Ik verlang nergens naar terug

Op de drempel van de 21ste eeuw blikken vijf Nederlanders terug op hun leven.

Deze week: voormalig tafeltennisster Bettine Vriesekoop (38).

Mijn vader had grote plannen met mij. Als enige in de familie moest ik gaan studeren. Ik was een nakomertje in een gezin met negen kinderen. Mijn vader bestierde een boerderij in Hazerswoude. Ik heb een romantische herinnering aan hem. Lekker tegen hem aan liggen, spelletjes doen, verhaaltjes lezen.

,,Ik was elf jaar toen hij overleed. Hij had kanker, had overal gezwellen en was altijd moe. Maar op zijn dood was ik niet voorbereid. Verraad vond ik het. Mijn vader, zomaar weg.

,,Niemand had bij ons de macht in huis. Iedereen deed maar wat. Mijn moeder heeft zich weggecijferd. Geen eigen ontwikkeling, alles voor de kinderen. Zo moet ik het dus niet doen, dacht ik altijd.

,,Gerard Bakker was supervisor van de jeugdteams op de tafeltennisclub. Hij zag meteen dat ik talent had. Als kleintje liet hij mij meespelen met de ouderen. Ik was wild van die sport. Een zakje brood mee en weg was ik. Door de dood van mijn vader was er thuis een rotsfeer. Ik miste duidelijkheid, Bakker gaf die: `doe dit wel en dat niet, dan krijg je aandacht.' Bakker heeft min of meer tegen mijn moeder gezegd dat ze mij moest afstaan. Zij was allang blij; we hebben een surrogaatvader gevonden, dacht ze.

,,Bakker wilde bewijzen dat Nederlandse sporters internationaal kunnen doorbreken. In die tijd had je Hilbert van der Duim en een paar voetballers, meer niet. Omdat hij het talent zelf miste, projecteerde hij zijn ambitie op mij. Ik vaarde blind op hem. Ik was zo bereid om offers te brengen, zat soms drie uur achtereen naar het herenteam te kijken om te leren. Binnen twee jaar zat ik bij de besten van Nederland. De weg loopt van hier naar daar en als je daar komt, ben je kampioen. Maar op de weg staan obstakels die jou een zijweg induwen. Die moet je uit de weg ruimen. Dat is wat Bakker mij inprentte. Als ik na school niet om drie uur op de club was, hing hij meteen aan de telefoon. Ik mocht niet naar feestjes. Contacten op school kon ik niet uitbreiden. Zijn pedagogiek had maar een doel: presteren.

,,Voor mannen mocht ik geen oren of ogen hebben. Toen ik op mijn achttiende verliefd werd, heeft hij dat de kop ingedrukt. Het was stoppen met dat vriendje, of hij zou geen aandacht meer aan mij besteden. Ik had jarenlang getraind om Europees kampioen te worden en stond op het punt om het te bereiken. Ik heb die jongen dus opgebeld om te zeggen dat het niet doorging. Ik weet niet meer hoe ik mij voelde. Trainen moest ik. Hij heeft in de jaren tachtig mijn naam gezet onder een advertentie voor `tweezijdige ontwapening'. Ik wist van niks, met maatschappelijke vraagstukken hield ik mij nauwelijks bezig. Maar ik voelde mij vreselijk. Hij peperde mij in: jij voelt en vindt niks zelf.

,,Die argeloosheid kon alleen maar tot prestaties leiden. Om topsport te bedrijven, moet je niet te veel gedachten en gevoelens hebben. Geestelijk ouder worden is een grotere bedreiging dan fysieke aftakeling. Je mag niet te veel weten en denken en al helemaal niet relativeren. Presteren is een mysterie. Iedere gedachte die je eraan wijdt, is al te veel.

