Mist in Timisoara

Deze week is het precies tien jaar geleden dat de Roemeense revolutie zich voltrok. Maar de bevolking zit nog steeds in de kou. En de raadsels rond de opstand zijn nog onopgelost. `Geen enkele regering heeft de waarheid boven tafel willen brengen.'

Het museum van de revolutie van 1989 is bijna klaar. Aan de muur hangen foto's van slachtoffers, op een tafeltje in de hoek ligt een verzameling kogelgaten: een stukje winkelruit met een gat erin, een uniformjasje met een kogelgat ter hoogte van de plaats waar het hart van een soldaat moet hebben gezeten en een stalen helm, eveneens doorboord. ,,Dit is keihard staal daar schiet je niet zomaar doorheen, dat moeten speciale troepen geweest zijn.''

Traian Orban strompelt vermoeid door de vertrekken van zijn museum in Timisoara. Over een week moet alles af zijn. Het ruikt naar verf, er liggen buizen van een verwarming die nog moet worden aangesloten en er moet nog parket in. Op de trap staat een waxinelichtje met een glas erover bij wijze van licht. Er komt een speciale audiovisuele kamer, een archief, een zaal over het begin van de revolutie in Timisoara zelf, waar de revolutie tegen de laatste communistische dictator Ceausescu tien jaar geleden begon, een zaal voor het vervolg van de revolutie in de andere steden en een zaal voor de slachtoffers. Na de vreedzame val van het communisme in Polen, Hongarije, Oost-Duitsland, Tsjechoslowakije en Bulgarije, nam de omwenteling in Roemenië een grimmig karakter aan. Er vielen doden. Hoeveel? Duizenden zegt de een, honderden zegt de ander. Honderdtweeënzestig zegt een rapport van een militaire commissie die de zaak heeft onderzocht in 1997.

Orban was veearts op een collectieve boerderij. Op zestien december hoorde hij via Radio Free Europe dat er in Timisoara gedemonstreerd werd. Bij het huis van de gereformeerde dominee László Tökés hadden zich duizenden mensen verzameld. Ze protesteerden tegen zijn ontslag. De meeste demonstranten waren etnische Hongaren, net als Tökés zelf. Maar er waren ook Roemenen geweest. De demonstranten waren vervolgens door de stad getrokken naar het hoofdkwartier van de communistische partij en hadden geroepen om het aftreden van de ijzige dictator Ceausescu.

Orban wist niet wat hij op zijn gammele radiootje hoorde en spoedde zich de volgende dag na zijn werk naar de stad om zich bij het protest aan te sluiten. Ook op 17 december begon het protest weer bij het huis van Tökés, waar de gereformeerde kerk gevestigd was. Bij de zetel van de communistische partij braken een paar uur later ongeregeldheden uit. De demonstranten braken door de zwaar vergrendelde deuren heen. Binnen troffen ze een aantal doodsbange partijfunctionarissen achter een rijk verzorgd buffet. Bananen! ,,Wij lijden honger en hebben het koud en hier binnen is het warm en hebben ze bananen en spek'', riep iemand de menigte toe. Er was geen houden meer aan.

Korte tijd later werd een paar honderd meter verder voor het eerst vuur geopend op de demonstranten. Orban was één van de eerste slachtoffers. Hij werd verschillende malen geraakt in zijn bovenbeen. De rest van de revolutie lag hij in een ziekenhuis weg te rotten tot Oostenrijkse hulpverleners hem meenamen naar Wenen. Maar dat was na de tweeëntwintigste december toen de revolutie een nieuwe fase was ingegaan. Het leger nam de revolutie over en het echtpaar Ceausescu werd standrechtelijk geëxecuteerd. Er bleven veel vragen open. Had datzelfde leger niet eerder op demonstranten geschoten? Of waren dat speciale troepen geweest? En wie had dan weer op het leger geschoten? En wat was de rol geweest van de gevreesde geheime dienst van Ceausescu's regime, de Securitate? En waarom was het eigenlijk allemaal in Timisoara begonnen?

