Ik kan .....sleutelen

Het is een mooi woord, sleutelen. Je denkt aan koele, matverchroomde sleutels die nauwkeurig op een moer passen. Maar tegelijkertijd verwijst het woord naar de geheimen van de constructie van fiets, motor of auto. Naar de principes die ten grondslag liggen aan wiel, nokkenas en terugtraprem. Als je sleutelt moet je die geheimen en principes ontsluieren. Sleutelen is vooral ontsleutelen.

Daarmee komen we bij de eerste les die de aspirantsleutelaar moet leren: een fiets, een brommer of een wasmachine is een systeem dat ooit door iemand bedacht is. Als het systeem kapot is, moet je proberen dat systeem te doorgronden. Hoe verwarrend de buizen en stangen ook lijken, er zit logica in.

Hoe daar achter te komen? Er zijn verscheidene methoden, maar het belangrijkste is: begin eenvoudig. Leer het op een oude fiets. Het liefst een die nog niet verroest is. Demonteer het voorwiel, vang de kogeltjes op. Vervang de halfronde kogelbanen (de cups) als er kleine putjes in zitten, koop nieuwe kogeltjes en nieuw vet. Merk op dat voor montage een speciale platte sleutel nodig is, koop die bij de fietsenmaker. Haal het achterwiel eraf, bestudeer de positie van ringen, kettingspanners en moeren. Haal diep adem en demonteer de terugtraprem. Zie hoe eenvoudig de werking is en maak het inwendige schoon. Zet alles weer in elkaar. Demonteer de trapas, bekijk de kogelbanen en de kogeltjes en zet alles met nieuw vet weer in elkaar. Stel de trapas af: zonder speling en toch soepel draaien.

Wie voor dit examen slaagt kan zich al een redelijk gevorderde sleutelaar noemen. Die kan met vertrouwen de stap zetten naar de volgende fase: alles waarin een motor zit.

Documentatie opsporen is in deze fase de belangrijkste opgave. De instructieboekjes die bij een brommer of een auto worden geleverd, geven vaak de nodige technische informatie. In de betere boekhandel (of op Internet) zijn zogeheten werkplaatsboeken te vinden, waarin stap voor stap de onttakeling van een motorblok wordt beschreven, maar die veronderstellen al aardig wat kennis over de werking. Begin dus bij een boek waarin in het algemeen de principes en veel voorkomende storingen worden beschreven. Onovertroffen in dit genre is Het Beste Reparatiehandboek, vooral de oudere drukken. Bij antiquariaten of op Koninginnedag is dit monumentale naslagwerk vaak nog te krijgen.

Wie aan de hand van een werkplaatsboek werkt doet er goed aan van de belangrijke tekeningen flink vergrote fotokopieën te maken. Het boekwerk blijft dan van zwarte vingerafdrukken verschoond, en de vergroting kan handig aan de muur geprikt worden.

Een andere methode voor het ophelderen van storingen is riskanter, maar zij wordt veel gevolgd. Dat is de strategie van de `verkennende demontage'. Als je geluk hebt openbaart de storing zich vanzelf. Als je pech hebt schiet er na het losdraaien van die mooie dopmoeren wel een essentieel veertje weg, maar wordt tevens duidelijk dat de bron van de storing zich ergens anders moet bevinden.

Maar of je nu volgens het boekje werkt of met de verkennende methode, belangrijk is om alle fasen van de demontage te documenteren. Maak van een ingewikkelde ringetje-moer-ringetje-ring-volg–orde een tekening, of rijg er een touwtje of ijzerdraadje door.

Geen gesleutel zonder moersleutels. Eerst twee soorten sleutels die alleen in noodgevallen gebruikt mogen worden: steeksleutels en – nog erger – verstelbare steeksleutels (de `Bahco' of `Engelse sleutel'). Beide grijpen de moer maar op twee kanten aan, en dat is te weinig. Gebruik zoveel mogelijk ringsleutels of dopsleutels. Een setje dopsleutels is tegenwoordig belachelijk goedkoop – voor vijfentwintig gulden heb je al iets heel bruikbaars. Wie ook nog een assortiment schroevendraaiers heeft, een waterpomptang en een combinatietang, die kan al heel wat sleutelklussen aan.

Na demontage komt montage, en in dit stadium worden de meeste fouten gemaakt. Neem er dus de tijd voor, controleer aan de hand van tekeningen of de volgorde juist is en zet alles weer vast. Vervang waar mogelijk veer- en borgringetjes door nieuwe.

Zet moeren niet te vast. De belangrijkste beginnersfout is de met reuzenkracht vastgezette moer en de dolle schroefdraad of de afgeknapte bout die daarvan het gevolg is. Vast is vast!