RAVENSTAND NEEMT AF DOOR SLINKEND VOEDSELAANBOD

De broedsucces van de raaf (Corvus corax) in Nederland neemt af. Dat blijkt uit een recente inventarisatie van het Sovon (Samenwerkende Organisaties Vogelonderzoek Nederland). Afgelopen zomer werden 95 territoriale paren geteld, waarvan zo'n 50 met jongen.

De raaf meet zestig centimeter (in zit) en is onze grootste zangvogel. Het is een alleseter, met een voorkeur voor aas, die over het gehele noordelijke halfrond voorkomt (Europa, Azië en Noord-Amerika). In bijna alle gebieden is de raaf de afgelopen eeuwen zwaar vervolgd. De zwarte vogels werden gezien als een bedreiging voor vee en kleinwild. In Nederland werd de raaf voor de Tweede Wereldoorlog geheel uitgeroeid.

In de jaren zestig zag men in dat de raaf een nuttige functie vervult binnen het ecosysteem als opruimer van dode- en zieke dieren. Met behulp van jonge vogels uit Sleeswijk-Holstein werd daarom een herintroductie gestart op de Veluwe, in Drenthe en bij Leersum. Tussen 1969 en 1986 werden in totaal 159 raven losgelaten.

Na een moeizame start kwam een toenemend aantal raven tot broeden, hoofdzakelijk in de bossen van de Veluwe. In zo'n vijftien jaar tijd, van 1983 tot 1998, liep het aantal op van 5 tot ongeveer 95 territoriale paren. Ze concentreerden zich rond de zwijnenvoerplaatsen waar slachtafval en eendagskuikens beschikbaar waren. Daarnaast profiteerden ze in het winterseizoen van het `weidsel' – jachtafval zoals organen, dat door jagers in het veld werd achtergelaten. Grote groepen van 150 vogels werden in najaar en winter gezien bij 't Loo en op de Veluwezoom rond dit soort `biomassadumps'.

Sinds 1997 wordt er, mede onder druk van varkenspest, geen slachtafval meer gevoerd aan de Veluwse zwijnen. Tegelijkertijd is het nieuwe beleid gericht op een natuurlijker beheer van het wild met minder afschot gedurende een kortere periode. Zo is de sluiting van het edelhertafschot dit jaar teruggebracht van 15 maart naar 15 februari. Voor de vroegbroedende raaf hebben deze maatregelen grote gevolgen. Er is nu veel minder voedsel beschikbaar gedurende de winter en de jongentijd in maart-april. De gevolgen zijn direkt te zien want het broedsucces van de Veluwse raven is sind 1997 beroerd.

Rob Vogel van het Sovon ziet die afname als een tijdelijke dip. Hij denkt dat de raven in een omschakelingsfase zitten en nu meer naar de randen van de Veluwe zullen gaan. Hij constateerde dit broedseizoen dat ravenouders zeer lang wegbleven van de nesten met jongen. De vogels moeten waarschijnlijk grote afstanden overbruggen om in geschikte voedselgebieden te komen. Uiteindelijk zullen de raven naar de randen van de Veluwe trekken om te gaan broeden. De afgelopen jaren zijn er al diverse paartjes raaf buiten de Veluwe broedend geconstateerd, onder andere bij Kampen en in het Roggenbotbos in Flevoland. Wel lopen de vogels in deze gebieden een grotere kans om afgeschoten te worden. Zo werd er in 1997 bij Lochem een ouderpaar gedood terwijl in 1995 bij Nijkerk een nest met 3 jongen werd doorzeeft