Tien jaar later is de mist nog altijd niet opgetrokken. Er zijn talloze mogelijke scenario's en maar weinig feiten. Behalve dan dat de gebeurtenissen in Roemenië volgden op de val van de communisten in Polen, Hongarije, Oost-Duitsland, Tsjechoslowakije en Bulgarije. Dat er tussen deze gebeurtenissen en de Roemeense revolutie een topontmoeting was in Malta tussen de Amerikaanse president George Bush en de leider van de Sovjet-Unie Michail Gorbatsjov. En dat de Roemenen `geboren fantasten zijn', zoals iedere gesprekspartner in Timisoara grif toegeeft.

Gratis bier

Op het huis van de gereformeerde kerk in Timisoara hangt een gedenksteen: `Hier begon de revolutie die een einde maakte aan de dictatuur'. Tien jaar later is het nog steeds donker en koud. Er missen klinkers uit de straat. Met de revolutie heeft dat weinig te maken. Ze zijn gestolen. Overal in Timisoara zie je dergelijke gaten. Gewoon een paar vierkante meter stenen meegenomen. Misschien om ergens anders een straatje te leggen of een muurtje te bouwen.

György Mandics, etnische Hongaar en schrijver, toont de route die de demonstranten liepen op 16 en 17 december. Hij wijst op twee ramen tegenover het huis van de opstandige Tökés die weigerde zijn ontslag te aanvaarden. ,,Daar stonden mensen van de Securitate alles en iedereen te filmen.'' Even verder ging de stoet langs een drankwinkel waar tot ieders verbazing gratis bier en drank werd uitgedeeld. `We hadden hier in geen weken meer bier gezien en ineens kregen we al die flessen.'

Volgens Mandics werd de demonstratie geleid door de geheime hand van de Securitate om de `Hongaarse kaart' te kunnen spelen. De Roemenen moesten geloven dat de etnische Hongaren uit zouden zijn op afscheiding. De separatistische Hongaarse opstand zou hard worden neergeslagen waarop de Roemenen zich weer tevreden achter hun grote leider Ceausescu zouden scharen. Daarom kregen de demonstranten die zestiende december ineens bier, meent Mandics. De aanhang van Tökés moest aan het plunderen slaan. Maar het liep mis, er werd wel geplunderd, maar er hadden zich inmiddels ook Roemenen aangesloten bij het protest. ,,Ze waren vergeten dat hier in Timisoara helemaal geen etnische tegenstellingen zijn zoals in andere delen van het land. Wij spreken hier Roemeens, Hongaars, Servisch en Duits door elkaar. Misschien was het ergens anders wel gelukt, maar niet hier in het zuiden op de grens met Joegoslavië en Hongarije.''

Mandics voert zijn gasten in stevig tempo langs de revolutionaire route. Timisoara maakt tien jaar na dato een stille, grauwe indruk. Er zijn nauwelijks mensen op straat. In een fruitstalletje liggen wat bananen, appels en een paar trosjes witte druiven voorzichtig ingepakt tegen de kou. Er is geen klant te bekennen. ,,Tien jaar geleden hadden we geld maar geen eten, nu kun je alles krijgen maar niemand heeft geld om iets te kopen.''

De revolutionaire route gaat verder. Mandics wijst op een rijtje uitgewoonde flatgebouwen. ,,Dit zijn studentenhuizen, de demonstranten wilden dat de studenten zich zouden aansluiten. Maar de studenten konden niet naar buiten. Ze waren opgesloten door hun eigen professoren om te voorkomen dat het een studentenprotest werd. Dat paste niet in het scenario van het regime. De deuren waren van binnen gebarricadeerd. Die professoren van toen zitten nog gewoon op hun stoelen, voorzover ze nog niet met pensioen zijn.''

Even later komen we bij het partijhoofdkwartier. ,,De partijleider raakte in paniek toen de massa binnenkwam, en belde Boekarest. Hij hoorde Elena Ceausescu zelf op de achtergrond gillen: schiet ze dood, schiet ze allemaal dood.'' Een paar honderd meter verderop verschenen de eerste tanks. Demonstranten werden doodgeschoten en overreden. Ten minste zes doden en dertig gewonden vielen hier.