,,Niemand begreep waar wij mee bezig waren. Tegenwoordig krijgt een beetje topsporter meteen een auto onder zijn kont. Overal is geld voor, spelers dragen prachtige gesponsorde kleding. Moest je mij zien staan toen ik Europees kampioen werd. In een pofbroek en een shirtje. Mijn eerste stage in China heb ik betaald met mijn eigen spaarcentjes. Als ik op school vertelde dat ik aan topsport deed, keken ze mij gek aan. Wat is dat voor een zot. Topsport was een vies woord. Het rook naar Oost-Europa, de vijand. De sportbond liet mij opdraven voor een of ander kutwedstrijdje terwijl ik de week daarna een belangrijk toernooi had. Als ik weigerde te komen, was het ruzie. Iedereen moest komen. Maar ik was niet iedereen want ik kon Europees kampioen worden terwijl die anderen blij mochten zijn als ze de eerste ronde haalden.

,,De een vlucht in zijn werk, de ander in drugs, ik vluchtte in de topsport. Ik durf rustig te zeggen dat ik een tafeltennisjunk was. Bakker was keihard, maar dat wegcijferen wilde ik zelf ook. Afstand doen van mijn lichaam, materieloos zijn. Mijn vlees en bloed ontstijgen. Dat heb ik gevoeld toen ik Europees kampioen werd. Plotseling wakker worden en denken: hoe heb ik dat in godsnaam gedaan? De pijn ontstijgen. Naar dat bedwelmende gevoel heb ik altijd terugverlangd.

,,Ik heb een hekel aan middelmaat. Daarom fascineren de Chinezen mij: door concentratie bereiken ze een bovenmenselijke mate van perfectie. Wat zij met hun Staatscircus uitvreten, daar zijn wij echt niente bij. Ik heb wel eens gezien hoe een Chinees zich zo klein maakte dat hij een babypakje paste. Geweldig vind ik dat. Ik heb de Chinezen met tafeltennis nooit kunnen verslaan. Als dat was gelukt, was ik onsterfelijk geworden. Maar ze hebben zoveel meer mensen die hard trainen en er is zoveel meer kennis. Spelers die ik nauwelijks kende, hadden mij al jaren zitten analyseren. Er kwamen steeds nieuwe generaties en dan stond ik daar. In dat licht is het een godswonder dat ik ooit zevende heb gestaan op de wereldranglijst.

,,Nederland heeft geen tafeltenniscultuur. Soms denk ik: houd er maar helemaal mee op, investeer er maar niet meer in. Ze sturen voor tienduizenden guldens mensen naar kampioenschappen terwijl ze geen idee hebben van wat trainen is. Niemand begrijpt dat het vanuit je hart moet komen, dat je tien of vijftien jaar lang zes uur per dag moet zweten en niet moet zeuren. Al die jaren dat Bakker en ik hebben gevochten, zijn wat dat betreft voor niks geweest.

,,Ik probeer een genuanceerd beeld te krijgen van die tijd. Bakker heeft mij slecht behandeld, maar samen hebben wij wel een topprestatie geleverd. Om te kunnen tafeltennissen, moet je je leeg maken. Het is pure beheersing. Ik ben blij dat ik daarin geslaagd ben. Ik ben geschrokken van mijn imago als tafeltennisster. Een fanatiekeling zonder een sprankje gevoel. Dat klopt niet. Ik ben juist overgevoelig. Toch denk ik: het was goed wat ik gedaan heb.

,,Als coach zou ik zelf ook strenge regels hanteren. Wie te laat is, komt er niet meer in. Er zou een weegschaal staan in het trainingslokaal. Zes kilo te zwaar kan niet. Ik zou best bondscoach willen worden, maar niet als ik voortdurend boze ouders en clubbestuurders op mijn dak krijg met: `Pietje was te laat omdat de trein vertraging had'. Zo kom je er dus niet. In het trainingslokaal moeten regels zijn, maar daarbuiten ben je vrij. Als pupillen na de training met hun vriendje hand in hand door de Kalverstraat willen lopen, is dat prima. Dat was de fout van Bakker, dat hij die dingen door elkaar haalde.

