Het Universum van de Ring

De toeschouwers van de operacyclus Der Ring des Nibelungen waanden zich afgelopen zomer in het Muziektheater in een heelal, zo overweldigend was de enscenering. Wat blijft daar aanstaande zondag op het miniscule scherm van de tv van over?

Richard Wagner behandelt in Der Ring des Nibelungen - vanaf zondag in vier delen op Nederland 3 - niet alleen de geschiedenis van de mensheid van `Genesis' tot en met de `Apocalyps', maar ook de historie van de godenhemel. Van de bouw van het Walhalla in Das Rheingold tot en met de fatale brand van de glanzende burcht aan het slot van Götterdämmerung. Zo omvangrijk als het ego van Wagner was, zo verreikend en alomvattend zijn de profetische pretenties van Der Ring des Nibelungen. Laat niet de honger van valse goden en vuige mensen naar macht en goud bezit nemen van de natuurlijke orde en de verheven moraal: dat is Wagners bijna bijbelse boodschap.

De productie van de Nederlandse Opera, afgelopen juni in het Amsterdamse Muziektheater opgenomen, legde in de enscenering bijzondere nadruk op dat eeuwig-mythische en kosmische aspect van Wagners operacyclus. Het woord `Ring' was door decorontwerper Georg Tsypin heel letterlijk genomen: bijna alles aan de uiteinden van het decor is cirkelvormig en bolrond. De enscenering van Pierre Audi deed dat ook. Hij vatte het verhaal cyclisch op: het eindigt zoals het begon en als het is afgelopen, begint het opnieuw. De Ring bestaat overal en altijd.

Omdat ook de zaal van het Muziektheater halfrond is, bevonden de toeschouwers zich daar in een `mini-heelal'. Dat leek nog eens extra groot omdat de einders daarvan vaak in nevelen waren gehuld. Bovendien is het podium van het Amsterdamse Muziektheater één van de grootste ter wereld: 26 meter breed en 40 meter diep, met het achtertoneel erbij. En dan was het podium boven de orkestbak ook nog een eind de zaal in gebouwd.

Dirigent Hartmut Haenchen leidde drie orkesten (het Residentie Orkest, het Rotterdams Philharmonisch Orkest en het Nederlands Philharmonisch Orkest), die in elk van de vier opera's op een andere plaats binnen het decor zaten. Dat er voor elke aflevering van de cyclus een vrijwel geheel nieuw en zo'n omvangrijk decor werd gebruikt, maakte deze eerste Ring-productie van de Nederlandse Opera meteen tot een unicum in de uitvoeringsgeschiedenis van Der Ring des Nibelungen, die in 1876 in Wagners eigen theater in Bayreuth in première ging.

Voor tv-regisseur Hans Hulscher was het een vrijwel onmogelijke taak om het overweldigende effect op de toeschouwer via het beeldscherm over te brengen op de kijker thuis. De Wagnerliefhebber loert in zijn eigen woonkamer slechts naar een scherm ter grootte van een halve krant. Hij is niet opgesloten in het Ring-heelal, afleidende huiselijke besognes bedreigen elk moment de concentratie. En dan keert de tv ook nog eens elk perspectief om. Wat in het theater enorm groot is, wordt op het beeldscherm erg klein. En wat in de zaal nauwelijks waarneembaar is, een klein handgebaar, een lichte wijziging van de mimiek, kan via een inzoom gigantisch worden uitvergroot.

Maar de tv heeft ook suggestieve elektronisch te regelen mogelijkheden die in het theater niet bestaan, en daarvan maakt Hulscher een verstandig en dankbaar gebruik. Dat begint al meteen aan het magische begin van Das Rheingold. In het Muziektheater heerste daar de diepste donkerste duisternis. Het orkest speelde de inleidende muziek uit het hoofd, geleid door Haenchen met aan de punt van zijn dirigeerstokje een lampje. Dat zwaaiende lichtje leek één voor één de lampen aan het plafond aan te steken, zodat er langzamerhand een sterrenhemel pinkelde.

Op tv was dat effect onvoldoende te reproduceren en daarom bedacht Hulscher hier eigen beelden: een langzame, Star Wars-achtige `reis' door het heelal, waarbij de toeschouwer de illusie heeft zich te bevinden in de cockpit van een ruimteschip. Als het blauw-glazen decor van de Rijn dan van onderop mysterieus oplicht, zijn we via de tv terug in het Muziektheater en zien we Haenchen nog net zijn lichtende directiestokje vervangen door een gewoon exemplaar.

Al kan Hulscher niet telkens op zo'n manier de eindeloze dimensies van deze Ring visueel voelbaar maken, toch biedt de uitvergroting van het kleine zijn eigen opmerkelijke voordelen. De vele intieme speelscènes, waarbij vaak niet meer dan twee personages zijn betrokken krijgen een extra werking, omdat we er via de camera zo dicht bovenop zitten. Dankzij de voortreffelijke acteerprestaties van Reinhild Runkel (Fricka), Chris Merrit (Loge), Henk Smit (Alberich) en Graham Clark (Mime) wordt ook de snel afgeleide tv-kijker toch nog door de bijna zestien uur durende cyclus heengesleept.

De tv-registratie van Der Ring des Nibelungen lijkt vanzelfsprekend, want voor de vier uitvoeringen afgelopen zomer was de publieke belangstelling vele malen groter dan de capaciteit van het Muziektheater. Maar deze co-productie van Nederlandse Opera, NPS, VPRO, NOS, Holland Festival en het Coproductiefonds Binnenlandse Omroep is waarschijnlijk een van de laatste operaregistraties die werd gesubsidieerd door het Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Omroepproducties.

In de toekomst wil het Stimuleringsfonds, dat voor deze tv-Ring anderhalf miljoen gulden ter beschikking stelde, niet meer bijdragen aan opera op tv. Het fonds vindt dat het moet stimuleren en niet conserveren, en dat zulke vaste programmaonderdelen volledig door de publieke omroep zelf moeten worden gefinancierd. Tot nu toe besteedde het Stimuleringsfonds 2.7 miljoen per jaar aan registraties van opera- en dansvoorstellingen. Dat zou voortaan moeten worden betaald door de NOS uit het `programmaversterkingsbudget' van 125 miljoen.

Dat klinkt redelijk maar de NOS vindt uiteraard van niet. Het stimuleringsbudget is eerst van de omroep afgenomen en wordt nu door het fonds herbestemd. We zien wel wat het wordt. Maar dit soort programma's moet blijven.