij de Sloterplas, maar klein en besloten, en het openbaar groen is er beperkt tot een plantsoen met kastanjebomen en een elektriciteitshuisje dat is vermomd als kasteeltje.

Het Noorderhof is een van de bewijzen dat het postmodernisme vaste grond onder de voeten heeft gekregen in Nederland. In het buitenland staat Nederland nog altijd bekend als het land waar het modernisme altijd de heersende traditie is gebleven, maar de laatste jaren zijn er overal in Nederland postmodernistische gebouwen en wijken neergezet. Zo kreeg Groningen een paar jaar geleden een traditionalistisch stadscentrum, en is in Den Haag van Krier nu een wijk op grootsteedse schaal in aanbouw.

Onder Nederlandse critici en architecten kan het werk van traditionalisten als Krier rekenen op weinig waardering. Ook het Noorderhof is al smalend omschreven als een kitscherig dorpje vol valse nostalgie, dat niet past bij de grote stad. De meeste verwijten aan het Noorderhof snijden weinig hout. Zo zijn de woningen van het Noorderhof met traditionalistische en classicistische stijlkenmerken goed beschouwd niet kitscheriger dan de talloze gebouwen in Nederland waarin de stijlmiddelen van het modernisme uit de jaren twintig worden herhaald. Ook het argument dat een dorpje als het Noorderhof niet past bij een Grossstadt als Amsterdam gaat niet op. Flinke delen van Amsterdam-West bestaan uit rijtjeshuizen met hetzelfde formaat als die in het Noorderhof. Alleen zijn ze in het Noorderhof zo neergezet, dat de rijtjes ook de `hoek omgaan' en blokken vormen, zodat er echte straten zijn ontstaan. Bovendien is het Noorderhof heel goed op zijn plaats in Van Eesterens Amsterdam-West, dat met zijn losse blokken in het groen in wezen een anti-stad is.

Ook het idee dat een dorpje van valse nostalgie getuigt en niet bij deze tijd hoort, is onzin. In het digitale tijdperk hebben veel mensen niet minder behoefte aan geborgenheid dan heel vroeger de holenmensen. Het Noorderhof voldoet aan deze behoefte. Dit wil niet zeggen dat het wijkje helemaal is gelukt. Zo heeft de drang naar variatie een overdreven vorm aangenomen. Het was beter geweest als de architecten beter hadden gekeken naar het rustige, terughoudende traditionalisme van Nederlandse architecten als Berghoef, Kropholler en Granpré Molière, naar wie de straten van het Noorderhof zijn vernoemd. Bovendien maakt de geringe hoogte van twee etages veel Noorderhof-woningen wel erg popperig.

Maar het allerergst zijn de achterkanten van het dorp. Leiden de gesloten bouwblokken aan de straatzijde tot de gewenste beslotenheid, aan de achterkant van de huizen heeft Krier de ingewikkelde puzzel om ieder huis een behoorlijk tuintje te geven niet weten op te lossen. Om ook de hoekhuizen een tuintje te geven, heeft Krier het binnengebied van de blokken zo moeten verkavelen dat veel tuintjes een bizarre, moeilijk te gebruiken vorm hebben gekregen.

Woonwijk: Noorderhof, 234 woningen in Amsterdam. Stedenbouwkundig ontwerp: Rob Krier, 1995. Ontwerp huizen: Rob Krier e.a. Opdrachtgever: Woningbouwvereniging Het Oosten.