,,Na de Olympische Spelen in Seoul – ik was toen 27 – besloot ik te stoppen met tafeltennis. Ik wilde naar Amsterdam verhuizen, alleen de stad in, niet met Bakker. De beest uithangen. Beginnen met leven. In wezen ben ik een geinponem. Lekker gezellig zijn en niet moeilijk doen. Dat was vroeger al zo, voordat ik onder handen werd genomen. Als twaalfjarige maakte ik op weg naar de jeugdkampioenschappen de hele bus aan het lachen. Maar Bakker kon mij niet loslaten. Amsterdam was gevaarlijk, ik zou aan de drugs raken. Ik hield vol. Ik had zin om gek te doen, poseerde voor Playboy. Met iemand die zo zwart-wit denkt als Bakker, is verbreken van het contact dan onvermijdelijk. In al die jaren zijn dingen door elkaar gaan lopen. Die man was god voor me. Ik kreeg aandacht en daar was ik dankbaar voor. Ik weet niet wat hij voor mij voelde. Maar als het liefde was geweest, had hij me mijn eigen weg laten gaan. Ik was zijn vrouw niet, dat wist hij best. Als een man zoveel macht heeft over een twintig jaar jonger meisje, is er altijd een soort spanning. Meer zeg ik daar niet over.

,,Na die breuk stond ik bloot in de wereld. Plotseling moest ik mijn eigen grenzen afbakenen. Ik heb daar elke dag nog moeite mee. Steeds weer aangeven: dit wil ik wel en dit niet. Steeds weer uitleggen hoe ik behandeld wil worden. Ik heb dingen te vaak maar laten gebeuren. Het is moeilijk voor mij om een gewoon leven te leiden. Ik was als sporter wel blij met die doelstellingen: volgende week de top twaalf, zorgen dat ik win. Ik heb een tijdje Chinees gestudeerd, ook een soort topsport. Maar er is geen vervanging.

,,Door mijn zwangerschap ben ik mijn lichaam de laatste maanden in alle opzichten kwijt. Er gebeurt van alles waar ik geen controle over heb. Hopla, daar wordt weer een armpje of een beentje gemaakt. Dat groeit maar.

,,Ik ben best nonchalant, maar mijn lichaam houd ik graag onder controle. Toen ik ophield met tafeltennis ben ik blijven sporten. Hardlopen, naar de sportschool. Die endorfine werd wel aangemaakt. Maar nu heb ik al een half jaar niks meer gedaan. Ik kijk erg uit naar het moment waarop ik mijn trainingspak weer kan aantrekken.

,,Hans (van Wissen, sportjournalist bij de Volkskrant, red.) had nog drie weken moeten leven, dan hadden we tien jaar een relatie gehad. De gelukkigste tijd van mijn leven. Hij voelde zich al een paar weken overspannen en depressief. Hij had een cardiogram laten maken, maar daarop was niks gevonden. Hij is dit voorjaar overleden. Het was in een klap gebeurd. Ik weet niet meer wat ik voelde, ik was heel kalm, dat wel.

,,Tien jaar lang was ik niet eenzaam, de rest van mijn leven wel. Zo hard is het. Ik leerde Hans kennen op een feestje tijdens de Olympische Spelen in Seoul. Ik had net de vorige dag besloten om mijn eigen leven te gaan leiden. Bijna te toevallig. We stonden in de tuin, de hele Nederlandse ploeg was er, er heerste een zwoele sfeer. In een gesprek met iemand over de selectie nam hij het voor mij op. Ik voelde meteen opluchting: niet dat vooroordeel tegen mij. Hans begreep de tegenstelling van hard en kwetsbaar.

,,Mijn conclusie is dat het niet bestaat: één zijn met iemand. Uiteindelijk moet je toch alles zelf uitzoeken. Als ik ooit een nieuwe liefde vind, raak ik die ook weer kwijt. Je mag blij zijn als de ander jou overleeft. Als we nog even hadden gewacht, had ik nooit een kind van Hans kunnen hebben. Ik ben vreselijk dankbaar. Maar ik zit 's avonds wel alleen thuis met mijn dikke buik.