De revolutionaire route eindigt middenin de stad bij het hotel Timisoara. Daar volgde enkele dagen later de ontknoping toen zich weer duizenden mensen verzameld hadden om te protesteren tegen het eerdere geweld. ,,Opnieuw stonden leger en demonstranten hier tegenover elkaar op 20 december. Er waren volwassenen en kinderen, straatkinderen. Plotseling maakte de legercommandant bekend dat hij weigerde op kinderen te schieten. Het leger begon de demonstranten te beschermen. De revolutie was gewonnen.''

De straatkinderen spelen een cruciale rol in het verhaal van Mandics. Hij zegt over bewijzen te beschikken dat de kinderen speciaal uit kindertehuizen in het noorden van Roemenië gehaald waren om relletjes uit te lokken in Timisoara. Ze zouden zijn uitgerust met speciale stokken om ruiten in te slaan. ,,Met een scherpe ijzeren punt zodat je met één tik een hele winkelruit aan diggelen kunt slaan.''

Brîndusa Armanca heeft jarenlang nauw met Mandics samengewerkt, maar gelooft niet zo erg meer in de wilde verhalen van tien jaar geleden. Ze is hoofd van de lokale televisie en heeft talloze programma's gemaakt over het verschijnsel straatkinderen, waar de Roemenen tien jaar geleden voor het eerst mee geconfronteerd werden, en over de revolutie. ,,Er waren toen allerlei geruchten dat er kinderen uit kindertehuizen waren aangevoerd voor terroristische acties. Ik heb in die dagen met een jongetje van een jaar of tien gesproken dat onder de brug leefde. Hij zei dat hij inderdaad overal bij was geweest, dat hij allerlei soldaten had ontmoet, ook buitenlandse, dat hij eten had gekregen.'' De eerste ontmoeting met een kind van de straat overtuigde Brîndusa dat het gerucht van de speciaal aangevoerde terroristjes waar was. ,,Maar daar ben ik nu niet meer zo zeker van. Natuurlijk hebben die kinderen meegelopen in de revolutie, net als iedereen. Maar ik heb nu veel meer ervaring als journalist en ik realiseer me dat dat jongetje het eerste straatkind was dat ik zag. We wisten niet dat er kinderen waren die onder bruggen en in riolen leefden.''

De kinderen van toen zijn nu een detail, vindt Brîndusa, die in haar programma's een soort kruistocht voert voor de echte waarheid achter de revolutie. ,,Geen enkele regering heeft de waarheid boven tafel willen brengen en durven zeggen dat het leger er achter zat, of de Securitate, of de politie. Niet onder president Iliescu en niet onder president Constantinescu.'' Noch de postcommunisten die vanaf de val van Ceausescu tot 1996 regeerden, noch het centrum-rechtse huidige regime, hebben dus duidelijkheid kunnen of willen brengen. Tien jaar na dato is de rechterlijke macht nog steeds niet onafhankelijk, meent Brîndusa. Processen worden eindeloos uitgesteld en opgeschort onder invloed van `belanghebbenden'. Het is haar grootste deceptie.

Lucratieve springplank

Radu Tinu studeerde in 1968 af als een van de tien besten aan de rechtenfaculteit in Boekarest. De Roemeense variant op de `68-generatie' kwam automatisch bij de Securitate terecht. Tijdens de revolutie van 1989 was hij de nummer twee binnen de geheime dienst in de regio Timis, waarvan Timisoara de hoofdstad is.

Nu staat hij bekend als een van de rijkste mannen in de stad. Joegoslavië ligt om de hoek en tijdens het embargo van de afgelopen jaren viel er goed geld te verdienen. Timisoara heeft zich de afgelopen tien jaar ontwikkeld tot een lucratieve springplank naar het onrustige Joegoslavië: voor olie, wapens en alles waar het de machthebbers in Belgrado aan ontbreekt.

