Studeren zonder risico

Bijna iedereen heeft wel eens gehoord van het studentenbedrijf Ritzen Koeriers. Toch zijn studenten met een eigen onderneming schaars. Terwijl het ondernemerschap heel lonend kan zijn.

Tom Coehorst (25) maakt lange werkweken. Zijn studie bedrijfseconomie in Tilburg kost hem een kleine 30 uur per week. Daarnaast is hij wekelijks zeker 50 uur in de weer als zelfstandig ondernemer. Vanuit zijn ouderlijke huis verkoopt hij computers en software die particulieren via zijn website www.acesonline.nl bestellen en ondertussen is hij bezig met het ontwikkelen van een website voor het bedrijfsleven. In drie jaar tijd zag hij zijn omzet jaarlijks verdubbelen en over 1999 verwacht hij een miljoen. Dat wil echter niet zeggen dat hij rijk is. Hij kent zichzelf een zuinig salaris toe en besteedt verder elke cent aan nieuwe investeringen. Hoeveel hij precies verdient, laat hij in het midden, maar het is in ieder geval meer dan de 15.000 gulden netto per jaar die studenten mogen bijverdienen zonder dat het hun hun studiebeurs kost. Sinds drie jaar ontvangt Coehorst geen studiefinanciering meer, waardoor hij ook zijn rechten op de OV-jaarkaart heeft verspeeld. ,,Geeft niks, want die gebruikte ik toch al niet. Ik heb geïnvesteerd in een auto. Dan heb ik minder reistijd en kan ik meer werken.''

Hoewel de meeste studenten zich genoodzaakt zien naast hun studiefinanciering voor een extra bron van inkomsten te zorgen, is het zelfstandig ondernemerschap niet populair.

Weliswaar heeft bijna iedereen wel eens gehoord van Ritzen Koeriers, het naar de toenmalige minister van Onderwijs vernoemde koeriersbedrijfje van studenten die hun OV-kaart handig benutten, maar een kleine rondgang leert dat studenten met een eigen bedrijf uitzonderingen zijn. ,,Juist bij bedrijfseconomie zou je ze verwachten, maar ik ken er geen een'', zegt Coehorst. ,,Mijn broertje is wel ondernemer. Die zit op de HEAO en heeft met twee vrienden een drive-in disco.''

Het gebrek aan ondernemerszin onder studenten verbaast hem overigens niet. ,,Je moet heel hard werken. Als ik omreken wat ik per uur verdien, kan ik beter aan de slag gaan bij Albert Heyn. Bovendien is je inkomen elke maand onzeker. Ik woon bij mijn ouders, dus vaste lasten heb ik eigenlijk niet. Als je die wel hebt, moet je kunnen rekenen op een vast inkomen.''

Toch zitten er beslist voordelen aan het ondernemerschap. Zo krijgt Coehorst regelmatig te horen dat deze fase in zijn leven niet misstaat op zijn cv. ,,Daar houd ik geen rekening mee, want ik doe het voor mijn plezier'', zegt hij. ,,Maar het leereffect is wel leuk. Omdat ik alles zelf doe, kom ik met alle aspecten van een onderneming in aanraking.''

Ook financieel zijn er voordelen. Zodra iemand door de Belastingdienst wordt beschouwd als ondernemer, gelden zijn inkomsten niet meer als `inkomsten uit arbeid', maar als `winst uit onderneming'.

Ondernemers mogen bedrijfsmiddelen, zoals computers en kantoormeubilair, over een aantal jaren afschrijven en ze kunnen gebruik maken van de investeringsaftrek. Hierdoor wordt de winst lager en betalen ze minder belasting. Op welke moment een bijklussende student als ondernemer wordt beschouwd, is moeilijk aan te geven. De Belastingdienst kijkt naar een aantal punten, bijvoorbeeld hoe groot de winst is, hoeveel tijd men aan de onderneming besteedt, of er reclame gemaakt wordt en hoeveel klanten er zijn. Omdat de wet geen criteria noemt, blijft de beoordeling schimmig.

Het komt voor dat iemand in de ogen van de Belastingdienst geen ondernemer is als het om de inkomstenbelasting gaat, maar wel als het om de omzetbelasting (BTW) gaat. Dat kan lucratief zijn. Zo kunnen studenten die af en toe hand- en spandiensten verrichten voor particulieren, bijvoorbeeld computers of andere apparaten installeren of repareren, op hun facturen BTW in rekening brengen. Die BTW moet afgedragen worden aan de belasting, maar de BTW die men zelf betaald heeft, bijvoorbeeld bij de aanschaf van gereedschap, mag hierop in mindering gebracht worden. Als het verschil tussen de ontvangen BTW en de betaalde BTW lager is dan 2.964 gulden mag de student dit geld in eigen zak steken.

Helemaal interessant wordt het als de student ook andere ondernemersfaciliteiten mag claimen, zoals de zelfstandigenaftrek (11.815 gulden) en maximaal drie jaar de startersaftrek (3.775 gulden), waarmee de belastbare winst met maar liefst 15.590 gulden daalt. Wie dat wil, moet aannemelijk maken dat er minstens 1.225 uren per jaar gewerkt is in het eigen bedrijf. Coehorst gaat dat op zijn belastingaangifte over 1999 voor het eerst doen.

,,Ik had dat misschien eerder kunnen doen, maar ik had geen zin in lastige discussies over die uren. Maar nu mijn omzet zo hoog is, kan ik het met gemak aantonen.'' Erg lang zal hij niet gebruikmaken van deze extra aftrekposten, want volgend jaar, als hij afgestudeerd is, zet hij Aces om in een BV. ,,Dan besteed ik al mijn tijd aan het bedrijf en zal ik harder groeien. Met een BV ben je niet persoonlijk aansprakelijk en dat is iets wat op dat moment weer gunstig is.''