Macho-overnames luiden jaren negentig uit

Nooit waren de fusiegolven zo hoog. In binnen- en buitenland sneuvelen sneuvelen records. Loopt deze golf wel goed af of eindigt het weer in een beurskrach of een economische malaise?

De buitensporige jaren negentig nemen afscheid op hun hoogtepunt. KPN doet de grootste buitenlandse overname ooit (ruim 20 miljard gulden) in het Nederlandse bedrijfsleven. Ahold telde gisteren 4 miljard gulden neer voor de helft van een Scandinavische supermarktketen.

De miljardenfusies en -overnames denderen dwars door het internationale bedrijfsleven. Alsof er geen millenniumflauwte in aantocht is. Na de `wilde' jaren tachtig, waarin financieel gedreven en hebzuchtige transacties de boventoon voerden, zit er nu meer economische logica achter de recordjacht op ondernemingen. Althans, dat zeggen experts en zakenbankiers. De westerse wereld is in de jaren negentig overspoeld door verschillende ingrijpende ontwikkelingen. Overrompelende nieuwe technologie (van computerchips tot en met Internet). Uitbundig optimisme onder consumenten, ondernemers en beleggers (beursgraadmeters op records). De vergroting van markten (Europese Unie, val van de Muur, China). En een aanzwellende golf van grenzenloos kapitaal, zowel voor investeringen als voor financiële speculatie.

De overnamelust wordt gestimuleerd door rendementsbeluste beleggers. Niets stimuleert beurskoersen zoveel als macho-overnames. Ook de lucratieve regelingen waarin directeuren (en soms ook werknemers) opties op de aandelen van hun bedrijf krijgen, zijn een stimulans voor de overnamegolf.

De samenloop van nieuwe producten, nieuwe markten en ondernemerschap heeft sterke overeenkomsten met het ongeremde kapitalisme van een eeuw geleden, al is het woord Nieuwe Economie in zwang. Net als honderd jaar geleden worden fenomenale particuliere vermogens gevormd, en ook weer verloren.

Is het verwonderlijk dat juist nu beleggingsfondsen in aandelen Koninklijke Olie en Unilever door een financiële opkoper (Dresdner Bank) worden achtervolgd? Prijskaartje voor deze fondsen samen: zo'n 20 miljard gulden. Verschillende van deze fondsen zijn het resultaat van de eerste fusie- en overnamegolf in het internationale bedrijfsleven die eind vorige eeuw begon, waarin ondernemers hun bedrijf ruilden voor nieuwe aandelen Koninklijke of Unilever.

De huidige fusie- en overnamegolf is de vierde in het moderne kapitalisme, ook voor Nederland. Rond de eeuwwisseling was de eerste periode (vorming Koninklijke Olie/Shell), daarna de jaren twintig (Unilever), toen de jaren zestig (ABN, Amro). Vervolgens een langgerekte golf in de jaren tachtig en negentig, waarin Nederlandse schaalvergroting (ABN Amro, ING, VendexKBB, Vopak) gepaard gaat met steeds ongekender overnames in het buitenland.

Dit zijn ook de jaren van het klits-klets-klander kapitalisme, waarin topmanagers zich onverbloemd opstellen als roofdieren: het is eten of gegeten worden. Als managers hun ambities voor schaalvergroting en kostenvoordelen niet kunnen realiseren met de instemming van hun gedroomde fusie- of overnamepartner, dan aarzelen zij minder dan ooit over een kwaadschikse overnamepoging.

Over de hoofden van de directie heen probeert de Britse mobiele telefoonaanbieder Vodafone voor een recordbedrag van 270 miljard gulden het Duitse conglomeraat Mannesmann (industrie en telecommunicatie) op te kopen. De conventionele wijsheid dat een hoge beurskoers de beste bescherming is tegen zo'n ,,betwiste'' overname geldt niet meer.

De aandelenkoers van Mannesmann was al een winnaar voordat Vodafone met zijn bod kwam, zo gretig keken internationale beleggers naar de perspectieven van de concentratie op de lucratieve telefoniemarkt. ,,Mannesmann heeft met z'n transformatie een indrukwekkend verhaal opgebouwd'', zegt een topbelegger bij een van Nederlands grootste pensioenfondsen. Maar Vodafone biedt nog meer dan de financiële markten zelf dachten dat de Duitse concurrent waard was.

De prijzen die worden geboden doen beleggers likkebaarden, maar voeden ook de twijfel. Oud-minister H. Wijers van Economische Zaken, nu adviseur bij Boston Consulting Group, rekende vorige week nog voor dat het niet anders kan dan dat de recordprijzen niet opwegen tegen de verwachte voordelen: extra inkomsten of beduidende kostenverlaging.

Uit onderzoek blijkt dat ten minste de helft van de overnames op langere termijn geen financiële waarde oplevert: de beurskoers van de koper doet het slechter dan de vergelijkbare beursgraadmeter. Dat is voor managers geen reden om hun volgende deal af te blazen: hùn aankoop werkt wel.

Op de roetsjbaan van het hedendaags kapitalisme is de enige zekerheid de historie, maar wat is dat waard? Elke vorige fusiegolf eindigde in een beurskrach, economische malaise of beide.