Tinu maakt geen geheim van zijn Securitate-verleden. Integendeel, hij praat er graag over. Hij is met één (mobiel) telefoontje op te sporen. Hij verschijnt precies op tijd op de afgesproken plaats. Een grote man, onopvallend gekleed in een zwarte spijkerbroek, colbert met stropdas. In korte, laatdunkende zinnen geeft hij zijn versie van het verhaal. ,,De revolutie is niet gemaakt door Tökés of door de dissidenten. De revolutie is door het volk gemaakt, datzelfde volk dat nu zegt dat het tien jaar geleden beter af was.'' Tinu polemiseert met alles en iedereen in zijn omgeving: het oude gezag, het nieuwe gezag, revolutionairen als Orban en onafhankelijke journalisten als Brîndusa. Hij dreigt zijn tegenstanders regelmatig met fysiek geweld. Een winnaar die geen tegenspraak duldt.

,,De Securitate heeft in de decemberdagen 1989 niet één kogel afgevuurd'', zegt hij uitdagend. Alle kogels kwamen in de versie van Tinu uit de lopen van het leger. ,,Op bevel van het hoofd van de Securitate hebben wij ons vanaf 15 december niet meer met de demonstraties op straat beziggehouden.''

Volgens Tinu wemelde het in die dagen in Timisoara van buitenlandse agenten. Amerikanen, Britten en vooral ook Russen. Internationale geheime diensten hebben samen met het Roemeense leger de revolutie gekaapt, meent hij. Net als Mandics is hij ervan overtuigd dat het einde van Ceausescu begin december in Malta beklonken was tussen Bush en Gorbatsjov. ,,Er waren hier tientallen Russen die als toeristen rondliepen. Zij reden twee aan twee in autootjes rond. Jonge sterke mannen. Het leek net een invasie van Russische homo's!''

Tinu zelf werd op 22 december opgepakt, toen de Roemeense revolutie een nieuwe fase inging onder leiding van het Front voor Nationale Redding dat inderhaast gevormd was door onder meer Ion Iliescu, de latere president en Petre Roman, de latere premier. De hele Securitate van Timisoara verdween achter slot en grendel. Via luidsprekers werden ze, bij wijze van waarschuwing, op de hoogte gehouden van het lot van de Ceausescus. Hun executie galmde live door de gangen van de gevangenis.

Zevenhonderdzeventien dagen later kwam Tinu weer op vrije voeten en besloot verder voor zichzelf te zorgen. In het naburige Joegoslavië was inmiddels oorlog uitgebroken. Tinu werd `consultant' voor buitenlandse bedrijven die zich in Timisoara wilden vestigen. Als jurist wist hij hoe je contracten moest opstellen en bedrijven inschrijven. Een goudmijn voor wie de juiste mensen kent en de juiste netwerken weet te vinden. Maar Tinu ontkent daar veel geld mee te hebben verdiend. Beleefd en enigszins koket liegt hij dat hij er nauwelijks op vooruit is gegaan. ,,Ik heb mijn tv vervangen, een nieuwe stofzuiger gekocht en een magnetronoven aangeschaft. Dat is alles.''

Timisoara tien jaar na dato is een stad van mistige grijstinten. ,,Wij hopen dat het een warme winter wordt want we hebben geen enkel vertrouwen dat de overheid ons warm zal houden.'' Op de burelen van de alliantie van vrije vakbonden (BNS) is het nu al steenkoud. Aurel Mihu¸t betaalt geen verwarmingskosten meer. ,,Waarom zouden wij betalen als de stadsverwarming toch om de haverklap uitgaat.'' De verwarmingsprijzen stijgen zonder dat de overheid aan zijn verplichtingen kan voldoen. De opslagplaatsen van huisbrandolie zijn leeg.

Er dreigt honger en kou. Economische hervormingen zijn op niets uitgelopen, voor de bevolking en voor de overheid. Mihu¸t heeft jarenlang aan zijn leden proberen uit te leggen waarom de hervormingen nodig waren. Hij is het beu. ,,Ik heb altijd gezegd dat een verliesgevende fabriek als een ziek mens is. Dat je ontslagen moest zien als een noodzakelijk medicijn. Maar de zieke fabrieken zijn alleen maar zieker geworden en er komen steeds meer mensen op straat.'' De politieke vragen van tien jaar geleden zijn langzaam maar zeker overgegaan in sociale vragen. Een ding slechts hebben ze gemeen: niemand weet het antwoord.

Internationale geheime diensten hebben de revolutie gekaapt

Hij hoorde Elena Ceausescu gillen:

schiet ze allemaal dood