,,Ik moet streng zijn voor mijzelf. Ik verlang nergens naar terug. Als ik ga zitten mijmeren over vroeger, zit ik de hele dag te huilen. Niet doen dus. Verlangen maakt niet gelukkig, zeker niet als je weet dat het niet in vervulling gaat. Laten we reëel blijven, ik ben niet de enige in de wereld die dit overkomt. Ik moet uitkijken dat ik niet door het ijs zak. Daarom moet ik hard zijn. Discipline is de rode draad.

,,Het lijkt mij niet dat het moederschap de hoogste prioriteit is voor een vrouw. Ik wil het meemaken, maar het is niet mijn bestemming. Ik ben een beetje bang voor wat gaat komen. Bij die bevalling denk ik: o jee, wat gaat daar nu weer gebeuren. Ik zal een kind op moeten voeden. Er is geen vluchtweg meer. Ik moet een knop omdraaien. Dit was mijn leven, tafeltennis, laat nu maar waaien.'

Drie weken later kreeg Bettine Vriesekoop een zoon, Tymo Hans.

,,Sommige vrouwen zeggen dat een bevalling een groot orgasme is. Nou, zo heb ik het niet ervaren. Het was puur overleven. Toen de baby er eenmaal was, zag ik meteen dingen van Hans. Grote handen. Dat vond ik fantastisch. Het zorgen past eigenlijk niet bij mij. Ik ben altijd met mijzelf en mijn carrière bezig geweest en nu is plotseling dat kind het middelpunt. Als ik 's ochtends wil douchen, kan het niet omdat hij gevoed moet worden. Mijn schema wordt voortdurend in de war geschopt. Ik moet in een ander tempo gaan leven, geduldiger worden. Maar de liefde overwint alle frustraties. Ik zou nog geen seconde kwaad kunnen zijn op dat kleine mannetje. Ik begin langzaam te accepteren dat niet alles kan en dat forceren ook niet helpt. De liefde voor een kind vind ik veel groter dan een carrière.

,,Als moeder wil ik rechtlijnig zijn en structuur aanbrengen. Maar mijn kind moet ook een eigen persoonlijkheid kunnen ontwikkelen. Ik moet oppassen dat ik mijn leven niet te veel aan hem ophang. Ik had mij voorgenomen om hem af en toe te laten huilen, maar ik loop bij elke kik al naar de wieg. Hij is een deel van Hans. Dat is heel beladen.

,,Mijn ambities heb ik op een lager pitje gezet. Vorig jaar wilde ik nog per se mijn studie Chinees afmaken. Ik vond het gezellig om te studeren terwijl Hans stukken zat te schrijven. Maar nu denk ik: voor wie? Voor wat? Het leven wordt pas leuk als je het kan delen. Dat maakt het missen van Hans zo moeilijk.

,,Aan mijn ouders heb ik na de geboorte nauwelijks gedacht. Mijn moeder had na negen kinderen niet meer zulke romantische gedachten over de geboorte van baby's. Ga lekker je eigen leven leiden, zei ze altijd tegen mij. En mijn vader, tja, die herinnering is zo vaag. Aan Bakker denk ik nooit meer.

,,Ik heb dit kind gekregen voor Hans en voor mij. Het gemis probeer ik weg te drukken. Ik moet accepteren dat sommige dingen nu eenmaal geen keer nemen. Ik zeg tegen mijzelf: Hans was een episode. Voor mijn kind ben ik waarschijnlijk ook niet meer dan dat.'

Eerder in deze serie verschenen interviews met de 86-jarige Conny Stuart (30 okt.), de 60-jarige Cees Fasseur (13 nov.) en de 53-jarige Herman de Boer (27 nov.).